Nieuwjaarsspeech John Jaakke, voorzitter AFC Ajax

Graag heet ik u namens bestuur, directie en raad van commissarissen van harte welkom op deze nieuwjaarsreceptie. Onze erevoorzitter, ereleden, leden van verdienste, leden, technische staf en spelers, personeel, vrijwilligers, vertegenwoordigers van onze supporters, sponsors, mevrouw Hester Maij, andere vertegenwoordigers van de overheid en alle andere gasten. Goed u allen hier in gezondheid en voorspoed te zien.

Dat is niet zo vanzelfsprekend.

Binnen de club zijn velen ons ontvallen. Hen herdenken wij in het noemen van de naam van Jan Melchers, onze oud-voorzitter, tot zijn dood het langst levende lid van Ajax.
Wij staan niet alleen stil bij hen uit ons midden, maar ook bij het onnoemelijke leed dat miljoenen van onze medemensen trof in Zuid-Oost Azië.
Voor hen die wij kenden en voor hen die wij nooit zullen kennen vraag ik een ogenblik stilte.

In de afgelopen dagen is mij meerdere keren gevraagd of wij dit jaar weer een komiek inhuren voor de nieuwjaarsspeech. Op verzoek van velen en in het bijzonder Ronald Koeman hebben wij dit jaar gekozen voor twee komieken. Ik ben Freek en na mij komt Youp, maar die heet vandaag Arie. In het dagelijks leven gaan Freek en Youp niet goed samen, zo begrijp ik, maar bij Ajax gaat dat prima.

Voetbal staat weer groots in de belangstelling. Televisierechten, spreekkoren, het Europees Kampioenschap, het succes van Nederlandse clubs in Europees verband etcetera. De media staan er vol van en iedereen heeft een mening. Wat mij daarbij van het voetbal in het algemeen opvalt is de soms wat reactieve houding. Er gebeurt iets en wij reageren. Te vaak op verdedigende of verwijtende wijze. Nog te weinig wordt door onszelf de enorme maatschappelijke betekenis van het voetbal naar buiten gebracht. Het plezier dat vele miljoenen mensen aan het voetbal in Nederland en daarbuiten beleven. Het onlangs door de KNVB opgestarte initiatief 'Voetbal heeft meer dan twee doelen' is positief. Het moet echter niet bij een project blijven, maar worden tot een waarde die door het gehele voetbal wordt uitgedragen. Hierin ligt ook een extra taak voor de 'grote drie', Ajax, PSV en Feijenoord. 'Noblesse oblige' zou ik zeggen. Wij kunnen ons als grote clubs in positieve zin meer permitteren dan de kleinere. Dan past het ons dus ook meer risico te nemen en voor te gaan in de discussie over spreekkoren, de combi-regeling, het doorberekenen van politiekosten en allerhande andere onderwerpen.

Niet door met z'n allen wat te roepen en zwarte pieten uit te delen aan 'Zeist' en 'Den Haag' of collega-clubs.

Het zijn van een grote club creëert bepaalde verwachtingen en kent plichten. Ajax heeft dan ook het initiatief genomen om het zogenaamde PAF-overleg weer te reanimeren om dit en andere zaken te bespreken.

Een van de zaken die wij mede in verband hiermee aan de orde willen stellen is de stemverhouding in ECV- en KNVB-verband. Ajax is namelijk van mening dat het zijn van een grote club ook bepaalde rechten met zich zou moeten brengen. Clubs vragen onze steun om tegen bepaalde spreekkoorsancties te opponeren. Bij de verdeling van televisiegelden tonen de grote clubs een grote mate van solidariteit met de kleinere. Zo zijn er ook andere voorbeelden.
Wat mij dan verbaast is dat wanneer het bijvoorbeeld gaat om voorstellen tot wijziging van de competitieopzet iedere club dezelfde stem heeft. Is het redelijk, dat een club die zojuist is gepromoveerd of nog maar kort in de eredivisie speelt of zelden of nooit om de eerste vijf plaatsen heeft gestreden, dezelfde stem heeft in het besluit over de Europese voetbalrechten van de club die als tweede in het kampioenschap eindigt? Ik vind van niet.

