John van 't Schip boekt progressie

Steeds meer Ajacieden vinden na hun actieve voetbalcarrière de weg terug naar Ajax. Als directielid, bestuurslid, trainer, leider of scout hebben ze bewust gekozen voor een tweede voetballeven bij hun eerste voetballiefde. In deze kerstspecial vertellen de oud-spelers over hun carrière van toen en over hun werkzaamheden van nu. In deze aflevering John van 't Schip, trainer van Jong Ajax.

John van ’t Schip is voor het tweede opeenvolgende seizoen trainer van de Beloften van Ajax. Vorig seizoen had hij slechts een handvol spelers tot zijn beschikking, dit seizoen beschikt hij gelukkig over een grote selectie. ,,Vorig seizoen deed ik het alleen, ik had ongeveer vijf spelers om mee te werken. Nu heb ik een grote groep en doe ik het samen met Marco van Basten. En dat vind ik een ideale situatie. Het is prettig voor mij, en het is goed voor de spelers, zo krijgen ze meer aandacht. Bovendien verloopt de samenwerking met Marco van Basten plezierig. We doen alles samen, Marco was in het begin een beetje onwennig, maar nu niet meer. We overleggen veel met elkaar, en als we eens van mening verschillen, komen we daar altijd wel uit. Meestal zitten we echter op één lijn.''

Aan het begin van het seizoen speelde Jong Ajax nog niet zoals het trainersduo het graag zou willen zien. ,,De laatste twee maanden gaat het beter'', constateert Van 't Schip. ,,Vanaf het begin zijn we met het team bezig en eerst zagen we wat we op de training oefenden, niet vaak in de wedstrijd terug. Dat verandert nu. Ik zie dat de jongens meer leiding geven aan elkaar, ze verdedigen meer van achteren uit, als wij de bal naar voren schieten of de tegenstander speelt terug, dan schuift een hele linie mee door naar voren. Ze beginnen goed met elkaar te communiceren, ze pakken meer samen op. Ze durven elkaar nu meer te corrigeren dan in het begin. Nog niet voldoende, maar dat is ook inherent aan zo’n jong team. De spelers zijn nog veel met zichzelf bezig. Maar er is duidelijk progressie waarneembaar, het worden meer automatismen. En ik vind dat de spelers individueel dingen beter oppakken. Aan het begin van het seizoen moesten we veel vanaf de zijlijn coachen, nu veel minder, we kunnen wat rustiger blijven zitten. Maar als het verslapt, zitten we er bovenop. En het kan natuurlijk altijd beter.''

,,De start van de competitie was moeizaam. We pakten wel punten, maar het spel was niet goed. En goed voetballen, dat is wat we willen. Ik hoop dat we na de winterstop kunnen voortborduren op het spel van de laatste weken. Maar het is een beetje afwachten hoe de bezetting zal zijn, want in de winter gaat de transfermarkt weer open. Het zou kunnen dat we een paar spelers de tweede helft van het seizoen moeten missen. Ons streven is echter een grote groep te houden en dezelfde positiebezetting.’’

Naast het opleiden van jonge talentvolle spelers, heeft Van ’t Schip zich als doel gesteld op alle fronten zo goed mogelijk mee te blijven doen. ,,We spelen nog in de Amstel Cup voor Beloftenelftallen en staan er redelijk voor in de competitie. Als je landskampioen wordt of de Amstel Cup voor Beloften wint, mag je meedoen in de ‘grote’ Amstel Cup. En dat is voor ons net zoiets als de Champions League. Het is goed voor de uitstraling van de club als je twee teams in dat toernooi hebt en voor de spelers is het goed om op dat podium te spelen. Ze krijgen zo wat meer aandacht van bijvoorbeeld de media. Zo kunnen ze op dat gebied ook wat ervaring opdoen.’’

Media-ervaring heeft Van ’t Schip zelf natuurlijk genoeg. ,,Ik mis het niet hoor, het continu in de schijnwerpers staan. Ik vind het wel lekker zo, een beetje op de achtergrond. Wat ik wel mis, is het voetballen zelf. Het trainen, het fit zijn, de druk en de successen. Ik ging elke dag met plezier naar de training. Na mijn actieve voetbalcarrière heb ik een jaar rustig aan gedaan. Ik deed de trainerscursus en wat voor televisie met Italiaans voetbal. Daarna ben ik gaan trainen, maar het eerste jaar als trainer was ik nog teveel voetballer. Je hebt een periode nodig om om te schakelen. Nu voel ik me wel echt een trainer.''

,,Het verschil tussen mijn eerste en mijn tweede ‘voetballeven’ is dat je in het eerste leven veel meer met jezelf bezig bent. Als speler onderga je alles, nu ben ik veel bewuster met het spelletje bezig. Ik moet zelf denken, praten, ik beleef het veel bewuster.’’

Een van de mooiste momenten van Van ’t Schip tijdens zijn eerste voetballeven was het winnen van de UEFA Cup in 1992. Het was tevens zijn laatste wedstrijd voor Ajax. In de uitwedstrijd in de finale om de UEFA Cup speelden we 2-2, thuis bleef het 0-0.

,,Beide wedstrijden waren heel spannend. Ik geloof dat we thuis in de laatste minuut nog een bal op de lat kregen. We hadden ook een jong elftal, net als nu het eerste. Ik speelde goed. Naar aanleiding van mijn spel onder ander in die Europese wedstrijden kocht Genua me na dat seizoen.''

Wat is het 'Ajax-gevoel' voor Van 't Schip? De trainer hoeft er niet lang over na te denken. ,,Ik speel vanaf mijn twaalfde bij Ajax. Een groot gedeelte van mijn leven heb ik bij de club doorgebracht. Het was vroeger een droom om bij Ajax te spelen. Waar het gevoel ook mee te maken heeft is het feit dat de mensen die toen bij Ajax waren, er nu nog zijn. Cas Harms bijvoorbeeld, was mijn eerste leider. Later is hij leider geweest bij de A1 die ik trainde. En zo zijn er nog meer personen. De jongens met wie ik voetbalde zijn er nu nog. En eigenlijk komen er steeds meer terug, dat versterkt het gevoel. Iedereen is bezig met hoe Ajax het beste kan renderen.´´

De kerstdagen bracht Van 't Schip door met zijn gezin op de Waddeneilanden. ,,Voor 2004 wens ik iedereen veel gezondheid, ik hoop dat Ajax een succesvol jaar zal hebben, met een kampioenschap en betere prestaties in de Champions League'', lacht hij.