Nooit gedroomd en toch uitgekomen

Nooit gedroomd en toch uitgekomen

Wim Kwakman is volkomen vergroeid met de bal. Hij begon als speler met het leren monster en is als trainer van de Ajax C1 nu actief met het hypermoderne geplastificeerde equivalent. Het spel is in zijn ogen niets anders geworden. Het is en blijft het mooiste spel. Het spel waar zijn hele wereld om draait.

Wim Kwakman is volkomen vergroeid met de bal. Hij begon als speler met het leren monster en is als trainer van de Ajax C1 nu actief met het hypermoderne geplastificeerde equivalent. Het spel is in zijn ogen niets anders geworden. Het is en blijft het mooiste spel. Het spel waar zijn hele wereld om draait.

Kwakman speelde van 1969 tot 1984 in het eerste van Volendam. Daarna werd hij trainer, onder andere van de Volendam-jeugd. En toch werd hij pas na 31 jaar fullprof. ,,Eerst had Hans Westerhof me gevraagd om hier bij Ajax te komen trainen", zegt Kwakman. ,,Maar toen was het nog geen fulltime job. Later kreeg ik die mogelijkheid wel van Kees Zwamborn, op aangeven van Co Adriaanse, die toen hoofdtrainer was. Daar hoefde ik geen seconde over na te denken. Eindelijk fullprof. Acht jaar geleden was dat.”
Als Kwakman niet bij Ajax hoeft te zijn, en niet op bezoek gaat bij zijn ouders van 83 aan de Dijk, kijkt hij naar de training van Volendam 1, zijn oude club, die via de Heen-en-weer opnieuw op het hoogste niveau terecht is gekomen. ,,Even ouwenelen met de 5de colonne,” zoals Kwakman, alias Wim Ballap, het zelf noemt. Die vijfde colonnes hebben het er maar druk mee. Op Kwakmans functioneren zal die van Ajax weinig aan te merken hebben gehad. ‘Zijn’ C1 werd vorig jaar kampioen en zeven van ‘zijn’ spelers haalden het Nederlands jeugdelftal. ,,Het jaar ervoor waren dat er drie", geeft Kwakman aan dat je als trainer toch afhankelijk blijft van de kwaliteit van je spelers. ,,En dit jaar lijkt het ook wat minder. Maar je kan er ook niet altijd alles van zeggen. Soms zit je er gruwelijk naast, zowel in positieve zin als in negatieve. En het kan altijd zo zijn dat er in één lichting maar één speler zit die het kan halen. Maar dat kan dan net zo goed de Bergkamp van over acht jaar zijn. Vorig jaar had ik een groep waar de wil om de ArenA te halen onvoorstelbaar groot was, en ook bij bijna alle spelers. Die waren enorm gefocust. Dit jaar lijkt die motivatie wat minder. Maar we blijven tot in den treure kijken hoe de spelers het beste tot hun recht komen. Soms kom je er na een tijdje achter dat ze op een verkeerde plek spelen. Zo had ik een aantal jaar geleden Sno en Vertonghen achterin spelen. Toen deden ze het eigenlijk niet echt goed. Ik kan me nog gesprekken herinneren waarin ik me afvroeg of het wel verdedigers waren. Ze wilden daar ook helemaal niet spelen. Nu zijn het middenvelders en hebben ze, via allerlei omwegen, het eerste gehaald. Maar daarom ben je ook altijd met alle spelers even serieus bezig. Niet alleen met de spelers die de meeste kans lijken te maken op de ArenA. En je bent met kinderen bezig, die gewoon zo goed mogelijk willen worden in het voetbal. Daar probeer je ze bij te helpen. En de vorderingen die ze maken in een jaar zijn onvoorstelbaar.”

Wim ‘Ballap’ Kwakman vindt zichzelf maar een geluksvogel. ,,Ik heb een wereldbaan", zegt hij glunderend. ,,Hiervoor was ik 28 jaar ambtenaar. Archivaris bij het Hoogheemraadschap Boven ’t IJ. Ik werkte bij de uitwaterende sluizen. ‘Uitrustende sluizen', zei mijn vader altijd. Daarbij kwam de voetballerij. Eerst als speler en daarna als trainer. Het was half acht beginnen in Edam, tot kwart voor vier. Dan snel naar het voetbalveld, om om kwart over vier te kunnen trainen. Tot een uur of half negen. Vier dagen in de week. Zwaar? Welnee. Fantastisch was het!”