Wat Ajax betreft wordt een discussie opgestart over een systeem dat meer dan thans recht doet aan de verhoudingen in het betaald voetbal. Dit zou, zoals ook in andere organisaties wordt toegepast, kunnen door redelijke criteria met elkaar af te spreken die gewogen en bijvoorbeeld in een voortschrijdend gemiddelde worden toegepast.

Ik zei net al, in het afgelopen jaar is veel te doen geweest over spreekkoren, spandoeken en wat dies meer zij. Op zich opmerkelijk, omdat de spreekkoren en spandoeken al jaren bestaan en ondanks afspraken en richtlijnen, daartegen maar mondjesmaat is opgetreden.
Ajax is gelukkig met de ingezette maatregelen, al moet, in het licht van de zojuist genoemde jarenlange lankmoedigheid, wel gewaakt worden tegen het te snel opleggen van sancties die grote invloed hebben op de continuïteit van clubs.

Naar wij begrijpen is er thans het idee om lijstjes te maken van onderwerpen en teksten die als kwetsend of discriminerend kunnen worden beschouwd. Dit gaat naar ons idee echter niet werken en het lijkt ons daarom beter om te werken met een open norm die dan in de praktijk moet worden ingevuld. Belangrijk is wel dat supporters en clubs duidelijkheid hebben en dat de afspraken consequent worden toegepast.

Hoe dit alles ook zij, de discussie over spreekkoren heeft het gesprek over dit onderwerp ook binnen de boezem van Ajax een nieuwe impuls gegeven. Daarbij is ook gesproken over het feit dat Ajax wordt geafficheerd als 'Jodenclub' en een deel van onze supporters 'Joden' als geuzennaam gebruikt. Laat ik voor alle duidelijkheid voorop stellen dat ik zeker weet, dat onze eigen aanhang hierbij geen antisemitische gevoelens of gedachten heeft. Uit vele gesprekken is mij dat wel gebleken. Echter, het roept, zeker in een samenleving met de spanningen van vandaag wel dat soort gevoelens bij anderen op. De geuzennaam 'Joden' heeft nu eenmaal een andere maatschappelijke en historische lading dan bijvoorbeeld 'Superboeren'. Wanneer wij het hebben over kwetsend, dan bedoelen we meestal dat het kwetsend is voor de speler of de aanhang van de tegenpartij. In dit geval echter kwetst deze affichering ook een groot ander deel van onze eigen aanhang. Vele mensen, en daarvoor hoef je zelf niet Joods te zijn, storen zich zeer aan dit hele beeld en de uitwassen daarvan. Ons oud-bestuurslid en erelid Uri Coronel heeft dat gisteren in een interview in het Parool nog eens duidelijk gemaakt.
Ik wil hier duidelijk stellen dat Ajax van dit imago af wil en daartoe ook het nodige zal ondernemen. De paradox dat wij zogenaamd een Jodenclub zijn, maar dat Joden het in veel gevallen moeilijk vinden om onze thuiswedstrijden, laat staan uitwedstrijden, te bezoeken moet van tafel.
Wij weten dat dit niet een gemakkelijk onderwerp is en dat het in het verleden ook is geprobeerd. Toch hebben wij dit onlangs met een grote groep supporters besproken. Laat het duidelijk zijn dat het ook daar emoties oproept, omdat het immers een deel van hun identiteit betreft. Het is te gemakkelijk om die gevoelens simpel weg te wuiven. Toch doen wij een beroep op onze supporters voor dit beleid open te staan en met ons mee te denken.

Ik kijk nog even met u terug naar het afgelopen jaar op sportief gebied. Een jaar waarin Ajax op alle fronten op de proef is gesteld. Als ooit de uitdrukking 'From hero to zero' van toepassing is geweest, dan was dat vorig jaar wel.

