Klaas Nuninga ondervindt het Ajax-gevoel vooral op De Toekomst

Steeds meer Ajacieden vinden na hun actieve voetbalcarrière de weg terug naar Ajax. Als directielid, bestuurslid, trainer, leider of scout hebben ze bewust gekozen voor een tweede voetballeven bij hun eerste voetballiefde. In deze kerstspecial vertellen de oud-spelers over hun carrière van toen en over hun werkzaamheden van nu. In deze aflevering Klaas Nuninga, bestuurslid en commissaris.

Op de nieuwsjaarkaart met oud-spelers die nu nog bij Ajax werkzaam zijn, mag Klaas Nuninga natuurlijk niet ontbreken. Nuninga is met alle respect voor de leeftijd, de wijste van het stel. Van 1964 tot en met 1969 speelde Nuninga meerdere legendarische wedstrijden uit de Ajax-historie. Ajax' bestuurslid en commissaris technische zaken over Wesley Sneijder, voetballen op Tweede Kerstdag en een wens voor het komende jaar.

Nuninga keerde in het jaar 2000 officieel terug bij zijn club. Hoewel de Winschotenaar Ajax nooit uit het oog had verloren, was hij vereerd met de aanstelling tot bestuurslid en commissaris technische zaken. Nuninga: ,,Ajax is natuurlijk mijn club. Vooral op De Toekomst voel ik me helemaal thuis. Daar ondervind ik het Ajax-gevoel. De discussies tussen en met de jeugdtrainers, oud-spelers en oud-internationals vind ik fantastisch. De Toekomst is eigenlijk het hart van Ajax. Daar wordt in alle facetten de basis gelegd. De speelwijze, de opleiding van de spelers, alles..."

Nuninga kan zijn woorden staven met feiten, want op de vraag welke spelers van Ajax 1 hem het afgelopen jaar in positieve zin zijn opgevallen, antwoordt hij resoluut: ,,Sneijder. Ik vind het vreselijk knap hoe zo'n klein mannetje zich weet te handhaven en zich bovendien verder ontwikkelt. Zijn kleine postuur compenseert hij met zijn tweebenigheid. Dat doet hij vreselijk knap."
Ook Zlatan Ibrahimovic heeft het afgelopen halfjaar iets losgemaakt bij de voormalige nummer 10. ,,Hij is veel balvaster geworden en lijdt minder balverlies. Dat is in het hedendaagse voetbal voor een spits absoluut niet eenvoudig. De ruimtes zijn veel kleiner dan vroeger en dat maakt het vooral voor een spits veel moeilijker."

Het bestuurslid technische zaken spreekt uit ervaring. Tussen 1964 en 1969 speelde hij 187 officiële wedstrijden voor Ajax en scoorde 88 keer. ,,Toen Johan Cruijff doorkwam, speelde ik trouwens geen spits maar stond ik meer op de nummer 10 positie. De kracht van ons was dat we een elftal hadden met meerdere spelers die konden scoren. Cruijff natuurlijk, maar ook Swart, De Groot, Keizer en ikzelf scoorden allemaal veel. We hebben in een seizoen eens 122 goals gemaakt. Dat record staat nog steeds. Voor mij als aanvallend ingestelde voetballer gaf dat een enorme voldoening."

Blij was Nuninga ook met de wedstrijden op Tweede Kerstdag. ,,Dat was toen de normaalste zaak van de wereld. Soms speelden we zelfs op een licht bevroren veld met sneeuw. Het waren vaak de wedstrijden die het drukst bezocht werden, omdat iedereen dan vrij had en naar het stadion kwam. Op Eerste Kerstdag moest je daar met eten en drinken natuurlijk wel rekening mee houden, maar het was nooit een belasting. Volgens mij hebben we nog een keer een wedstrijd in De Kuip op Tweede Kerstdag gespeeld."