Kreek hamert op eigen initiatief

Kreek hamert op eigen initiatief

Voor jonge voetballers wordt tegenwoordig zo veel geregeld, dat ze niet meer gewend zijn om zelf initiatief te nemen, constateert Michel Kreek. Als trainer van Ajax D1 probeert hij zijn spelers zo te stimuleren dat ze toch zelf met oplossingen komen.

Michel Kreek. FOTO: Sander Nieuwenhuys. Michel Kreek. FOTO: Sander Nieuwenhuys.

Buiten rijden taxibusjes af en aan, om jonge voetballertjes naar hun training te brengen. Binnen haalt Michel Kreek herinneringen op aan vroeger, toen hij als klein ventje zelf op de tram stapte richting Voorland, sporttas over de schouder. ’s Avonds pikte zijn vader hem weer op bij het toenmalige jeugdcomplex van Ajax. ,,Het was een mooie tijd, waarin het er heel anders aan toeging dan nu. Deze jongens worden allemaal met een busje van school opgehaald. Ze krijgen hier een warme maaltijd, kunnen dan nog even studeren en worden na de training weer met hetzelfde busje naar huis gebracht. Alles is voorgeprogrammeerd. Waarmee ik zeker niet wil zeggen dat het makkelijk voor ze is."
De veranderde omstandigheden vragen een specifieke benadering van hem als jeugdtrainer, het nieuwe métier waar Kreek zich op stortte sinds hij eind 2005 zijn contract inleverde bij Willem II. ,,In mijn tijd moest je als speler zelf wat creatiever zijn, het kwam meer aan op eigen initiatief. Ik ging destijds met de tram en de bus naar de training, zorgde zelf dat ik op tijd was. Je wist niet beter, maar de huidige generatie is dat niet meer gewend."
Dat is geen verwijt, zo benadrukt Kreek, maar slechts een constatering. ,,Het is zoals het is, dat kun je niet meer terugdraaien. Het vraagt om een andere aanpak. In het voetbal is het belangrijk dat je niet alles voorkauwt, maar ze toch stimuleert om zelf na te denken en met oplossingen te komen. Ik geef mijn spelers niet te veel opdrachten mee, maar probeer ze vooral onbewust dingen op te laten pikken."
Hij spreekt inmiddels als een volleerde, bevlogen coach, terwijl Kreek nog niet zo lang bezig is met zijn nieuwe roeping. Zonder concrete plannen voor de toekomst meldde de net gestopte voetballer zich drie jaar geleden bij Jong Ajax, dat getraind werd door John van den Brom, zijn vriend en generatiegenoot. ,,Als je zo lang in de voetballerij hebt gezeten, is het belangrijk dat je goed aftraint, rustig je conditie afbouwt. John had al eens gezegd dat ik daarvoor bij hem terecht kon."
Na een half jaartje meetrainen kreeg Kreek de mogelijkheid om zich te oriënteren op het trainersvak, iets waar hij zich tot dat moment nog nooit echt in verdiept had. ,,Ik was bij Willem II al wel begonnen met een trainerscursus, maar om er zo in de praktijk mee bezig te zijn, dat was volledig nieuw voor mij. Ik wilde ondervinden hoe ik dat zou beleven. In die tijd heb ik ook een keertje meegelopen met iemand in de makelaardij, maar na een dag wist ik al zeker dat dat niets voor mij was."
Michel Kreek. FOTO: Sander Nieuwenhuys. Michel Kreek. FOTO: Sander Nieuwenhuys.

Het werken met jeugdspelertjes maakte hem wel enthousiast, merkte de oud-Ajacied aan zichzelf. Inmiddels is hij trainer van Ajax D1, grotendeels hetzelfde team dat hij twee jaar terug als E1 ook al onder zijn hoede had en waarmee Kreek drie keer per week op het trainingsveld staat. ,,Het is een parttime functie", verduidelijkt hij. ,,Ik doe er verder niets bij. Ik hoef niet zo nodig een volle werkweek te hebben. Er zijn toch altijd wel dingetjes die op je pad komen."
In de achterliggende jaren haalde Kreek ook zijn trainerspapieren. TC1 is het hoogste en meest recente diploma dat hij aan zijn cv mocht toevoegen. Het geeft hem de mogelijkheid om assistent te zijn in het betaalde voetbal, maar ambities in die richting koestert hij vooralsnog niet. ,,Op termijn wil ik wel omhoog. Maar hoe snel en hoe ver omhoog, daar ben ik totaal niet mee bezig."
Dat geldt ook voor de opleiding tot coach betaald voetbal. Bovendien: voordat iemand wordt toegelaten tot die cursus, moet hij beschikken over rijke ervaring als trainer of ten minste vijftig interlands achter zijn naam hebben. Dus komt Kreek nog niet in aanmerking. Hij is pas drie jaar bezig als jeugdtrainer en heeft niet het gewenste palmares in Oranje. Sterker nog: de controlerende middenvelder van weleer speelde in al die jaren slechts één keer voor de nationale ploeg. In februari 1995 werd Kreek door bondscoach Guus Hiddink geselecteerd voor een vriendschappelijke wedstrijd tegen Portugal.
Saillant detail was dat de toen net naar Padova getransfereerde voetballer vrij baan kreeg doordat alle internationals die toentertijd bij Ajax onder contract stonden, het oefenduel in Eindhoven aan zich voorbij lieten gaan. Zij richtten zich liever op de drukke agenda bij hun club, waarmee ze een paar maanden later de Champions League zouden winnen. Later dat jaar vormden die dissidenten het raamwerk van Oranje, toen dat via een beslissingswedstrijd tegen Ierland deelname aan het EK van 1996 veiligstelde. Kreek kwam daarna nooit meer in beeld.
Niettemin kijkt hij voldaan terug op zijn loopbaan, die in oktober 1989 begon met een invalbeurt tegen Haarlem en hem in de jaren daarna een rijker mens maakte, in meerdere opzichten. Vooral zijn ervaringen in het buitenland waren belangrijk. In Italië leerde hij als jonge volwassene de taal, hij maakte er vrienden voor het leven en genoot van de mediterrane levensstijl. Nog altijd keert hij geregeld terug naar het land, waar hij behalve voor Padova ook nog een seizoen bij Perugia voetbalde.
Michel Kreek. FOTO: Sander Nieuwenhuys. Michel Kreek. FOTO: Sander Nieuwenhuys.

