John van 't Schip denkt aan de toekomst

Die soepele en swingende Ajax-buitenspeler van weleer flitst niet meer langs de zijlijn, maar is er tegenwoordig naast te vinden. Als trainer van de A1 begeleidt oud-international John van 't Schip (36) jeugdspelers in die laatste, belangrijke stap: van de Toekomst naar de ArenA.

,,Het idee om trainer te worden, heeft zich bij mij in Italië ontwikkeld. Tijdens mijn vier jaar in de Serie A in Genua, heb ik met acht verschillende trainers te maken gehad. Niet dat die allemaal zo slecht waren, maar enige lijn in hun werkwijze kon ik doorgaans niet ontdekken. Toen het einde van mijn loopbaan zo'n beetje in zicht kwam, begon ik erover na te denken wat ik na het voetballen moest gaan doen. Toen in 1996 duidelijk werd dat ik er door chronische blessures een punt achter moest zetten, besloot ik de trainerscursus te gaan doen en het verder wel te zien. Inmiddels ga ik er zo in op en ben ik zo ver dat ik zeg: ik wil hogerop. In de loop der jaren steeds beter worden en op een gegeven moment ergens eindverantwoordelijke zijn.''

,,Gelukkig mocht ik op de cursus Oefenmeester 1 beginnen, de andere stappen kon ik overslaan. Aanvankelijk was het helemaal terug naar de schoolbanken voor mij, want ik had geen enkele ervaring als trainer. Gelukkig wordt dat weer grotendeels gecompenseerd dootdat je heel je leven al op het veld staat, en met toptrainers als Van Gaal, Michels en Cruijff hebt gewerkt. Dingen als over een organisatie nadenken, voor een groep staan, analytisch naar een wedstrijd kijken, heb ik me allemaal eigen moeten maken.''

,,Het eerste half jaar van de cursus deed het me eigenlijk niet zoveel, dat kwam doordat ik alleen les kreeg en er verder geen club bij had. Toen ik het laatste half jaar bij AFC en hier bij Ajax wat ging meelopen, werd ik al enthousiaster. En vanaf het moment, twee jaar terug, dat ik hier ging werken, ga ik er volledig in op. Bij de D en de B ben ik begonnen en sinds dit seizoen houd ik me met de A bezig.''

Wisselvallig
,,Dit jaar is nogal wisselvallig geweest, goede resultaten werden afgewisseld met mindere. Feyenoord is kampioen geworden. Tja, zo'n seizoen kan er op zich een keertje tussen zitten. De meeste jongens in dit elftal moeten nog veel leren, willen ze de stap naar het professionele voetbal kunnen maken. Maar je hebt ook jongens erbij, waarbij je een hele goede ontwikkeling ziet. En jongens waarvan je veel had verwacht, maar die wat zijn tegengevallen. Ze zitten nu in een heel interessante leeftijd, waarin beslissingen voor de rest van hun leven kunnen vallen.''
,,Een onderdeel dat bij hen allemaal nog beter kan, is het maken van de juiste keuzes. Het direct zien hoe een tegenstander aan een wedstrijd begint. Wanneer je doorhebt dat je tegen een zeer verdedigend ingestelde tegenstander staat die totaal geen initiatief toont, moet je je daar op instellen en die bal wat langer laten rondgaan. Af en toe gaat het ook goed, hoor. We hebben toernooien gespeeld, ik weet nog een wedstrijd tegen Stuttgart, die speelden met slechts één spits, de rest liet zich helemaal terugzakken. Speel maar rond tot ze eruit komen, bleef ik maar aangeven. En op het moment dat ze wat ruimte weggeven, die bal diep spelen. Dat ging heel goed toen. Inspelen op wat de tegenstander doet, daar gaat het om. Als individu en als elftal.''

Resultaat of opleiden
,,Wanneer je je met jeugdvoetbal bezig houdt, word je bijna dagelijks met die belangrijke vraag geconfronteerd: staat het pure resultaat voorop of het opleiden? Spelers naar de echte A-selectie kunnen doorsturen, is voor Ajax als club heel erg belangrijk. Maar ja, we zijn natuurlijk afhankelijk van wat er aan de overkant gebeurt. We kunnen opleiden wat we willen, maar ze moeten het daar ook durven af en toe een jonge jongen erbij te halen. Hij blijft dan wel in de A1 spelen, maar krijgt toch die indicatie dat hij zijn doel kan bereiken. Bovendien werkt dat stimulerend voor alle geledingen van de jeugdopleiding. Naar die situatie moet je als Ajax toch weer terug, daar is de club groot mee geworden.
De laatste jaren lijkt het allemaal een beetje teveel voorgeprogrammeerd: Van de A1 naar het tweede en dan voorzichtig aan het eerste ruiken.''

