Leo Beenhakkers tweede leven

Leo Beenhakker blijft een trainer in het diepst van zijn gedachten, maar als technisch directeur van Ajax is hij aan zijn tweede leven begonnen. De spanning en de adrenaline van het trainersschap zijn verruild voor het werk aan de toekomst van Ajax. Niet vandaag, niet morgen, maar over-over-morgen.

Beenhakker staat op uit zijn stoel, gaat voor het raam van zijn kantoor staan en maakt een wijds gebaar met zijn rechterarm. Trainingsvelden liggen aan zijn voeten: ,,Als ik Co dan zo bezig zie, mooi weer, witte ballen, mooi veld, dan denk ik: dat is toch het mooiste beroep dat er is.’’

Hij is bijna een jaar in dienst bij Ajax als technisch directeur. Ter verduidelijking voegt Beenhakker er aan toe: ,,Vanaf het eerste moment hier ben ik geen moment ongedurig geweest, zo van: ik moet weer op dat veld. Ik heb eindelijk die innerlijke rust gevonden. Ik ben klaar.’’

Toen hij bij Vitesse dezelfde functie bekleedde, bleef het kriebelen. Hij kon het niet laten. Verslaafd aan adrenaline, verslaafd aan spanning, verslaafd aan succes. Maar sinds hij technisch eindverantwoordelijke bij Ajax is, heeft Leo Beenhakker duidelijk gemaakt dat hij trainer-af is. En toch is het goed dat op deze plaats nogmaals te constateren.

Een jaar staat hij nu niet meer in trainingspak langs de zijlijn. Nu pas is hij ook gevoelsmatig klaar als trainer, nu pas weet hij dat er – sinds zijn laatste veldtocht bij Feyenoord - geen stemmetjes meer in zijn achterhoofd klinken. ,,Nee.’’

Hij is resoluut: ,,Ik heb vorig jaar al afscheid genomen. Bij het begin van het seizoen 1999-2000 heb ik tegen Jorien van den Herik gezegd: dit is mijn laatste jaar. Met Feyenoord tweede ronde Champions League gehaald en twaalf wedstrijden gespeeld. Ik was klaar. Voor mij was de cirkel rond.’’

Afscheid En waar hij dan precies afscheid van nam? De ontspannen houding, die hem bij Ajax zo typeert, zal er voorheen niet altijd zijn geweest. Het sigaartje, waar hij zo soms bedachtzaam aan trekt, is nu een teken van innerlijk rust, toen was het soms een uiting van spanning.

Beenhakker was een liefhebber als trainer en is nog steeds gek van het spelletje. Tot in zijn tenen hield hij van de spanning die komt kijken bij het werken als trainer-coach: ,,Het elke dag maar weer: moeten, moeten, moeten. Bij Vitesse kon ik daar geen afstand van nemen. Niet meer op het veld werken, ik werd er gek van.’’

De gekte voorbij is Leo Beenhakker ook de spanningen kwijt. Bij zijn rondgang langs de topclubs van Europa en ver daarbuiten ademden zijn poriën vroeger vaak stress. Beenhakker hield ervan: ,,Elke dag adrenaline. Heerlijk! Het kon mij niet spannend genoeg zijn.’’

Werken. Vol er tegenaan. Dag in, dag uit. Beenhakker is niet een man die met de voet boven de rem zijn werk doet: ,,Al die 35 jaar: ik kan mezelf niet verwijten ooit ergens concessies te hebben gedaan. Ik heb het nooit half gedaan. Iedere dag kon ik mezelf in de spiegel aankijken. En dan hoefde ik geen hekel aan mezelf te krijgen.’’ Wie Beenhakker nu in de Arena-burelen observeert, ziet voornamelijk rust.

Dit artikel is afkomstig uit Ajax Life nummer 20, de laatste van het seizoen. Ajax Life is een uitgave van de Supporters Vereniging Ajax en Ajax.