Jack Reynolds, man zonder vijanden, was één met Ajax

Jack Reynolds, man zonder vijanden, was één met Ajax

Jaap Visser van Kick uitgevers schrijft elke maandag een blog over de geschiedenis van Ajax. Deze week gaan we terug naar 12 november 1962, de treurige maandag waarop Ajax afscheid neemt van zijn geliefde succestrainer Jack Reynolds.

Een voetbalmens in hart en nieren, als oefenmeester een vakman met een visie en bovendien een reuze aardige vent. Jack Reynolds, de Brit met bolhoed die Amsterdammer was geworden, was geliefd in alle Ajax-kringen. Het is dan ook een drukte van belang op de Nieuwe Oosterbegraafplaats wanneer de eerste succestrainer van de club op maandag 12 november 1962 naar zijn laatste rustplaats wordt getild. Zo’n beetje heel Ajax komt ‘ome Jack’ eer bewijzen. Op weg naar de begraafplaats heeft de begrafenisstoet eerst het stadion aan de Middenweg aangedaan. Daar zal de tribune aan de lange zijde, tegenover de eretribune, drie jaar later tot de Reynolds-tribune worden gedoopt.

Ajax beter leren voetballen
De trainer in ruste, die Ajax liefst acht keer naar de landstitel leidde, overleed op 81-jarige leeftijd in de nacht van woensdag 7 op donderdag 8 november 1962 in zijn woning in de Copernicusstraat (Watergraafsmeer). De jonge Jack voetbalde als prof voor onder meer Sheffield Wednesday alvorens trainer te worden in Zwitserland, bij FC St. Gallen. De Duitse bond wilde hem als coach voor het Olympisch voetbalelftal dat in 1916 als gastheer zou optreden bij de Spelen van Berlijn. Maar dat zomerfeest ging niet door vanwege de Eerste Wereldoorlog die uiteraard ook de eervolle aanstelling van Reynolds verijdelde.

Jack toog naar het neutrale Nederland om Ajax te leren voetballen. Hij verdubbelde het aantal trainingsavonden, van één naar twee, deed aan tactische besprekingen, gaf krachttraining en oefende zijn spelers in een aanvallend samenspel dat iets weg had van totaalvoetbal lang voordat die term in het voetbal zijn intrede zou doen. Reynolds liet Ajax modern voetballen, met overleg en zorgvuldige passing zodat de bal veel werk opknapte.

Alles en iedereen trainen
Jack trouwde de Hollandse Jet, betrok een woning in de Copernicusstraat en op weg naar Ajax deed hij altijd de naburige sigarenzaak van De Vlieger aan, voor een kop koffie en een praatje. Bij Ajax trainde hij alles en iedereen; wie op de club aanwezig was, kon met Reynolds aan de slag, de enige voorwaarde die hij stelde, was dat zijn pupillen lid van Ajax waren.

Hij begon bij Ajax in 1915 en drie jaar later bezorgde hij de club zijn eerste landstitel. Na tien jaar kreeg hij bonje met het bestuur, stapte over naar Blauw-Wit, maar keerde in 1928 terug op het geliefde nest. In de jaren dertig beleefde Ajax een glorieperiode die als de Gouden Eeuw werd aangemerkt. Zeven afdelingstitels en vijf landstitels maakten Reynolds toen al tot de succesvolste Ajax-trainer ooit.

'Jack werd opgepakt en via een kamp in de duinen bij Schoorl afgevoerd naar een gevangenis in de buurt van Poolse Breslau'

Maar de sportieve voorspoed werd in 1939 abrupt afgebroken door de oorlogsdreiging. Cruciale onderdelen van de geoliede Reynolds-machine vielen weg door de mobilisatie. Zo moest ook goalgetter Piet van Reenen onder de wapenen. En toen de Duitsers daadwerkelijk Nederland kwamen binnenvallen, werd Jack opgepakt en via een kamp in de duinen bij Schoorl afgevoerd naar een gevangenis in de buurt van Poolse Breslau. De familie De Vlieger (van de sigarenzaak) ontfermde zich over de volledig uit het veld geslagen Jet Reynolds. Zij was er aan het einde van de oorlog vast van overtuigd dat haar echtgenoot de detentie in het Nazi-rijk niet had overleefd. Maar Jack stond in 1945 toch ineens voor haar neus en overmand door emoties zou mevrouw Reynolds op dat moment zijn flauwgevallen.

Gekneed door Reynolds
Terug in Amsterdam probeerde de bevrijde Brit de draad op te pakken. Hij zou Ajax weer trainen van 1945 tot 1947 en op 67-jarige leeftijd het verzoek honoreren om als trainer nog een poos waar te nemen. Alles bij elkaar een kwart eeuw in dienst van Ajax, winnaar van vijftien afdelingskampioenschappen en acht landstitels, grondlegger van de jeugdopleiding, dat de aula van de Nieuwe Oosterbegraafplaats op 12 november 1962 stampvol is, wekt geen verwondering. Er zijn oud-internationals die door Reynolds zijn gekneed, zoals Piet van Reenen, Wim Volkers, Dolf van Kol, Joop Stoffelen en Guus Dräger. En internationals van de jongste lichting: Piet Ouderland, Tonnie Pronk, Sjaak Swart en Bennie Muller. Voorziter Jan Melchers neemt het woord en zegt met luide stem: ‘Jack, jij had geen vijanden, Ajax en jij waren één.’

Kick uitgevers is de boekenpartner van Ajax en uitgever van het Jaarboek dat een nieuwe formule heeft gekregen en zal uitgroeien tot de Ajax-Encyclopedie.

Foto: Ajax Images

KOOP HIER HET AJAX JAARBOEK