Het doelpuntrijke seizoen '66-'67

Het doelpuntrijke seizoen '66-'67

Het betaald voetbal in Nederland bestaat dit seizoen zestig jaar. In deze serie belichten we wekelijks een Ajax-onderwerp dat bij dit jubileum aansluit. In aflevering 4 valt de eer te beurt aan het elftal dat in het seizoen 1966-1967 kampioen werd met een recordaantal treffers van 122.

Ruim 47 jaar na dato staan die 122 doelpunten nog altijd in de recordboeken. ,,Ik zal er in elk geval niet veel gemaakt hebben," grapt Theo van Duivenbode, de toenmalige linksback en huidig lid van de Raad van Commissarissen van Ajax. Dat in tegenstelling tot Johan Cruijff, die zich dat jaar met 33 doelpunten voor het eerst mocht laten kronen tot topscorer van de Eredivisie. Daarnaast waren Sjaak Swart, Klaas Nuninga en Henk Groot eveneens trefzeker met respectievelijk 25, 23 en 15 treffers.

Vijf van de 122 doelpunten werden gemaakt op 13 november 1966, toen aartsrivaal Feyenoord op bezoek kwam: 5-0. Een wedstrijd waaraan een akkefietje voorafging. ,,We speelden natuurlijk altijd in de Meer, maar voor het duel met Feyenoord wilde het bestuur uitwijken naar het Olympisch Stadion vanwege de hogere recettes die daar mogelijk waren," legt Van Duivenbode uit. ,,Wij wilden echter uit bijgeloof in de Meer spelen. Uiteindelijk ging het bestuur daarmee akkoord, maar voor ons kwam er wel een hoop druk op die wedstrijd. Gelukkig speelde Cruijff die middag de sterren van de hemel en wonnen we met 5-0 door treffers van Cruijff (2x), Swart (2x) en Nuninga."

Ajax ging in het seizoen 1966-1967 viermaal onderuit, waarvan eenmaal op eigen veld. ,,Dat was thuis tegen GVAV," dreunt van Duivenbode moeiteloos op. ,,Wij kregen heel veel kansen, maar Tonny van Leeuwen hield alles tegen," doelt hij op de doelman die enkele jaren later bij een verkeersongeval om het leven kwam. Een week na de thuisnederlaag tegen de Groningers volstond een 2-3-zege op Fortuna ’54 alsnog voor de tweede landstitel op rij.

,,Een jaar later werden we zelfs voor de derde keer op rij kampioen, wat destijds een record was," zegt Van Duivenbode. ,,Ik moet ook zeggen dat we een fantastische, jonge ploeg hadden. Met onder anderen Cruijff, Swart, Piet Keizer, Wim Suurbier en Bennie Muller hadden we bovendien veel Amsterdamse jongens die uit de eigen jeugd kwamen. Velibor Vasovic was onze enige buitenlander."

Het seizoen 1966-1967 gaat eveneens de boeken in als het jaar waarin Cruijff zijn definitieve doorbraak beleefde. ,,Johan was toen pas 19 jaar, maar de klasse droop ervan af. Zulke voetballers worden maar een keer in de honderd jaar geboren."

Behalve de landstitel veroverde Ajax dat jaar ook de KNVB Beker door na verlengingen NAC met 2-1 te kloppen. Daarnaast bereikte de ploeg van trainer Rinus Michels de kwartfinale van de Europa Cup 1, waarin Dukla Praag uit het voormalige Tsjechoslowakije te sterk was. Een ronde eerder echter speelden de Ajacieden de befaamde mistwedstrijd tegen Liverpool, die met 5-1 werd gewonnen. ,,Dat was eigenlijk de eerste keer dat ons onervaren elftal van zich deed spreken tegen een Europese topclub," stelt Van Duivenbode. ,,Voor ons maakte de bij het grote publiek onbekende Cees de Wolf het openingsdoelpunt. Cruijff, Nuninga (2x) en Groot volgden zijn voorbeeld. Alleen heeft het publiek in het Olympisch Stadion de doelpunten nooit gezien vanwege de mist."

Ook persoonlijk kon Van Duivenbode spreken van een geslaagd seizoen. ,,Het is mijn enige jaar geweest zonder blessures en het enige seizoen dat ik alles speelde. Een paar jaar daarvoor was ik overgekomen van De Spartaan, waar ik spits was. Vervolgens kwam ik bij het tweede elftal van Ajax terecht als linksbuiten, waarna ik al snel belandde op de positie van linkervleugelverdediger.
Van Duivenbode verruilde Ajax in 1969 voor Feyenoord, waarmee hij in zijn eerste jaar de Europa Cup 1 veroverde na een 2-1-zege op het Schotse Celtic. Toch is volgens hem Ajax de grondlegger geweest van alle latere internationale successen van Nederlandse clubs. ‘Ajax was het symbool daarvoor.’

Tekst: Ajax.nl/Coen Heil
Foto: Beeldarchief Ajax