Het dubbele gevoel van Cillessen

Het dubbele gevoel van Cillessen

Tandenknarsend moest hij toezien hoe zijn concurrent Kenneth Vermeer zich de laatste anderhalf jaar ontwikkelde tot een van de doelmannen van Oranje en de onomstreden eerste keus bij Ajax. Zelf moet Jasper Cillessen (23) zijn voldoening voorlopig halen uit sporadische invalbeurten én uit het bekertoernooi. Afgelopen woensdag zag hij de gedroomde bekerfinale Ajax - PSV in rook opgaan. Zaterdagavond zit hij tijdens de topper tegen FC Twente weer op de bank.

Cillessen koestert de momenten waarop hij onder de lat mag staan. Uiteraard tijdens de vijf bekerduels dit seizoen, maar ook laatst in de thuiswedstrijd tegen Steaua Boekarest, toen hij halverwege de geblesseerde Kenneth Vermeer verving. Het betekende zijn Europese debuut voor Ajax. Op dat soort momenten is ‘the day after’ misschien nog wel het fijnst. Op dergelijke ochtenden verraadt een voldane grijns de gemoedstoestand van Jasper Cillessen. Waar de doelman na afloop van een training doorgaans in betrekkelijke anonimiteit de kleedkamer opzoekt, zelden gehinderd door belangstellende journalisten of op handtekeningen jagende fans, lijkt op dergelijke dagen iedereen iets van hem te willen. Zeker na zijn puike optreden tegen de koploper van Roemenië.

Zo’n glansrol zou hij elke week wel willen vertolken, op het hoogste niveau, voor een vol stadion, met de schijnwerpers op zich gericht. Met dat doel voor ogen kwam Cillessen ruim anderhalf jaar geleden ook naar Amsterdam, om met Kenneth Vermeer te strijden om een vaste plaats onder de lat in Ajax 1. Het is anders gelopen dan hij voor ogen had toen hij destijds zijn handtekening onder een vijfjarig contract zette. ,,Ik kan onmogelijk tevreden zijn met waar ik nu sta”, draait de 23-jarige sluitpost niet om de hete brei heen. ,,Ik ben hier gekomen om eerste keeper te worden en dat wil ik nog steeds. Het is ergens wel een dubbel gevoel, want aan de ene kant ben ik wel een betere keeper geworden, maar uiteindelijk gaat het erom dat je dat wekelijks aan een groot publiek kunt laten zien. Dat dat nu niet kan, is af en toe vreselijk lastig.”

Cillessen: ,,Als Kenneth Vermeer destijds al bij het Nederlands elftal had gezeten, was ik waarschijnlijk niet naar Ajax gekomen." Cillessen: ,,Als Kenneth Vermeer destijds al bij het Nederlands elftal had gezeten, was ik waarschijnlijk niet naar Ajax gekomen."

Als eerste doelman van NEC en een van de grootste talenten van Nederland, die zelfs al even had mogen ruiken aan Oranje, leek het ruim anderhalf jaar terug geen slechte stap om naar Amsterdam te gaan. Daar moest Frank de Boer gaan beslissen over de opvolging van Maarten Stekelenburg en het was allerminst een uitgemaakte zaak dat Kenneth Vermeer de eerste erfgenaam zou zijn. Hoe anders liggen de verhoudingen nu. Vermeer ontwikkelde zich in ijltempo tot de onomstreden eerste keuze van De Boer en haalde op zijn beurt het Nederlands elftal, Cillessen machteloos achterlatend. ,,Ik kan niemand iets verwijten.” Met een knipoog: ,,Ja, misschien Kenneth, omdat die het zo goed doet. Als hij destijds al bij het Nederlands elftal had gezeten, was ik waarschijnlijk niet naar Ajax gekomen, daar kan ik eerlijk over zijn. Maar het is zoals het is. Ik doe het ook goed, de trainers zijn tevreden, maar er is op dit moment gewoon geen enkele aanleiding om te wisselen. Het zou nergens op slaan als ik nu van de daken zou gaan schreeuwen dat ik moet spelen.”

Cillessen vat zijn huidige rol bij wedstrijden van Ajax 1 samen als ‘wachten tot er iets gebeurt’. Dat bedoelt hij niet cynisch. ,,Als reservekeeper moet je constant scherp zijn, klaar zijn om er in te komen als er iets gebeurt. Het is simpel, maar tegelijk mentaal heel lastig. Er zijn misschien wel psychologische trucjes voor, het gaat er volgens mij vooral om hoe je een wedstrijd beleeft. Je kunt onderuitgezakt op die bank gaan zitten, met de beentjes omhoog en een houding van ‘even negentig minuutjes uitzitten en dan weer lekker naar huis’ of je kunt opgaan in wat er op het veld gebeurt en je betrokken tonen bij je team. Dat is ook onderdeel van je verantwoordelijkheid als profvoetballer, om ook paraat te zijn op de momenten dat je niet speelt. Ik heb het geluk dat ik vrij goed de knop kan omzetten. Als ik gefocust moet zijn, dan ben ik dat. Op de training kan ik tussen twee oefeningen door gewoon even ouwehoeren, maar als we weer verder gaan, kost het me geen enkele moeite om weer helemaal geconcentreerd te zijn.”

Die eigenschap vloeit voort uit de rust en onverstoorbaarheid die hij zelf van nature in zich heeft. Het zijn diezelfde eigenschappen die Cillessen terugziet in de topkeepers die hij bewondert: Iker Casillas van Real Madrid en Manuel Neuer van Bayern München. ,,Maar het is niet zo dat die jongens mijn idolen zijn. Ik heb als keeper maar twee idolen en die zijn allebei gestopt. De ene was Oliver Kahn, vanwege zijn absolute winnaarsmentaliteit en zijn instelling. Hij werd gehaat door sommige van zijn tegenstanders en voor veel Nederlanders belichaamt hij misschien de ‘foute’ Duitser, maar ik heb altijd genoten van zijn kwaliteiten als keeper.”

En zijn andere idool? Dat is de huidige directeur marketing van Ajax. ,,Edwin van der Sar. Die heeft zo’n geweldige uitstraling, nog steeds. Na afloop van Ajax – Steaua Boekarest kwam hij naar me toe om me te feliciteren en dan sta ik daar voor mijn gevoel nog steeds als een kleine jongen naast hem te stamelen. Hij blijft voor mij de beste keeper van de wereld.”

Tekst: Ajax.nl/Maarten Dekker
Foto's: Ajax.nl/Louis van de Vuurst