Heini Otto kiest voor weg der geleidelijkheid

De datum 12 juni 2002 zal bij Heini Otto nooit meer uit zijn gedachten verdwijnen. Op die bewuste woensdag constateerde sportarts Edwin Goedhart een ruis bij de hartklep van de toenmalige Haarlem-trainer, die donderdag bekendmaakte dat hij niet bij die club terugkeert. Het hele leven van Otto, zijn vrouw, dochters en schoonzoon stond op z'n kop, want twee dagen later onderging de voormalige jeugdtrainer van Ajax een negen uur durende openhartoperatie. Met succes, want nu, zes maanden na dato, is hij zo gezond als een vis.

De keuring was een periodieke, die elke coach betaald voetbal eens in de twee jaar moet ondergaan. Gepland net voor de vakantie en na het seizoen, dat lang was geweest. De Hoofddorper voelde zich vermoeid na zijn eerste jaar als hoofdtrainer van de HFC Haarlem, want ‘dat is wel wat anders dan jeugdtrainer zijn’.

Geen moment kwam in het hoofd van de niet-roker en niet-drinker op dat het iets anders zou zijn. Op vrijdag keek de cardioloog van het VU-ziekenhuis hem na en werd de ernst van de situatie duidelijk. De levensader (aorta) was liefst acht centimeter ingescheurd, aan de bovenkant was een verwijding waardoor de hartklep was gaan lekken. ,,Ik was een tijdbom”, weet Otto nu. ,,De binnenste en middelste wand waren doorgescheurd, de buitenste hield de boel nog bij elkaar.” De oorzaak is op het moment van schrijven (nog) niet duidelijk, maar het litteken was oud. Het kan zijn dat de oud-speler van FC Amsterdam met de zwakke plek geboren is.

Dat het om de aorta ging, de belangrijkste ader in het menselijk lichaam, maakte de situatie levensbedreigend. De doktoren van de VU wilden geen enkel risico nemen en nog geen 24 uur later lag Otto op de operatietafel. ,,Ik heb nooit gedacht dat het mijn laatste uren waren. Ik heb met de chirurg gesproken waar mijn vrouw en dochters bij waren en hij vertelde het hele verhaal. 'We gaan ervoor’, zei hij. Ik moest het nemen zoals het was. Ik kon er zelf toch niets meer aan doen. De medici hebben fantastisch werk verricht. Ook voor het gezin. Dat het negen uur duurde, was lang. Toen ze om half zes richting VU reden werden ze opgebeld dat de operatie succesvol was geweest. Ik kwam bij, keek op de klok en zag dat het half één was. ‘Dat is meegevallen’, dacht ik nog. Maar het bleek maandag half één te zijn en niet zaterdag zoals ik dacht.”

Otto mocht snel van de special care-afdeling af en ging naar zaal, waar hij twee weken verbleef. ,,Het is fantastisch geweest in de VU. Je staat versteld wat voor werk de medici verzetten. De belangstelling was ook zo geweldig. Wel 250 tot 300 kaarten, bloemstukken, fruitmanden, telefoontjes, brieven. Ongelooflijk. Ze zeggen wel dat de voetbalwereld kil is, maar ik heb zoveel warmte ontvangen. Ajax en Haarlem zijn fantastisch geweest. Dat heeft mij en mijn familie ontzettend goed gedaan. Daar wil ik iedereen nog hartelijk voor bedanken. Trainers, spelers, collega’s en clubs hebben iets laten horen. Dat is vooral voor mijn familie goed. Die realiseren zich dat ik toch een persoon ben die goed in het voetbalwereldje ligt, zonder dat ik gekke dingen heb moeten doen. Dat doet je heel veel goed. Ik liet de kaarten ook dicht, tot mijn dochters thuiskwamen. Dat was een feest natuurlijk. Wat zij die zaterdag hebben meegemaakt, was niet leuk. Gelukkig hadden ze veel steun aan Edwin Goedhart.”

Voetbal stond daarna ver van zijn bed. Hoewel? ,,Het was gelukkig snel opgelost bij Haarlem met het aantrekken van Leo van Veen. Ik heb wel meegedacht en kwam ook direct bij Leo uit. Hij heeft de papieren, zit in de scouting en door de samenwerking tussen Ajax en Haarlem, pakte hij het snel op. Maar ik was niet met voetbal bezig. Ik was met mezelf bezig en met mijn gezin.”

Toch was Otto begin augustus al weer op het voetbalveld te zien. Als toeschouwer bij VVSB in Noordwijkerhout en ‘zijn’ Haarlem. ,,We zaten in de caravan in Noordwijkerhout en dan heb je natuurlijk mensen uit de voetbalwereld die brieven, kaarten en bloemstukken stuurden. De jongens van Haarlem waren ook allemaal bij me geweest. Toen speelden ze die wedstrijd tegen VVSB, die we zelf nog gepland hadden. Op de fiets erheen met vrouw, dochters en schoonzoon. Ik vond dat fietsen niet eng, maar was wel blij dat op die manier werd bevestigd dat je iets weer kan doen. Ik zat heel rustig op de tribune. Wat heel indrukwekkend was, was het weerzien met de jongens. Dat waren emotionele momenten. Het is toch de ploeg die je in overleg met het bestuur hebt samengesteld. Dan komt er wat tussen en zie je elkaar weer voor het eerst. Net zoals het emotioneel was om voor het eerst weer bij Ajax te komen. Dat is een fantastisch gevoel.”

De medici zijn te spreken. Otto kijkt dan ook vooruit. ,,Ze hebben fantastisch werk verricht. Het veilige gevoel is dat je constant onder controle staat. Ik moet mijn leven lang bloedverdunners blijven slikken omdat ik een mechanische hartklep heb en een stukje kunststof aorta. Maar ik ben niet de enige in de wereld die dat moet doen. Ik heb het voordeel van de samenwerking met René Wormhoudt en Edwin Goedhart. Daar heb ik veel steun aan. Ik mocht tachtig procent doen van wat ik normaal deed, behalve werken. We hebben een programma samengesteld voor het verder revalideren.”

,,Het is niet moeilijk om me niet met voetbal te bemoeien. Leo regelt het bij Haarlem. Ik ga wel op maandag naar de training kijken, en de wedstrijden zoveel mogelijk, alleen de verre uitwedstrijden niet. Soms ga ik op maandag even de kleedkamer in en daarna lekker kijken. Ik zal nooit tegen Leo zeggen hoe ik het zou doen. Ik heb goed contact met Leo, met zijn team en met de jongens. Ik denk niet dat het goed is om me ermee te bemoeien, want dan krijg je twee kapiteins op een schip. Het is Leo’s pakkie-an.”

De volgende stap in het herstelproces is dat Otto weer rustig aan het werk gaat. Niet bij Haarlem, maar Otto keert terug in de technische staf van de jeugdopleiding van Ajax. ,,Het is een beslissing, genomen in overleg met familie en medici, waar ik mezelf in kan vinden. Ik heb donderdag de spelers van Haarlem ingelicht. Dat was heel moeilijk voor me. Direct daarna had ik even wat tijd nodig voor mezelf en de jongens moesten direct weg voor een foto. Dus na de winterstop kom ik daar nog op terug. Vanaf januari ga ik op de Toekomst meelopen. Geen elftal, want er is niets vrij, maar van alles wat.”