Naam hooghouden
In mijn tijd, hoorde je in de rust van de A1 weleens: morgen zit je op de bank bij het eerste. Daar krijg je zo'n kick van. Toen ikzelf, begin jaren tachtig was dat, debuteerde, hadden jongens als Kieft, Rijkaard en ik het geluk dat we met routiniers als Johan Cruijff, Piet Schrijvers en Wim Jansen mochten samenspelen. En met spelers in de kracht van hun leven zoals Soren Lerby en Jesper Olsen. Dat was een hele goede mix van jong en oud. Die oudere gasten stuurden je. Als die zeiden: rust, bal rondspelen, ging je er niet mee lopen en er wat leuks mee doen. Want dan kreeg je het echt wel te horen, dat was je nog niet jarig. Dat haalde je niet in je hoofd. Je ging mee in hun fanatisme. In eerste instantie op de training, vervolgens in wedstrijden. Een zeer degelijke leerschool.''
,,Qua niveau, qua talent is er bij de jeugd volgens mij in al die jaren niet veel veranderd. Maar ze moeten kansen krijgen. Dan zal een vaste jongen van het tweede of eerste maar eens gepasseerd worden, nou, dat moet dan maar. Als Ajax hebben we toch, in de hele wereld, een naam hoog te houden wat onze jeugdopleiding betreft. Daar heeft de club een grote verantwoordelijkheid in, denk ik. Door allerlei omstandigheden, het Bosmanarrest noem maar op, is dat versloft, maar daar moeten we langzaamaan toch echt weer naartoe.''

Motivatie
,,Als een jeugspeler een keer bij het eerste op de bank mag zitten al gaat het maar om tien minuutjes invallen wordt hij verschrikkelijk gestimuleerd. Voor zo'n medespelers geldt dat natuurlijk ook: die realiseren zich: Hé, het is dichtbij, de volgende keer kan ik het zijn. Ze moeten hun kansen kunnen ruiken, anders daalt op een gegeven moment de motivatie en dat werkt naar lagere leeftijdsklassen door. Ons werk op De Toekomst is op een gegeven moment af. Daarna zouden de jongens zich moeten verder ontwikkelen door af en toe bij het tweede of eerste, mee te trainen. Want dan wordt zo'n jongen ermee geconfronteerd dat hij qua tempo en kracht tekort om daar vervolgens fanatieker aan te gaan werken.''
,,Zelf dreef ik als voetballer grotendeels op mijn individuele kwaliteiten. Nu is het niet zo dat ik daar als trainer de nadruk op leg, maar ik vind het wel erg belangrijk. Daar beslis je toch wedstrijden mee. Die jongens die voorin spelen, moeten zorgen dat ze zo gunstig aan de bal komen dat ze de 1tegen1actie kunnen maken. Dus is het zaak voor de anderen even weg te blijven, het gat niet dicht te lopen.''

,,Krijgt een buitenspeler de bal in een gunstige positie en gaat hij dat duel aan, is balverlies niet erg. In principe heb je 50 % kans; of je gaat erlangs of je bent 'em kwijt. Wanneer de vorm goed is, ga je er veel vaker langs. Heb je de vorm niet, moet je terugvallen op je taak.''

,,Ja, misschien is dat specifiek iets van mij als trainer. Maar ik werk natuurlijk wel in een organisatie, met bepaalde regels en principes. Daar moet ik me aan houden, daar kan ik ook altijd op terugvallen. Dat geldt voor m'n jongens ook. Ze moeten eerst goed in het collectief kunnen meedenken, hun waarde voor het elftal hebben. Pas dan kunnen die individuele kwaliteiten naar boven komen.''

MARTIN VAN ZAANEN
Uw Kick Off is geld waard
Dit interview is afkomstig uit de Kick Off Ajax - AZ. Voortaan zijn met het Ajax- programmablad prijzen te winnen. Op de voorpagina staat een nummer waarmee kans wordt gemaakt op een ABN AMRO Ajax-rekening (met een startkapitaal van 250 gulden) of een Ajax-horloge beschikbaar gesteld door Engelhard en Clal/Drijf-hout. Tijdens de rust maakt de stadion-speaker de winnende nummers bekend. De week na de wedstrijd moet dan contact worden opgenomen met Z-press sport & media Sport Media 078-6397070.
De Kick Off is iedere wedstrijd te koop bij alle ingangen en na afloop ook nog in de Ajax-fanshop. Prijs 3,50 gulden.