Nog altijd trots op leerschool Ajax

Nog altijd trots op leerschool Ajax

Dertien jaar lang was voetbal de rode draad in het leven van Tscheu-la Ling. De kleinzoon van een Chinees bereikte in zijn jaren als Ajacied (1975-1982) de status van publiekslieveling.

De klassieke rechtsbuiten betoverde vooral de bewoners van Vak M met zijn dubbele, of soms zelfs zevenvoudige (!) scharen. Bijna 22 jaar na zijn laatste actie stapt wereldburger Ling door het leven als voetbalman én zakenman.

Delft en sportpark de Toekomst, eind januari 2008: Tscheu-la Ling is terug in Nederland. Het terrein van de Delftse amateurclub DVC is de uitvalsbasis van waaruit de beloften van AS Trencin een trainingsweek lang opereren. De Slowaakse club van eigenaar Ling is in Nederland neergestreken om de eigen talenten te laten rijpen. Naast het intensieve trainingsprogramma moet ook het oefenduel tegen Jong Ajax de spelers aan waardevolle ervaringen helpen. Op de Toekomst schudt de voormalige balvirtuoos onder meer de handen van zijn oude maatjes Simon Tahamata en Sjaak Swart. De gure, natte voetbalmiddag heeft voor Ling veel weg van een kortstondige, maar prettige thuiskomst. De Slowaken verliezen het duel wel, maar het verlies is onderdeel van het leerproces.
Het levensverhaal van Ling maakt één ding duidelijk. De oud-speler kan het voetbal niet loslaten. Ling, zakenman én clubeigenaar, wil terug naar de top. De plannen die de oud-Ajacied met de Slowaakse club heeft, liegen er niet om. Binnen twee jaar wil de rechtsbuiten in ruste Europees voetbal spelen met Trencin, zíjn AS Trencin. De club probeert de spelers die daarvoor nodig zijn, zelf op te leiden. In de verdere toekomst moeten de grootste parels uit de Trencin-vijver met behulp van het uitgebreide netwerk worden ondergebracht bij Europese (top)clubs.
,,FC Groningen en sc Heerenveen doen het misschien wel op dezelfde wijze", vergelijkt Ling de werkwijze en voetbalfilosofie van zijn AS Trencin met die van de twee gerenommeerde Nederlandse eredivisionisten. Wat voor de Slowaakse club geldt, geldt ook voor de Groningers en Friezen. In de jacht op voetbaltalent is een goed netwerk goud waard. ,,En ik kan niet zeggen dat zij het tot nu toe verkeerd doen. In West-Europa merk je dat er toch een bepaalde “vijvertjespolitiek” bestaat. Alle clubs vissen vanwege dezelfde contacten in dezelfde vijvertjes. Ik werk juist niet met makelaars, maar met oud-trainers in diverse landen."
De oud-voetballer heeft een nieuwe roeping gevonden ‘in zaken’. Eerder legde hij zich al toe op de professionele begeleiding van spelers op het gebied van voeding. Het voetbal-/zakenleven motiveert. Het is de motivatie die hij nodig heeft om het beste in zich omhoog te halen. ,,Ik moet gemotiveerd zijn om bepaalde dingen te doen", vervolgt Ling in de kantine van DVC. De oud-Ajacied is tevreden met het leven dat hij leeft. Zo is het nu en zo was het in zijn actieve carrière als speler.

Tussen 1975 en 1982 pingelde de op 6 januari 1956 in Den Haag geboren Ling 223 officiële Ajax-duels bij elkaar. De Ajacied liet in die reeks 66 doelpunten noteren. Kijkt hij tevreden terug op zijn loopbaan als Ajacied? ,,Ik ben tevreden met de carrière die ik heb gehad, met wat ik mee heb mogen maken. Ik heb naast Ajax ook bij andere topclubs gespeeld en ook daar kreeg ik het publiek op de banken."
Maar heeft hij, terugkijkend, alles uit zijn carrière gehaald? Een adempauze volgt. Ling monstert de Trencin-spelers die na de ochtendtraining de kantine binnendruppelen. De koffie wordt geroerd. ,,Geen bekende vragen stellen, hè?" Ling lacht vilein. Een kort retrospectief volgt. De tevredenheid is relatief; sommige dingen hadden beter gekund. ,,Ik had bijvoorbeeld veel meer interlands kunnen spelen dan de veertien die ik heb mogen spelen. En ik had ook een groot eindtoernooi moeten spelen. Ik had ook bekender kunnen zijn." Ling constateert slechts. De klaagtoon ontbreekt in zijn laatste zinnen.
Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig had Ling over zijn bekendheid onder Ajax-fans geen enkele reden tot klagen. De geboren Hagenaar was een publiekslieveling pur sang. In de rijke Ajax-historie behoort Ling tot de populairste Ajacieden ooit. De aanvaller kon toveren met zijn voeten. Het leverde hem de status op van publiekslieveling. Een lieveling zelfs met een eigen tribunevak vol bewonderaars.
Ook de toen nog piepjonge Frank de Boer raakte ooit geïmponeerd door de kunsten van de toenmalige Ajacied. ,,Van de eerste Ajax-wedstrijd die ik in het stadion zag, kan ik me vooral het spel van Tscheu-la Ling herinneren", liet De Boer al eens optekenen in Ajax Magazine. ,,Die maakte bij een actie zeven scharen achter elkaar, fantastisch vond ik dat." Vak M in het oude Ajax-stadion de Meer was de plek waar Ling-fans zich in die periode vooral verzamelden. Ook zij genoten toch vooral van de betoverende scharen. ,,Ik kom nog steeds mensen tegen die daar speciaal en alleen voor mij gingen zitten. Dat mensen het voetbal op die manier beleven, is wel heel apart. Toen interesseerde me dat nog niet zoveel. Zelf was ik niet zo bezig met óf ik de beste was. Als het goed weer was en de lange zijde, waaronder ook vak M, vol zat, dan had ik het naar mijn zin. Dan maakte het mij niet uit wat voor een wedstrijd ik zou spelen, of hoeveel doelpunten ik ging maken. Daardoor heb ik heel veel goede, maar ook slechte wedstrijden gespeeld. Gewoon omdat ik er op die manier mee omging. Terugkijkend kan ik wel zeggen dat ik een aparte speler was. Toen had ik dat niet door. Ik deed gewoon wat ik leuk vond en wat ik wilde doen. Ik heb voetbal altijd ervaren als een hobby waarvoor ik nog geld kreeg ook. Mijn grootste tegenstander was ik daarom meestal zelf. Voetbal was vooral leuk om zelf te doen, minder om naar te kijken. Ik deed ook niets speciaals om op te vallen; het was gewoon mijn spel."