Die stap naar het buitenland voelde halverwege de jaren negentig als een bevrijding voor Kreek, vertelt hij nu. Bij Ajax – waarmee hij twee jaar eerder nog de UEFA Cup had gewonnen – was zijn positie gaandeweg steeds uitzichtlozer geworden. Trainer Louis van Gaal koos vol overtuiging voor een nieuwe generatie, van wie Edgar Davids de positie van Kreek innam. ,,Destijds ging de transfermarkt in Italië in november nog tussentijds een maand open. Dat was mijn redding. Ik herinner het me nog goed. We zaten met Ajax in trainingskamp voor de Champions Leaguewedstrijd tegen Salzburg toen ik te horen kreeg dat er overeenstemming was met Padova."
In Noord-Italië beleefde Kreek een memorabel eerste seizoen. Zijn nieuwe werkgever – voor het eerst in 32 jaar weer in de Serie A – werd door velen aangemerkt als een zekere degradant. Dat Padova zich toch handhaafde op het hoogste niveau, dankte de club niet in de laatste plaats aan zijn Nederlandse aanwinst. Kreek maakte tijdens het reguliere seizoen zeven doelpunten in 24 duels, een mooi moyenne voor een middenvelder. Maar zijn ultieme moment van glorie kwam op 15 juni 1995, toen Padova een beslissingswedstrijd speelde tegen het Genoa van John van ’t Schip. Beide teams waren precies gelijk geëindigd in de competitie en moesten onderling uitmaken wie zou degraderen naar de Serie B. Op neutraal terrein in Florence eindigde het duel gelijk, waarna Kreek de doorslaggevende strafschop benutte. ,,Dat voelde nog beter dan een paar weken daarvoor, toen Ajax de Champions League won", glimlacht hij.
Het seizoen daarop degradeerde Padova alsnog en Kreek week uit naar Perugia, een andere nieuwkomer in de Serie A. Aan die periode bewaart hij minder goede herinneringen. ,,Perugia had een voorzitter die compleet gestoord was. Hij strooide met premies als het goed ging en stuurde ons wekenlang in trainingskamp als het slecht ging. In de laatste wedstrijd tegen Piacenza hadden we aan een punt genoeg om er in te blijven, maar we verloren. Zelfs toen moesten we nog op trainingskamp."
Vitesse verloste hem uit zijn benarde positie. Kreek maakte in Arnhem de absolute glorietijd mee, toen de bomen nog tot in de hemel groeiden en de club van voorzitter Karel Aalbers nadrukkelijk tegen de traditionele topdrie aanschuurde. ,,Ik tekende een contract voor zes jaar en koos daarmee voor zekerheid. Maar na verloop van tijd bleek de club grote schulden te hebben en vanaf dat moment ging het alleen nog maar bergafwaarts."
Na vijf jaar Vitesse voetbalde Kreek nog twee seizoenen voor AEK Athene, alvorens definitief terug te keren naar Nederland. Bij Willem II worstelde hij veelvuldig met fysieke malheur, meestal spierblessures. ,,In het eerste jaar ging het nog wel. Toen haalden we de bekerfinale. Maar daarna merkte ik echt dat ik niet meer kon brengen wat ik wilde. Op het laatst reed ik alleen nog maar naar Tilburg voor mijn salaris. Het was niet fair tegenover de club geweest als ik het seizoen op die manier had afgemaakt."
Spijt van het inleveren van zijn contract heeft hij nooit gekregen. ,,Het was ook niet zo dat ik van de ene op de andere dag besloot om te stoppen met voetballen. Ik liep daar al een maand of twee mee rond en toen ik de knoop eenmaal doorhakte, voelde het als een grote opluchting."