Wij behaalden ons 29ste landskampioenschap. Sommige mensen doen daar wat losjes over alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Onze supporters dachten daar bij de huldiging op het Leidseplein echter anders over. Ajax werd ongewild en ongevraagd door sommige commentatoren bij voorbaat reeds tot kampioen van dit seizoen gekroond. En dan… en dan gaat het minder dan verwacht en door die anderen voorspeld. Dat is niet goed, dat is niet leuk, maar het gebeurt. Een gedeeltelijk mislukte transfercarrousel van spitsen, een paar spelers die tijdelijk uit vorm zijn, geblesseerden, en zie, het spel is op de wagen. Ik ga hier niet zeggen dat het niet beter kan en niet beter moet. Dat realiseren wij ons en de technische staf en de spelers in het bijzonder. Ik ga ook niet zeggen dat er op meerdere niveau's binnen Ajax geen fouten zijn gemaakt. Dat is zo. Het gaat echter niet om de fouten die je maakt, maar om de lessen die je daaruit leert. Ik constateer dat er lessen geleerd zijn en dat het herstel is ingezet. Het gaat daarom niet aan om een trainer, technische staf en een elftal dat tijdelijk niet aan alle ongevraagde verwachtingen voldoet bij het groot vuil te zetten. Zeker niet als we de palmares zien van de afgelopen drie jaar. Twee maal kampioen, een maal de beker, een maal de finale van de beker en alle drie jaren de Champions League, waarvan één keer de kwartfinale.
Kritiek op Ajax mag en moet, dat houdt ons scherp. Graag wel zakelijk en to the point. Daarbij past niet dat een zogenaamde sportcommentator, die, nodig of niet nodig één keer per jaar zijn haar wast, de betrouwbaarheid van mensen van Ajax op hun uiterlijk beoordeelt, dan wel hen voor leugenaar uitmaakt tot ze wit zien.

We gaan de tweede seizoenshelft tegemoet en hebben ons, zoals godenzonen betaamt, versterkt met een engel waarvan wij hopen dat hij ook een bengel is. Angelos Charisteas is gescout door onze financieel directeur Jeroep Slop, omdat hij in de veronderstelling verkeerde dat hij Charitas heette. Slop dacht dat de salarisonderhandelingen dan ook wel mee zouden vallen. Dat bleek een tegenvaller, maar we hebben hem toch aangetrokken.
Angelos, we hopen dat er in het vervolg van de tribune wordt gezongen 'daar hoorden ze Angelos zingen'.

Wij wensen de staf en de selectie een goed trainingskamp in Zuid-Afrika en een succesvolle tweede seizoenshelft.

Dank aan allen, in het bijzonder de directie, medewerkers en vrijwilligers die zich in 2004 weer voor onze club hebben ingezet. Wij zijn trots op jullie.

Tenslotte nog dit:

Enkele jaren gelden stond er op het eindexamen Nederlands voor de middelbare school een aantal onderwerpen voor een opstel. Een van de onderwerpen heette 'Wat is lef'.
Een examenkandidaat leverde na een paar seconden zijn opstel in. Daarop stond 'Dit'.
Sommigen verwijten Ajax gebrek aan lef en bravoure. Toen de selectie aan het begin van het seizoen getooid werd met een das met daarop nummer 1 wilde iedereen ons aan die das ophangen. Waar Lance Armstrong de afgelopen jaren de Tour de France startte met rugnummer 1 en dat Amerikaanse winnaarsmentaliteit werd genoemd, werd Ajax bekritiseerd om haar arrogantie.
Laat ik daarover één ding zeggen. De oude Romeinen hadden een prachtige uitdrukking, te weten: 'Quod licet Jovi, non licet bovi'. Hetgeen zoveel betekent als: 'Wat de goden is toegestaan, staat het rund nog niet vrij'.
Daarom, dames en heren, dragen wij deze das met overtuiging. Dat is lef.

Ik wens u een gelukkig, gezond en voorspoedig 2005.