Mühren maakte actie voor de prijzenkast

Mühren maakte actie voor de prijzenkast

Kan een voetbalactie zo mooi zijn dat hij een plekje krijgt in de prijzenkast? Ja, weet Gerrie Mühren, Ajax’ eregast in Madrid. De linkspoot in ruste keert deze dagen terug op vertrouwde voetbalgrond.

De tweede halve finale in de Europa Cup voor landskampioenen van het seizoen 1972 – 1973 staat voor altijd in het collectieve Ajax-geheugen gegrift. Real Madrid moest op 25 april 1973 in het eigen Estadio Santiago Bernabéu een 2-1 achterstand goedmaken. Twee weken eerder in Amsterdam scoorden de Ajacieden Barry Hulshoff en Ruud Krol. Pirri deed op de valreep iets terug namens de Madrilenen. Uit de return is een actie, of misschien beter: voetbalingeving, in herinnering bewaard gebleven. Het achteloze balletje hooghouden van Gerrie Mühren.

,,Dat het hier, in het Bernabéu 0-1 werd weten de meeste mensen niet meer’’, vertelt de hoofdrolspeler van 25 april 1973 zelf. ,,Vraag wie het enige doelpunt maakte en je zult tien namen horen. Behalve mijn naam.’’ Mühren kan er om lachen. Hij was als linkermiddenvelder verantwoordelijk voor de winnende treffer. Een schuiver, op aangeven van de mee opgekomen Krol, belandde feilloos in het doel van Mariano Garcia Remón. Een paar tellen later was de ‘oude’ Mühren – zijn jongere broer Arnold speelde mee als vervanger van Piet Keizer – middelpunt van een stoet feestende Ajacieden. Ajax bereikte door die zege voor de derde achtereenvolgende keer de Europa Cup-finale. In Belgrado versloegen de Ajacieden van Stefán Kovács Juventus met 1-0.

Gerrie Mühren (9) en zijn collega-Ajacieden vieren zijn 0-1 in het Bernabéu op 25 april 1973. Gerrie Mühren (9) en zijn collega-Ajacieden vieren zijn 0-1 in het Bernabéu op 25 april 1973.

Niet de droge knal van Mühren, wel het hooghouden daarna spreekt vele decennia later nog steeds tot de verbeelding. Met de voorsprong veilig op zoek speelde rechtsback Wim Suurbier Gerrie Mühren aan. De Volendammer wipte het leer op, om het vervolgens achteloos 1-2-3-4-5 keer hoog te houden en een beweging door ‘dood’ op de wreef te leggen. Wat volgde was een passje op de opnieuw opstomende Krol. ,,Ik heb gehoord dat een foto van die actie in de prijzenkast van Real Madrid staat’’, vervolgt Mühren met zicht- en hoorbare trots. ,,Het leuke was dat ik het niet vooraf had bedacht. Het gebeurde gewoon. Het was vernederend, maar zeker niet zo bedoeld. Na de wedstrijd was het een gekkenhuis op straat. Sommige mensen hielden uit gekkigheid een balletje hoog.’’

De oudste van de broers Mühren was in de gouden jaren een onvervalste basiskracht in de Ajax-ploeg. Na de karrenvracht aan Amsterdamse successen – Ajax en Mühren wonnen alles wat een club kan winnen – speelde de Volendammer onder meer zelf nog in Spanje. Opnieuw met succes. Als speler van Real Betis Sevilla werd Mühren in 1977 gekroond tot Spaans Voetballer van het Jaar. ,,Het is persoonlijk mijn mooiste prijs. Vooral ook omdat er die tijd zo veel goede spelers in Spanje voetbalden. Neem Johan Cruijff en Johan Neeskens bij FC Barcelona. Ook Mario Kempes was een ster in de Primera Division. ,,Ook toen speelde ik natuurlijk tegen Real Madrid. Wist je dat ik zeven keer tegen Real heb gespeeld en zeven keer niet heb verloren?’’

Daags na het 2-2 gelijkspel van FC Twente tegen titelhouder Internazionale ziet Mühren ook wel stunten in Madrid. ,,Voor mijn gevoel valt er wel iets te halen. Waarom ook niet?’’, besluit Mühren, nog altijd als scout verbonden aan Ajax. ,,Tegen een ploeg als Real Madrid krijg je ruimte om te voetballen. Ajax heeft sinds afgelopen seizoen progressie gemaakt. Petje af.’’

Tekst: Ajax.nl/ Ronald Jonges
Foto’s: Ajax.nl/ Louis van de Vuurst (kopfoto), Beeldarchief Ajax (overige foto)

Bekijk hier het magische moment van Mühren op Ajax TV.