‘Leo’ vecht om vertrouwen

‘Leo’ vecht om vertrouwen

Vierentwintig jaar oud is hij nu, bijna vijfentwintig. Nog altijd is er het open, jongensachtige gezicht, met borstelige, zwarte wenkbrauwen boven de diepbruine ogen.

Ze glinsteren als hij een binnenpretje heeft. Maar ze reflecteren evenzeer de emoties en melancholie die Zuid-Amerikanen in het bloed lijkt te zitten.

In Leonardo’s geval lijkt er ook pijn in besloten te liggen: diepgewortelde pijn van een door blessures achtervolgde voetballer die zich enerzijds wanhopig afvraagt waarom dit uitgerekend hem moest overkomen. Anderzijds zet hij zich verongelijkt af tegen de vooroordelen.
Noem hem niet jong, want dat is de Braziliaan in zijn eigen beleving allang niet meer. Jong was hij toen Feyenoord hem oppikte in de favela’s van Rio de Janeiro, om de ruwe steen in Nederland bij te slijpen en te polijsten tot een flonkerende diamant. Praten over zijn periode in Rotterdam doet hij slechts met grote tegenzin, niet in de laatste plaats vanwege de roemloze aftocht die hij er beleefde. Nog altijd woont hij in de Maasstad, de kwikzilveren aanvaller die door vriend en vijand werd beschouwd als het grootste talent in Feyenoords jeugdopleiding, met afstand. Nooit kwam Leonardo’s volle potentieel aan de oppervlakte, mede door de zware blessure die hem trof in de uitwedstrijd tegen FC Volendam. De aanblik van zijn dubbelklappende linkerknie schonk miljoenen televisiekijkers later die dag plaatsvervangende pijnscheuten.

Een jaar nadat een Amerikaanse specialist zijn kruisband kunstmatig had hersteld, was Leonardo weer pijnvrij en speelklaar. Maar inmiddels was Bert van Marwijk bij Feyenoord opgevolgd door Ruud Gullit, een trainer die hem niet zag staan en hem niet de speeltijd gunde die nodig was om in topvorm te geraken. Leonardo voelde zich gekrenkt, in zijn eer aangetast, zoals dat wel vaker werkt bij trotse latino’s. Natuurlijk, hij was in die tijd heus niet de gemakkelijkste, geeft hij schoorvoetend toe. Maar de lezing van Feyenoord-zijde als zou hij zich hebben gedragen als een stuurloze, recalcitrante puber is ver bezijden de waarheid. ,,Er is een totaal verkeerd beeld van mijn karakter ontstaan", vindt Leonardo. ,,Als je de verhalen moet geloven, waren Robin van Persie, Ebi Smolarek, Salomon Kalou en ik stuk voor stuk lastige en onhandelbare types. Zo werkt het bij Feyenoord. Natuurlijk krijg je met niemand problemen als je overal 'ja' op zegt. Maar als iemand een keertje “nee” verkoopt, moet je hem niet meteen afschilderen als een lastige jongen."
Hoe anders werd het bij NAC, de club die de al bijna afgeschreven voetballer tot veler verbazing overnam van Feyenoord. Alleen al daarom spreekt hij nog altijd met warmte en respect over zijn vorige vereniging. ,,NAC bood mij een kans om me bewijzen, terwijl vrijwel niemand meer in mij geloofde. Daar zal ik de mensen daar altijd dankbaar voor blijven. Ik heb nog steeds een heel goed gevoel als ik aan NAC denk."

