Jong Ajax toont ruggegraat in fysiek duel

In een wedstrijd die doelpuntloos leek te eindigen, wist Jong Ajax in de laatste tien minuten alsnog drie punten te veroveren. Jong RKC, tweede op de ranglijst in de Beloftencompetitie, werd met 2-0 verslagen. Twee A-junioren zorgden voor de Amsterdamse productie.

Naast de vaste spelers van Jong Ajax kon coach John van ´t Schip beschikken over Boukhari, Yakubu en De Jong van de A-selectie. De laatste twee vormden de centrale verdediging, Boukhari begon op de linkervleugel. Jerold Promes, rechtsback, en Daniel de Ridder, rechts op het middenveld, beiden uit de A1, completeerden de elf. A-junioren Kenneth Vermeer, Randy Rustenburg, Robin Muller van Moppes en Fred Benson Erchiah zaten op de reservebank.

Meteen vanaf de aftrap waren beide teams fel en fanatiek. Al na vier minuten leverde dat een klein kansje op voor RKC-er Assouiki. Na een vloeiende aanval kreeg de rechtsbuiten de bal in zijn voeten, maar zijn schot belandde in de handen van Robert Zwinkels. Twee minuten later kreeg Ajax aan de overkant eenzelfde kans. Na een overtreding op Bechan, die een behoorlijke schop van zijn tegenstander had gekregen, schoot Bechan zelf in handen van de Waalwijkse doelman. De toon was gezet.

Erg grote kansen waren er voor beide teams niet in de eerste helft. De strijd speelde zich voornamelijk af op het middenveld en werd gekenmerkt door het fysieke element. Aangezien de tegenstander over wat grotere en sterkere spelers beschikte, dolven de Ajacieden nogal eens het onderspit. Vooral Kiran Bechan moest het ontgelden; de kleine en wendbare rechtsbuiten werd stevig aangepakt.

Vlak voor rust begon RKC aan te dringen op een openingstreffer. Vooral Jason Oost gaf vanaf links gevaarlijke voorzetten, maar zijn teamgenoten konden geen van de kansen verzilveren. Ajax had eveneens een aantal kansen op de 1-0 in de eerste helft. Slordigheid en buitenspel voorkwamen echter een Amsterdams doelpunt, want keeper Ottoy werd niet echt zwaar op de proef gesteld.

Na rust veranderde niet veel aan het spelbeeld: grote kansen bleven uit, het spel was fysiek en duels werden voornamelijk op het middenveld uitgevochten. Zo´n twintig minuten na rust besloot Van ´t Schip een verse kracht in te zetten. De murw geschopte Bechan mocht zijn blauwe plekken tellen op de bank, de jonge Muller van Moppes kwam voor hem in het veld.

Nog veranderde het spel niet en het leek af te gaan op een duel zonder doelpunten. Acht minuten voor tijd wisselde Van ´t Schip nog eens. Daniel de Ridder, die nooit echt lekker in de wedstrijd zat, mocht naar de kant voor zijn teamgenoot Fred Benson Erchiah. Nauwelijks een minuut na de wissel besloot Promes, die ruimte voor zich zag, mee op te komen naar voren. Tot zo´n tien meter buiten het strafschopgebied werd hij door niemand gehinderd. Toen de eerste tegenstander op hem afkwam, kaatste Promes de bal naar rechts, liep door, ontving de bal terug en lobde hem beheerst over de uitgekomen Ottoy. Zo stond het geheel onverwacht 1-0 voor Ajax.

In blessuretijd verzekerde Ajax zich van de overwinning en drie kostbare punten. Michael Krohn-Dehli versierde aan de linkerkant buiten het strafschopgebied een vrije trap voor Ajax. De bal kwam hoog voor, ongeveer zes mensen sprongen tegelijk op, waaronder de net ingevallen Benson Erchiah. Die kreeg als laatste zijn hoofd tegen de bal en gaf hem net voldoende richting en vaart mee om in het doel te belanden. Zo versloeg Ajax de nummer twee van de ranglijst en klom het zelf van de achtste naar de zesde plaats.

John van ´t Schip was na afloop een tevreden man. ,,Het was geen goede wedstrijd. RKC had grote jongens, het spel was fysiek en daar hadden wij moeite mee. Vooral op het middenveld kwamen wij in fysiek opzicht tekort. Na rust had Bechan eigenlijk de grootste kans voor Ajax, maar RKC had ook twee kansen. Na de plotselinge 1-0 voorsprong verwachtte je eigenlijk dat tweede doelpunt niet meer. Voor de jongens is dit een heel belangrijke overwinning. We kunnen nu weer een beetje naar boven kijken. Deze wedstrijd moesten we winnen om weer aansluiting met de teams boven ons te krijgen en dat is gelukt." Aanvoerder Valencia was het met zijn trainer eens: ,,Het was knokken, maar we hebben laten zien dat we dat kunnen. Dit hadden we nodig, het is goed voor iedereen in het team."