De eerste échte herinneringen aan zijn kennismaking met Ajax voeren terug naar Rinus Michels, de trainer die het trainersstokje kort na de start van het seizoen had overgenomen van Hans Kraay. Of Ling de wereldtop wilde bereiken, was de vraag die de toenmalige hoofdtrainer Ling kort na zijn entree in de Meer stelde. De jonge Hagenaar antwoordde bevestigend. In het antwoord schuilde ook een portie Haagse bluf. ,,Natuurlijk wilde ik dat. Ook omdat ik toch al het idee had dat ik een veel betere speler was dan de toenmalige vedettes Brokamp en Steffenhagen."
De vraag buiten de lijnen beantwoorden bleek simpeler dan een antwoord in voetbaldaden, merkte Ling tijdens zijn eerste Amsterdamse jaren. De aanvaller moest vooral leren denken en handelen in teamverband. Ling was een individualist die eigenlijk straatvoetbal speelde op een grasveld. Lang nadat Michels hem dé vraag had gesteld, kwam het besef wat de oude meester precies met Ling voorhad. De werkelijkheid achter Michels’ woorden werd hem pas later duidelijk. ,,Michels wilde me vooral simpeler laten voetballen. Ik bewoog veel te veel en was heel snel moe. In het eerste jaar werkte het daarom niet. Ook omdat ik toen stronteigenwijs was, had ik ruzie met bijna iedereen." Schouderophalend en opnieuw vilein lachend: ,,Ik was nog jong en had niet veel zelfkennis. Als jonge jongen wil je nu eenmaal altijd voetballen en denk je dat je alles weet. Ook omdat alles gaat zoals je wilt. Je verdient veel geld, mensen applaudisseren en vinden je aardig.

,,Ik begon ook pas op mijn dertiende of veertiende met veldvoetbal. Daardoor miste ik toch een bepaalde ervaring. Ik was de straat gewend. De bal aannemen en direct een actie maken is natuurlijk iets heel anders dan in een team functioneren. Het is er nooit helemaal uitgegaan, maar ik heb later toch een stap in mijn ontwikkeling kunnen maken. Ook omdat Tomislav Ivic de details wel op mij kon overdragen."
De moeizame start werd gevolgd door een goede periode. Ling ontwikkelde zich tot een échte Ajacied. Een voetbal-Amsterdammer die steeds vaker ook zijn waarde bewees in het teamverband. De individuele klasse bleef hij etaleren. Het grote verschil met de moeizame start: de scharen en schijnbewegingen werden - zo goed en zo kwaad als het ging - ook functioneel gebruikt. De onvoorspelbare factor die zijn spel toch bleef kenmerken, maakte Ling onmetelijk populair. De straatvoetballer was weliswaar meer teamspeler geworden, hij bleef genieten van het spel met zijn directe tegenstander. De straatvoetballer leerde zijn streken doseren en voelde zich uiteindelijk toch aardig thuis op het voetbalgras.

Bijna 26 jaar na zijn laatste wedstrijd als Ajacied kan Ling nog altijd met pretoogjes en (hoorbaar) vol genoegen vertellen over het bijzondere ambt van vleugelaanvaller. Als aanvaller, zo meent de wereldburger uit Den Haag, speel je een ‘mentaal spel’ met de verdediger. Een spel van macht en vernedering. Ling: ,,Wie bepaalt de regels? Jij of jouw tegenstander? Ik was zelf altijd een speler die het leuk vond als een speler langs kwam glijden. Dat was leuker dan het leveren van een voorzet of het maken van een doelpunt. Of, ik wilde de tegenstander voorbij. En als ik hem dan voorbij was gelopen dan wachtte ik hem weer op. Vaak durfde zo’n speler dan niet meer in mijn buurt te komen."
In 1982 verruilde Ling Ajax voor het Griekse Panathinaikos. Voordat hij zijn carrière afsloot bij jeugdliefde Den Haag diende hij de clubeer van Olympique Marseille en Feyenoord. De interlands die hij tussen 1977 en 1982 bij elkaar voetbalde, speelde hij allemaal als Ajacied. ,,Alles wat na Ajax komt, is voetbaltechnisch minder", is Lings ervaring. ,,Bij Ajax zit achter elke training een gedachte. Er wordt voortdurend nagedacht over het voetbal. De professionaliteit om beter te worden als speler, miste ik soms bij andere clubs. Het Ajax-spel blijft heel apart. Er is voor mij maar één club waar voetbal wordt gespeeld. En dat is Ajax. De leerschool Ajax is goed voor alles wat je later in je leven tegenkomt."