Leermeester van de verdedigers

Leermeester van de verdedigers

De man die in oktober 2007 vervroegd afscheid nam van het voetbal én van Ajax, is sinds afgelopen zomer terug in Amsterdam. Jaap Stam (41) probeert de verdedigers van de landskampioen nog verder te bekwamen in het vak waarin hij zelf uitblonk.

Wie een blik op zijn voetbal-cv werpt, zou in de verleiding kunnen komen hem een laatbloeier te noemen. Jaap Stam, die jaren later furore zou maken in Oranje, maakte immers pas op zijn achttiende de stap van de amateurs naar het profvoetbal, om via bescheiden clubs als FC Zwolle, Cambuur en Willem II langzaam maar zeker door te groeien tot de robuuste, onverschrokken verdediger die topclubs als Manchester United en AC Milan diende. Zelf ziet de 68-voudige international dat toch wat anders, zegt hij op een rustige vrijdagmiddag in het clubhuis van sportpark De Toekomst. ,,Totdat je jezelf hebt bewezen in het eerste elftal, ben je nog helemaal niets. Ik hoor vaak dat ik pas laat ben doorgebroken, maar volgens mij zijn er maar heel weinig spelers die op hun achttiende al een vaste waarde zijn bij een club in de Jupiler League, zoals ik was bij FC Zwolle.”

Terugkijkend op zijn carrière als voetballer blijft Stam zitten met het gevoel dat hij eigenlijk te weinig heeft genoten van de mooie momenten. ,,Ik heb bij fantastische clubs gespeeld, heb daarmee aardig wat prijzen gewonnen, maar heb altijd het gevoel gehouden dat het beter moest. Ik denk bijvoorbeeld helemaal nooit terug aan de Champions Leaguefinale die we wonnen met Manchester United, tegen Bayern München, maar nog vaak genoeg aan de verloren finale met Milan tegen Liverpool. Een ander gaat misschien wat gemakkelijker over tot de orde van de dag. Ik had daar indertijd verschrikkelijk veel moeite mee, na een nederlaag of als ik zelf een slechte wedstrijd had gespeeld. Dat ging dan ten koste van mijn humeur, wat soms weer afstraalde op mijn gezin. Dat daar natuurlijk ook niet om had gevraagd.”

Jaap Stam in actie tijdens PSV - Ajax in het seizoen 2006-2007. Jaap Stam in actie tijdens PSV - Ajax in het seizoen 2006-2007.

Niet te genieten na een nederlaag of nagenietend van een overwinning, Stams blik was in beide gevallen louter op voetbal gericht, op het eerstvolgende moment waarop hij zich weer moest bewijzen. Zijn reactie is illustratief, als het gaat over de drie jaar die hij in Rome woonde, in de tijd dat hij voor Lazio voetbalde. ,,Geloof het of niet, maar die hele stad heb ik nog nooit gezien. Ik sprak vaak genoeg mensen die er geweest waren en helemaal lyrisch begonnen over de Trevifontein en de fresco’s in de Sixtijnse Kapel. Waarop ik zei: mijn vrouw is er geweest, de kinderen ook, maar ik niet. Ik gunde mezelf simpelweg de tijd niet, was alleen maar met het voetbal bezig. Plus het feit dat ik geen zin had in de hectiek van zo’n stad. Als bekende voetballer wil je daar niet in verzeild raken. Nee, zelfs niet met een pruik op. Dat heb ik ooit één keer gedaan, met carnaval, maar dat zag er ook niet uit.”

Een omslag in zijn radicale manier van denken wist Stam eigenlijk nooit te bewerkstelligen, ook niet toen hij in de herfst van zijn carrière neerstreek in Amsterdam. Alhoewel hij voor de buitenwacht wellicht een PSV-stempel droeg, aarzelde Stam niet over de keuze voor een nieuwe werkgever in eigen land. ,,Ajax was heel doortastend. Ze zochten al in een vroeg stadium contact met mijn zaakwaarnemer, nog voor ik een knoop had doorgehakt over mijn toekomst. En als klein jongetje was ik al fan van Ajax. In het begin van mijn carrière had ik niet de kans om hier te spelen, maar aan het einde kreeg ik die gelukkig nog wel. Daar was ik heel blij mee.”

Toch werd het laatste hoofdstuk in zijn voetballende bestaan geen episode om met veel vreugde aan terug te denken. In zijn eerste seizoen maakte Ajax met Stam als aanvoerder één doelpunt te weinig om het kampioenschap op te eisen. Tegen zijn eigen gevoel - en achteraf bezien ook tegen beter weten in - knoopte de routinier er vervolgens nog een jaar aan vast. Al vrij snel kwam hij tot de conclusie dat het niet de juiste keuze was, vertelt Stam. ,,Ik had de drive niet meer en kreeg last van kleine blessures. Ik had na wedstrijden steeds een paar dagen nodig om weer fit te raken. Dan doe je het alleen nog voor anderen, niet meer voor jezelf. Als het in je bovenkamer niet meer wil, dan is dat van grote invloed, op alles. Dat is niet alleen met voetbal zo, dat werkt in het hele leven zo.”

Sinds afgelopen zomer is hij terug in Amsterdam, in de functie die hij eerder al eens een seizoen op parttimebasis uitoefende: individueel trainer. In die hoedanigheid werkt hij met de verdedigers uit de A-selectie, Jong Ajax, de A1 en de A2. ,,Meer dan dat gaat gewoon niet. Ik merk nu al dat ik soms tijd tekort kom om alles te doen wat ik zou willen doen met die jongens.” Stam maakt zijn eigen oefenstof. Dat doet hij mede op basis van de wedstrijden die hij bekijkt. ,,En aan het begin van het seizoen heb ik gekeken naar de spelers die er zijn, wat voor type verdedigers het zijn, welke kwaliteiten ze hebben en wat ik denk dat ze nog missen - ook in overleg met de trainers. De oefeningen die ik bedenk, proberen we zo veel mogelijk uit te voeren onder druk, dus met verdedigers en aanvallers samen. Om de wedstrijdsituaties zo goed mogelijk na te bootsen.”

Ziet hij al effect van zijn inspanningen? ,,Het vergt geduld en planning, zeker als je met zo veel verschillende jongens werkt, uit verschillende teams, backs en centrale verdedigers, en de tijd die je hebt beperkt is. Er komt veel herhaling bij kijken, dingen erin slijpen. Uiteindelijk staat of valt het met de leergierigheid van de speler. Als die het graag wil en hij het kan opbrengen om te allen tijde kritisch naar zijn eigen acties te kijken, dan komt het goed.”

Tekst: Ajax.nl/Maarten Dekker
Foto's: Ajax.nl/Louis van de Vuurst