In 1969 lukte het...

Ajax maakt zich op voor de ontmoeting tegen Celtic. De Amsterdamse ploeg moet een 1-3 achterstand ongedaan zien te maken. In het seizoen 1968-1969 stond Ajax voor dezelfde opgave en slaagde. Benfica werd in de noodzakelijke beslissingswedstrijd uitgeschakeld.

In februari 1969 trof Ajax in het Olympisch Stadion Benfica uit Portugal. Het was een duel in de kwartfinale van het Europa Cuptoernooi voor landskampioenen. De Portugezen hadden onder andere Eusebio, de Nederlanders Cruijff. In eigen huis kwam Benfica na een half uur op voorsprong door een toegekende strafschop en vijf minuten later schoot Jose Torres de Zuid-Europese topclub naar 0-2. Na rust maakte Ajax snel de aansluitingstreffer, maar kon niet voorkomen dat het na ruim een uur spelen toch 1-3 werd.

Een schier onmogelijke opgave restte de equipe van coach Rinus Michiels in Lissabon. Reizen naar het stadion Estadio Da Luz en zelfs de geplande televisie-uitzending van de return gingen niet door. Die waren te duur voor een ogenschijnlijk uitgeschakeld Ajax.

Maar de wonderen waren de wereld niet uit. Al heel snel scoorde Inge Danielsson de openingstreffer, maar de scheidsrechter keurde die goal nog af. Danielsson zat niet bij de pakken neer en scoorde een minuut later wel 0-1. Na twaalf minuten schoot Johan Cruijff Ajax al naar 2-0. De stand was weer gelijk, uitdoelpunten telden destijds namelijk nog niet dubbel. Ajax stond na ruim een half zelfs in de halve finale doordat Cruijff ook voor 3-0 had gezorgd.

In de tweede helft had Ajax de score kunnen en moeten uitbouwen maar de Italiaanse scheidsrechter voorkwam dat eigen handig door een oogje dicht te knijpen bij overtredingen tegen onder andere Cruijff en Sjaak Swart. Benfica had het geluk wel aan zijn kant en zag via de onder kant van de lat de reddende goal alsnog binnenvallen.

Door die 1-3 uitslag was een beslissingswedstrijd noodzakelijk. In het Stade de Colombes in Parijs bleef de stand tot de 90e minuut 0-0. Een verlenging was noodzakelijk en na een korte pauze kwam Ajax als herboren het veld op. Een score van Cruijff en twee van Danielsson zorgden voor de overwinning van Ajax.

Ajax had het wonder verricht. Benfica was geklopt na een 1-3 achterstand na de thuiswedstrijd. Tot de eerste Cup met de grote oren kwam het nog niet. In de halve finale werd Spartak Trnava nog geklopt, maar in de finale was AC Milan met 4-1 te sterk.

Maar het liep ook anders. In het seizoen 1981-1982 verloor een piepjong Ajax in eigen huis, Olympisch Stadion, met 3-1 van Tottenham Hotspur en in de return was Ajax, geteisterd door blessures van de ervaren spelers, een stuk beter op dreef, maar moest het in de 69e minuut het hoofd buigen. Het werd uiteindelijk nog 3-0 voor de Engelse topploeg, waarbij Glenn Hoddle een van de dragende spelers was.

Recenter is de kwartfinale van de UEFA Cup 97-98. Ajax verloor in de Arena met 3-1 van Spartak Moskou. Het enige Ajax-doelpunt, de 1-2, werd, toevallig net als Ajax-Celtic van twee weken geleden, gemaakt door Shota Arveladze. Uit verloor Ajax met 1-0.