'Ibracadabra' terug in Amsterdam

'Ibracadabra' terug in Amsterdam

De spits die met zijn doelpunten zelfs de meest nuchtere voetballiefhebbers in vervoering brengt, keert woensdagavond terug in de Amsterdam ArenA. Zlatan Ibrahimovic. Nu spelend voor Paris Saint-Germain, maar ooit Ajacied en maker van de legendarische slalom tegen NAC.

Een zonovergoten Amsterdam ArenA, 22 augustus 2004. Het is twee tegen één. Vanachter duwt David Mendes da Silva in zijn rug, terwijl de bal van opzij wordt begeerd door diens medespeler Mike Zonneveld. In het nauw gedreven schudt hij beiden van zich af. Ogenschijnlijk moeiteloos. Zoals hij erna ook middenvelder Marcel Koning twee keer op het verkeerde been zet. Die graait naar zijn shirt, maar tast mis. Een wilde tackle, van Ronnie Stam. Oók mis. Alsof de actie van begin af aan wordt herhaald, duikt Mendes da Silva wéér op. Klaar om nog eens te worden uitgekapt. En jawel, dat gebeurt. Waarna alle hoop vergeefs wordt gevestigd op doelman Davy Schollen, de volgende figurant in het toneelstuk. Hij ziet de bal wel, maar te laat. Doelpunt!

Deze legendarische slalom zagen de toeschouwers die tien jaar geleden aanwezig waren bij het competitieduel tussen Ajax en NAC. Kunst, maar dan binnen een kader van kalklijnen. Gecreëerd door een Zweedse straatvoetballer in de spits bij Ajax, Zlatan Ibrahimovic. De 32-jarige aanvaller keert deze avond terug in de ArenA, maar dan met Paris Saint-Germain, de eerste tegenstander van Ajax in de poulefase van de UEFA Champions League.

22 augustus 2004: Zlatan Ibrahimovic loopt juichend weg na zijn wereldgoal tegen NAC Breda. 22 augustus 2004: Zlatan Ibrahimovic loopt juichend weg na zijn wereldgoal tegen NAC Breda.

Het is zijn zesde club, na Malmö FF, Ajax, Juventus, Internazionale, FC Barcelona en AC Milan. Grote namen, waarmee hij in een tijdsbestek van acht jaar elk seizoen kampioen werd. Van Italië tot Frankrijk: overal won hij minimaal één keer de landstitel. Met Ajax, waar hij van 2001 tot 2004 voetbalde, in 2002 en 2004. Grote Europese toernooien won hij niet, hoewel hij een opvallend record op zijn naam heeft staan: Ibracadabra is de enige speler die voor zes verschillende clubs in de Champions League scoorde.

Wat opvalt aan zijn doelpunten is de schoonheid. Er bestaan spitsen die een fenomeen werden dankzij intikkers en punters, maar Zlatan lijkt daar geen genoegen mee te nemen. Harde uithalen in de kruising, schoten die zijn gekruld als een cadeaulint of een elegante stift over de doelman; Zlatan kan de meest nuchtere voetballiefhebbers in vervoering brengen. Denk aan het doelpunt dat hij eind 2012 maakte in een oefeninterland tussen Zweden en Engeland. Een omhaal van wel 25 meter, over doelman Joe Hart die zijn strafschopgebied even had verlaten. In één woord: bizar. Een Belgische commentator riep bij dat duel door de microfoon: ,,God-de-lijk. Koude rillingen. Niet op dat brede lijf [van Zlatan], maar bij iedereen die dit aanschouwt.’’

Het zijn de momenten waarop Zlatan zich op positieve wijze profileert. Dan is hij een voetballer van misschien wel het kaliber Lionel Messi en Cristiano Ronaldo. Er is ook een meer duistere kant. Een voetballer met rafelrandjes, die op het veld niet zelden met vuur spuwt. In zijn biografie Ik. Zlatan blijkt waarom hij zich in een harnas van hardheid heeft gehuld. Bepaald niet makkelijk was zijn jeugd in de multiculturele volkswijk Rosengard in Malmö. ,,Thuis werd er niet aan knuffelen gedaan’’, zegt Zlatan in het boek. ,,Niemand vroeg: ‘Hoe ging het vandaag knulletje van me?’ Geen volwassene hielp je met je huiswerk en je hoefde niet te zeuren als iemand rot tegen je had gedaan. Het was chaos en ruzie. Op een dag viel ik van het kinderdagverblijf van een dak. Ik had een enorm blauw oog. Ik verwachtte een aai over mijn bol, maar kreeg een paar flinke draaien om mijn oren.’’ Hij was een ‘stomme idioot’, zeiden zijn ouders.

Hoewel zijn rebelse karakter tot botsingen en kaarten heeft geleid, heeft het op het veld ook een positief effect. Ontzag voor tegenstander kent Zlatan niet, angst al helemaal niet. De Zweed vergeleek zichzelf eens met Mohamed Ali. ,,Als hij zei dat hij iemand knock-out zou slaan in de vierde ronde, deed hij dat ook.’’ Die dadendrang gecombineerd met het instinct van een roofdier maakt hem een spits die moeilijk is af te stoppen. Eerder werd dat ook duidelijk bij een zijn vorige rentrees in de ArenA. Dat was in het kader van de Champions League in 2010, toen hij namens AC Milan zorgde voor de 1-1 gelijkmaker en eindstand.

Wat als hij woensdagavond weer een doeltreffende slalom maakt in de ArenA? Ongetwijfeld is de eerst gedachte een chagrijnige - het betreft immers een tegendoelpunt. Maar wie dat gevoel even opzij zet, zal met een minzame glimlach terugdenken aan dat ene spandoek dat ooit in de ArenA hing: ‘Zlatan, Son of God.’

Tekst: Ajax.nl/Fabian van der Poll
Foto's: Ajax.nl/Louis van de Vuurst