Jong Ajax morele kampioen

In een rechtstreekse confrontatie met Jong Heerenveen, de nummer twee van de Beloftencompetitie, kwam Ajax als winnaar uit de bus. Urby Emanuelson scoorde voor rust de enige treffer van de wedstrijd. Jong Ajax is nu virtueel kampioen met vier punten voorsprong, maar door de strafaanklacht van openbaar aanklager van de KNVB, waaronder drie punten in mindering voor Jong Ajax, moet het kampioensfeestje nog even worden uitgesteld.

Normaal gesproken kan John van ’t Schip rekenen op wel meer dan twee invallers uit de A-selectie. Maarten Stekelenburg en Daniël de Ridder, zondag nog invaller tegen Zwolle, konden wel meedoen, maar door de vele blessures in die groep, moest de trainer zich wenden tot de A1 van Danny Blind. Ryan Babel, zondag ook al op de bank bij het eerste elftal, Hedwiges Maduro en Urby Emanuelson kregen daarom een plek in de basis. Babel begon als linksbuiten, Jason Culina in de spits, met Michael Krohn-Dehli achter hem. Opvallend in de opstelling was ook dat Robin Muller van Moppes als rechtsback speelde.

Heerenveen liet vanaf de aftrap al zien dat het voor de overwinning ging. De eerste bal was namelijk een verre haal naar voren, maar die was makkelijk op te vangen voor de Ajacieden. Meteen daarna stuurde Krohn-Dehli Daniel de Ridder weg, maar diens voorzet belandde in het zijnet. De toon van de wedstrijd was evenwel gezet: beide teams gingen voor de belangrijke overwinning. De winnaar van de avond namelijk maakt de meeste aanspraak op de titel, er rekening mee houdende dat Ajax drie punten in mindering krijgt wegens de gebeurtenissen op de Toekomst twee weken geleden.

In de eerste helft kreeg zowel Ajax als Heerenveen wat kansen, al was Ajax iets gevaarlijker. Zo belandde een hoge voorzet van Babel plots voor de neus van De Ridder, die in een keer uithaalde. Zijn inzet viel verrassend dicht bij de doelpaal over de lijn, maar wel aan de verkeerde kant. Babel zelf had tien minuten voor rust eigenlijk moeten scoren, maar zijn schot ging maar net voorlangs.

Voor Heerenveen was Samaras in de beginfase bijna gevaarlijk na een verdedigingsfout van Jerold Promes. Gelukkig was José Valencia er snel bij om op te ruimen. Een goed genomen vrije trap van Van Eijk werd door Maarten Stekelenburg vlak voor de pauze uitstekend gevangen.

In de veertigste minuut was het Urby Emanuelson die uit een vrije trap van Krohn-Dehli aan de linkerkant de bal voor zijn voeten kreeg. Hij draaide zich om en schoot snel tussen alle mensen door in het doel. De verdediging en de keeper van Heerenveen, ex-Ajacied Boy Waterman, waren verslagen.

Na rust werd de wedstrijd aantrekkelijker om te zien. ,,Heerenveen moest veel risico’s nemen’’, verklaarde John van ’t Schip. ,,Daardoor kregen wij veel ruimte.’’
Die ruimte leidde tot een zeer amusante slotfase. De Ajacieden kwamen af en toe tot oogstrelende acties, waaruit Muller van Moppes een kwartier voor tijd had moeten scoren. Even later zette Culina, na een vloeiende aanval, voor, maar die bal kon nog net door Hooiveld tot corner worden gekopt.

Ook Heerenveen kreeg een grote kans. Daar de voorsprong nog steeds miniem was, volgden de vele toeschouwers elke aanval van de Friezen met ingehouden adem. De adem stokte zeker toen een vrije trap van de gasten door niemand werd aangeraakt en gelukkig voor de Amsterdammers, net naast het doel stuitte.

In de laatste minuut van de reguliere speeltijd kreeg De Ridder een opgelegde kans om de overwinning veilig te stellen. Na een solo vanaf de rechterkant schoot hij in de verre hoek. Waterman was geklopt, maar de bal gleed net voorlangs. Scheidsrechter Zeinstra wilde echter van geen ophouden weten en liet nog enkele minuten doorspelen. Bij een corner van Heerenveen, na zo’n vijfennegentig minuten spelen, kwamen alle Friezen mee naar voren, inclusief de keeper. Het was alles of niks. Patrick Hoep kreeg de bal in zijn voeten, haalde hard uit, maar ook hij zag de bal voorlangs gaan.

Daarmee versloeg Ajax een belangrijke concurrent, zonder de trainer qua voetbal echt tevreden te stellen. ,,Ik vond dat wij niet echt goed speelden'', aldus Van 't Schip. ,,Heerenveen daarentegen speelde ook geen oogstrelend voetbal. Maar je weet dat het tegen Heerenveen moeilijk voetballen is. Zij winnen elke keer net, of verliezen net, dat geeft aan hoe professioneel zij een wedstrijd kunnen winnen.''

,,Uit een paar counters creëerden we wat mooie aanvallen omdat zij veel risico's namen. Maar wij konden de wedstrijd niet dicteren. Als wij in goeden doen waren geweest hadden we die kansen af kunnen maken. Er waren genoeg grote kansen, vooral in de eindfase, waar echter maar weinig uitkwam. Je weet dat je altijd een of twee van die kansen tegen krijgt. Daar zaten we toch goed bij, dus uiteindelijk hebben we verdiend gewonnen.''

Eigenlijk had dit de kampioenswedstrijd moeten zijn. ,,Bij de jongens leefde niet echt het gevoel dat ze de kampioenswedstrijd speelden. Ik vond de sfeer en de beleving niet zoals het had moeten zijn. Maar het is natuurlijk een rare situatie. In goed overleg met de directie is besloten dat we in beroep gaan tegen de aanklacht. Ik hoop dat de KNVB het belang van het voetbal dient door de raddraaiers die tegen Feyenoord het veld op kwamen en sloegen te straffen, en niet de jongens die een heel jaar hard trainen en hard werken voor de titel. Maar mocht de beslissing toch in ons nadeel vallen, zullen we toch moeten winnen van PSV. We moeten ons zo goed mogelijk op die wedstrijd voorbereiden. Als we winnen van PSV worden we sowieso kampioen’’, aldus Van ’t Schip.