Breda was een tussenstation voor de dribbelkoning, zo bleek al snel. Vooral in de eerste helft van vorig seizoen ontpopte Leonardo zich als een van de revelaties in de eredivisie, door zijn soms onnavolgbare acties maar ook door een opmerkelijke productiviteit aan de dag te leggen. Dertien wedstrijden had hij nodig om negen keer te scoren, zegt de Braziliaan fier. ,,Dat lijkt me niet zo slecht, na twee jaar niets doen."
Anderen dachten daar net zo over. Bij het ingaan van de winterstop meldde Ajax zich, als een van drie serieus geïnteresseerde partijen. ,,Ik was eigenlijk naar NAC gegaan met het idee dat ik daarna de stap naar het buitenland zou proberen te maken", vertelt Leonardo. ,,Ik wilde weg uit Nederland, was er klaar mee. Maar toen kwam Ajax. Ik heb mezelf een paar vragen gesteld. 'Gelooft deze club in mij?'. En 'kan deze trainer mij beter maken?' Daar kwamen heel positieve antwoorden op, in de gesprekken die ik heb gevoerd met Martin van Geel en Henk ten Cate."


,,Ruim een jaar later is er van alle plannen nog maar weinig terecht gekomen. Elf wedstrijden speelde hij voor zijn nieuwe werkgever, alvorens het noodlot genadeloos toesloeg. In de thuiswedstrijd tegen sc Heerenveen raakte Leonardo verzeild in een duel met Michel Breuer, die met zijn volle gewicht op het been van de Ajacied terecht kwam. De rechterknie kon geen kant op en klapte dubbel. Precies zoals destijds in Volendam, al was daar in geen velden of wegen een tegenstander te bekennen geweest. Het was een déjà vu: net als toen verdween hij per brancard richting catacomben, de handen voor het betraande gezicht geslagen. ,,Ik herkende het geluid en het gevoel meteen. Wat overheerste was niet eens zozeer de pijn, maar vooral het besef dat dit me weer een jaar zou kosten."
Dat gegeven had hem moedeloos kunnen maken, maar Leonardo slaagde erin om het van de andere kant te benaderen. ,,Ik wist precies wat me te wachten stond. Eerst twee weken niets doen, dan nog twee weken tot de operatie en daarna revalideren, stap voor stap. Daar kon ik me op instellen. De vorige keer was het allemaal nieuw en zat ik vol met negatieve emoties. Gelukkig kon ik die nu buiten de deur houden."
De eerste drie weken na de chirurgische ingreep bleef hij in zijn vaderland, om in een rustige, vertrouwde omgeving de eerste stappen in het revalidatieproces te zetten. Terug in Amsterdam werkte de Braziliaan verder, ook hier in de relatieve anonimiteit. Het krachthonk op sportpark de Toekomst was maandenlang zijn tweede thuis, tot de doktoren groen licht gaven en hij mondjesmaat weer met zijn ploeggenoten mocht meetrainen. ,,Het was niet leuk om mee te maken, maar feitelijk mag ik blij zijn dat ik nu voetballer ben. Vroeger waren dit soort operaties helemaal niet mogelijk en was je carrière meteen voorbij. Aan de andere kant: toen was het voetbal ook veel minder fysiek en stevig. Toen hoorde je bijna nooit van een gescheurde kruisband. Tegenwoordig zijn het er elk seizoen wel drie of vier."

Pijn voelt hij niet meer in zijn knieën. ,,Ook niet als ik voluit ben gegaan. Rechts komt er dan wel een soort warm, tintelend gevoel opzetten. Bij mijn linkerknie zie je alleen nog aan het litteken dat ik hij ooit geopereerd is. Het is alsof daar nooit iets mee is gebeurd. Ongelofelijk eigenlijk."
Nu hij volledig is aangesterkt, wacht Leonardo op zijn kansen, rustig en ongedurig tegelijk. Sinds hij zijn rentree in het spektakelstuk tegen AZ (6-1) opluisterde met een rake kopbal was er slechts wat speeltijd voor hem weggelegd in Jong Ajax. Op het trainingsveld probeert hij Adrie Koster en de rest van de technische staf te overtuigen van zijn kwaliteiten. ,,Ik ben een voetballer en een voetballer wil voetballen, altijd en overal. Ik heb dat ook nodig om verder te komen. Daar is vertrouwen voor nodig. Pas als je regelmatig wedstrijden speelt, kun je echt in grote vorm raken. Al zou je soms willen dat het andersom ook werkt."

Tekst: Maarten Dekker