Hoofd opleidingen Van den Brom had goede leerschool

Hoofd opleidingen Van den Brom had goede leerschool

De Toekomst, het kloppende clubhart van Ajax, bestond het afgelopen seizoen tien jaar. Nu Ajax het nieuwe seizoen is begonnen, neemt de redactie afscheid van de serie ’10 jaar de Toekomst’. Dat gebeurt met een toepasselijk interview met John van den Brom, die tot 1 juli hoofd opleiding was.

De foto van de rondvaart door Amsterdam na de Champions League-overwinning gaat mee naar Apeldoorn De foto van de rondvaart door Amsterdam na de Champions League-overwinning gaat mee naar Apeldoorn

De voetbalsjaals en –foto’s en minigolfset zijn al ingepakt, tussen de dozen in schoont John van den Brom zijn computer op. Zijn kamer op de Toekomst is al niet meer die van hem, die bij AGOVV moet het nog worden. Van de Brom zal na vandaag nog één keer terugkomen op de Toekomst, voor het schudden van de laatste handen en de overdracht aan Jan Olde Riekerink, het nieuwe hoofd opleiding. Maar mentaal is hij eigenlijk al een tijdje weg.

Tijdens de Vanenavond op 5 juni nam Ajax officieel afscheid van Van den Brom. “Sindsdien ben ik hier niet meer elke dag. Dat hoeft ook niet meer: de Toekomst is dicht, het werk is gedaan, het seizoen is afgelopen. Dat is ook wel prettig, want anders ga je aan één stuk door.” Inmiddels is hij begonnen bij AGOVV. Hij kon rustig afstand nemen van Ajax na hele leuke, maar intensieve jaren. En langzaam toeleven naar zijn nieuwe baan, waar hij al langer zeker van is: Van den Brom was in de lente al rond met de Apeldoornse eerstedivisieclub, waar hij op 1 juli begonnen is. Zo’n drie jaar lang heeft hij dan voor Ajax gewerkt, het eerste jaar als trainer van Jong Ajax, de laatste twee als hoofd opleiding. Dit jaar rondde hij daarbij succesvol de cursus Coach Betaald Voetbal af.

“Ik verlang weer naar het veld, samenwerken met een team. Dat was leuk toen ik in 2003 hoofdtrainer was van de amateurs van Bennekom en zo ervoer ik het ook als trainer van de Beloften hier. Als hoofd opleiding sta je natuurlijk ook regelmatig op het veld, maar het verschil is groot tussen echt in een groep zitten of af en toe wat doen met verschillende groepen. En dat eerste heb ik gemist. Ik zat soms een hele dag achter mijn bureau, terwijl ik het liefst resultaatgericht bezig ben. Begrijp me niet verkeerd: als hoofd opleiding ben je ook permanent bezig om goede resultaten te behalen, maar als trainer zit je er door dagelijks met één groep te trainen nog meer bovenop. En dat staat het dichtst bij mij.”

Veertig jaar oud is hij nog maar, en de trainerswereld ligt voor hem open. De drie jaren bij Ajax beschouwt hij als een fantastische stap in zijn carrière, ook al stond hij het afgelopen seizoen minder op het veld dan hem lief was. “Wat ik hier allemaal heb geleerd is ongelooflijk. Ik begin mijn loopbaan als trainer nu met veel meer bagage. Trainer zijn van een profclub houdt zoveel meer in dan op een veld staan. Het is een managementfunctie. Je hebt met iedereen te maken: de andere trainers, de spelers, de medische staf, de scouting, de directie. En ze willen allemaal wat. Nou, ik heb hier wel geleerd daarmee goed om te gaan. Tijdens de cursus Coach Betaald Voetbal kreeg ik regelmatig theoretische vragen over al die belangen. Dan dacht ik: ‘Nou, dit maak ik dagelijks mee in de praktijk’. Ik ben blij en trots dat ik die leerschool hier heb mogen volgen. ” Van den Brom is – net als in zijn 18-jarige loopbaan als profvoetballer – ook als manager een teamspeler geworden. Was zich er al snel van bewust dat ieders doel hetzelfde is, en dat samenwerken voor een band zorgt.

Als trainer van de Beloften, in september 2004 Als trainer van de Beloften, in september 2004

Als coach weet hij dat hij soms ook egoïstisch zal moeten zijn. Momenteel is hij bezig de selectie op peil te brengen en gesprekken met spelers te voeren om te kijken of alle neuzen dezelfde kant op staan. Daarover zegt hij: “Ik wil aantrekkelijk en aanvallend spelen. Mijn kijk op voetbal is dezelfde als die van Ajax, dat kan ook niet anders natuurlijk. En dat is ook de kijk die ze bij AGOVV hebben.” Hij heeft bij Ajax genoeg gesprekken moeten voeren met mensen voor wie geen plaats meer is op de trein – dat hoort er ook bij als ‘manager’.

Van den Brom heeft voor drie jaar getekend bij de nummer laatst van het afgelopen seizoen. Al te grote ambities spreekt hij niet uit. Hij zegt te willen beginnen met opbouwen, om een stevige basis te leggen en te proberen een “succesje mee te pakken.” Hij stelt dat die kans vijftig procent is met het huidige periodetitel-systeem. Met het komende nieuwe stadion zal de club meer (financiële) mogelijkheden krijgen. Er valt nog genoeg te winnen in Apeldoorn. En daarna? “Ach, ik plan niets. Plannen is dromen en dat doe ik niet. Ik wilde trainer worden en dat ben ik nu. Vanaf nu zal ik ook afhankelijk worden van de resultaten. Als het goed gaat, komen er grotere clubs, als het niet goed gaat, moet ik misschien wel weg. Ik hoop in ieder geval dat ik me kan doorontwikkelen en vind dat ik daarvoor bij een mooie club terecht ben gekomen.”

Hij kijkt nog eens uit over de velden van de Toekomst. “Ik heb hier met zoveel plezier gewerkt”, zegt hij. “Al die zaterdagen dat ik om 9.45 uur bij de F-jes stond te kijken, te genieten van die jongens die zo trots zijn dat ze dat Ajax-shirt mogen dragen. Daarna de oudere jeugd, met als hoogtepunt het met z’n allen kijken naar de A-jeugd. En de hele dag door al die bekenden die je tegenkomt. Dan proef je de vereniging. Dat had ik ook toen ik hier aan mijn tweede periode begon. Ik ging hier als speler weg in 1995 en kwam zo’n tien jaar later terug als trainer van Jong Ajax. Er waren nog zoveel mensen over uit mijn eerste periode. Dat is voor mij ook het Ajax-gevoel: trouwe en gezellige mensen die met elkaar hard aan iets werken. En die zich ook betrokken voelen. Ik voelde me direct op mijn plaats. Dat geldt denk ik voor iedereen die hier heeft rondgelopen: je ziet niet voor niets dat er zoveel oud-spelers terugkomen om hier trainer of iets anders te worden.”

Maar voorlopig zal Van den Brom zich volledig gaan richten op zijn nieuwe club en functie. Hij zal de mensen hier gaan missen, zegt hij. “De tijd en de mensen waren te mooi om hier niet af en toe terug te zullen komen.” Maar iets plannen doet hij niet. Hij hoopt dat hij een aantal van hen nog zal zien als hij hier volgende week voor de laatste keer is, in zijn nieuwe functie van trainer. Eindelijk.