Holsheimer blijft manus van alles

Holsheimer blijft manus van alles

Gerard Holsheimer, directeur van De Toekomst, is op 1 juli vijfentwintig jaar in dienst van Ajax. Dat betekent een kwart eeuw aan ervaringen en herinneringen bij de Amsterdamse club.

Holsheimer vertelt met plezier over hoe zijn loopbaan bij Ajax begon. ,,Voordat ik bij Ajax in dienst kwam, was ik al acht jaar jeugdleider. Ik ben daarvoor gevraagd door de jeugdleider destijds, die ik kende. Ik had zelf gevoetbald, en had altijd al interesse in Ajax. Vanaf mijn achtste stond ik al voor een kwartje op de jeugdtribune. Vroeger verzamelde ik na afloop van een wedstrijd de rood-witte reclamebordjes, bij het Amstelstation. Aan het einde van het seizoen had ik bijna alle bordjes in mijn bezit. Toen ik ongeveer vijfentwintig jaar later bij Ajax ging werken, werkten we nog steeds met die bordjes. De bordjes werden toen door de voorverkoopadressen, ruim een week voor de wedstrijd, in de winkels opgehangen."


,,Als jeugdleider in die tijd was je een manusje van alles. Bob Haarms was trainer, maar ook assistent-trainer bij het eerste. Het kwam geregeld voor dat Bob niet mee kon naar een wedstrijd, omdat hij verplichtingen had met het eerste. Dan ging ik mee naar de wedstrijden. Als er iets gebeurde moest ik zelf bijvoorbeeld met een waterzakje het veld in rennen. Ik was geen trainer, maar er werd wel verwacht dat je enig inzicht had in het voetbal."


Een aantal jaren later werd Holsheimer als 'administrateur' ingeschakeld voor de salaris- en seizoenkaartenadministratie. Voor de overschakeling op geautomatiseerde systemen, werden seizoenkaarten handmatig aangetekend verstuurd en elke vrijdag werden de loonzakjes uitgedeeld. Hoe verder Ajax in de Europese toernooien kwam, hoe minder de administratie werd bijgehouden.


Holsheimer:,,Alles werd opzij geschoven om zoveel mogelijk kaarten te verkopen voor die wedstrijden. Het gevolg was dat de administratie hopeloos achterop raakte, tot ergernis van de accountant. Aan het einde van het jaar moesten zij een controle uitvoeren. De accountants namen dan noodgedwongen zelf een gedeelte van de boekhouding op zich. Ook mijn echtgenote hielp mee door 's avonds salarisstrookjes uit te typen."


De beschreven situatie was niet langer houdbaar, dus werd er nieuw personeel aangenomen. Holsheimer bleef de administratie controleren, maar ging ook vaak mee met het eerste elftal om allerlei zaken rondom de wedstrijden te regelen. Hij werd manager wedstrijdzaken, waar later ook veiligheidszaken bijhoorde. Zo gebeurde het dat hij, in de tijd van Kurt Linder, in Saoedie Arabië in een grote luxe feauteuil naar de wedstrijd zat te kijken. En in Ivoorkust bracht hij met de hele selectie een bezoek aan een kunstijsbaan. Samen met 'Wenen' zijn dit herinneringen waar hij met plezier aan terug denkt. Het waren hectische en drukke tijden, op vakantie kon hij niet, maar het was de moeite waard.


Een van dingen die in de loop der jaren is veranderd bij Ajax is natuurlijk de overgang van de Meer naar de Arena. Zelf had Holsheimer niet zo'n moeite met die overgang. ,,Ik werkte zelf de eerste jaren in de Arena en had tegelijkertijd een goede band met de jeugd omdat ik vaak op de Toekomst was. Ik kan het ergens wel begrijpen, maar ik vind het niet erg. Ook de commercialisering vind ik wel meevallen, het is gewoon noodzakelijk. Vroeger deden we alles met een paar mensen en vrijwilligers, nu zijn overal professionele mensen ingehuurd."


Mensen denken vaak met weemoed terug aan de Meer. ,,Ik hoor mensen vaak praten over hoe gezellig de Meer vroeger was. Maar ze vergeten dat een derde van de toeschouwers altijd door hekken waar prikkeldraad op was bevestigd heen moest kijken. Er was geen zicht op het hele veld. Maar áls je een goede plek had, was het wel gezellig. Bovendien hadden we in 1987 al business-seats. Omdat de markt daarvoor groeide, moesten ook mensen in de Meer daarvoor plaatsmaken. In de Arena kan iedereen onbelemmerd naar de wedstrijd kijken en zijn de business-seats en aanverwante zaken allemaal goed geregeld."


Drie jaar geleden vroeg toenmalig directeur Opleidingen Hans Westerhof, of Holsheimer directeur van de Toekomst wilde worden. Met veel inzet vervult hij zijn taken en fungeert hij als aanspreekpunt voor iedereen die op de Toekomst werkt. Hij koestert de mensen met wie hij al vele jaren werkzaam is, want juist die mensen maken Ajax zo bijzonder. En soms, als niemand anders kan, gaat hij nog wel eens mee met een jeugdelftal naar een toernooi. Dan regelt hij als vanouds tickets en allerlei andere wedstrijdzaken. Wat dat betreft is er nog niet zoveel veranderd bij zijn cluppie.