Jarenlang combineerde Ballap de zorg voor het Noord-Hollandse oppervlaktewater met het jeugdtrainerschap bij de Volendam-jeugd. ,,Dat is andere koek in vergelijking met de situatie bij Ajax", zegt de fullprof. ,,Al die Ajacieden die hier als trainer in de opleiding lopen, kennen dat helemaal niet. Die zijn altijd fullprof geweest. Die weten niet wat het is om achter je eigen leider aan te gaan, achter je eigen vervoer. Oefenwedstrijden regelen. Je eigen ploeg van volgend jaar bij elkaar scouten. Had ik regelmatig contact met Henny de Regt, die bij Ajax werkte. Dan ging ik eind april, begin mei de kluis in bij het Hoogheemraadschap om precies om negen uur met De Regt te bellen, die me dan doorgaf welke spelers er uit hun opleiding gingen afvallen. Dan kon ik ze meteen benaderen om naar Volendam te komen. Zo is ooit Gijs Luirink bij Ajax afgevallen en naar Volendam gekomen. En zo waren er nog veel meer.”
Vergeleken met zijn eigen geschiedenis lijken de Ajax-talenten tegenwoordig misschien verwende ventjes. Volgens Kwakman is dat onzin. ,,Deze jongens krijgen alles aangedragen, maar vergis je niet. School, trainen, eten, studeren, met het busje naar huis. Ze hebben het heel druk. Ze moeten overal presteren: op school, iedere training. Alles is goed geregeld, maar ze moeten het allemaal zelf doen. En toch blijf ik zeggen dat in de jeugd niemand het zwaar heeft. Ik zat op het Waterland College, Meeuwenlaan, Amsterdam Noord, toen ik in het eerste kwam te spelen. Mijn tante woonde op de Julianaweg in Volendam. Daar bracht mijn zusje dan mijn voetbaltas naartoe. Racen naar de bus, tas ophalen bij mijn tante en dan hollend naar de training om hopelijk nog net op tijd te zijn. Denk maar niet dat ik het één dag erg heb gevonden. En ik denk dat die jongens het hier bij Ajax ook nog even leuk vinden, hoe druk ze het ook hebben. Het is toch ook het leukste wat er is?! Bij mijn zoon Kees heb ik ook gezien hoe hij er altijd van genoot.”
Zijn zoon Kees ‘Ballap’ Kwakman doet het in het begin van het seizoen bijzonder goed als aanwinst van NAC. Hij kwam over van eerstedivisionist RBC. Hij scoort en heeft al een paar keer de tv gehaald als vrolijke verslaggever voor NAC TV. ,,Hij is leuker buitenshuis dan bij ons,” verzekert zijn trotse vader. ,,Ik hoor dat hij altijd voor de vrolijke noot zorgt. Bij Volendam, bij RBC en nu bij NAC. Zien we hem opeens Piet Paulusma imiteren op NAC TV. En best goed ook nog eens. Is leuk hoor, maar ik zie hem toch het liefst als hij gewoon in een interview uitlegt hoe hij een goal heeft gemaakt. En gelukkig is dat ook al gebeurd. Hij scoorde tegen onze ouwe club Volendam. En tegen Roda.”

Wim Kwakman wordt bijna tot vervelens toe aangesproken op die wonderschone slalom nadat Roda’s keeper Castro vergeefs ver was komen uitlopen. ,,Kleine F’jes komen naar me toe lopen. ‘Meneer, meneer,’ vragen ze dan, ‘is dat uw zoon, van die goal tegen Roda?’ Hebben ze gezien op tv. Prachtig. Het gaat goed met hem. Maar gelukkig ook met mijn twee dochters en mijn vrouw. Dat is toch het belangrijkste, dat het met het hele spul goed gaat.”
In huize Kwakman gaat en ging het ook altijd over voetbal. ,,Daar krijgen we nooit genoeg van",zegt Kwakman. ,,Ik speelde altijd samen met Kees. Buiten op het veldje voor ons huis aan de Plutostraat, met een mannetje of tien van Kees z’n leeftijd. Altijd maar weer; iedere dag. Of op vakantie, voetvolley met zijn tweeën. Regende het pijpenstelen. Keek iedereen vanuit zijn tent hoofdschuddend naar die twee gekken die daar urenlang aan het voetvolleyen waren, over een waslijn met kleding als net. Het veld was afgebakend met slippers en stenen. Drie keer raken. In het begin won ik nog wel eens van hem. Later werd dat een probleem. Kees werd te goed… En nu is de volgende generatie aan de beurt. Vanochtend heb ik anderhalf uur met mijn kleinzoon staan ballen.”
Wat, die is net drie maanden!?
Kwakman: ,,Nee, niet die van Kees, maar mijn andere kleinzoon, van mijn dochter. Die is een jaar en acht maanden. Die gaat later ook voetballen. Dat kan niet anders.”
Van generatie op generatie wordt het voetbal in Volendam gekweekt. Hele families leven met de bal. Wim Ballap is trots op zoon Kees Ballap. En straks weer op één van zijn kleinzonen die het gaat halen. Wim Ballap: ,,Vooral Wim Jonk en Ernie Brandts zagen het in Kees zitten. Maar hij heeft ook moeilijkere tijden gehad bij Volendam. Dat hij twee jaar niet meetelde voor de trainer. Dat kan ook. Dat risico heb ik natuurlijk ook, dat ik een speler over het hoofd zie. Op deze leeftijd kan dat gewoon gebeuren. Maar gelukkig ben ik niet de enige die die spelers ziet en beoordeelt. Je hebt het hier in de Ajax-opleiding altijd met elkaar over je spelers.”

Als er ooit nog archeologische vondsten worden gedaan aan de plek waar zich vroeger het Zuiderzeedorp Volendam bevond, zullen verbaasde wetenschappers er vooral kromme benen naar boven halen en onwaarschijnlijk ontwikkelde strottenhoofden. Volendam is een bijzonder dorp, vol zangers, voetballers en vissers, waar mensen op een bijzondere manier aan elkaar hangen en op elkaar leunen. De bijnamencultuur zal daar ook een antropologische rol in spelen. ‘Ballap’ zou natuurlijk staan voor: lap van een bal; een slaaptod van een stukgeknipte bal, waar Wim iedere avond mee in slaap viel. Maar diepgravende research bracht naar boven dat Ballap voor iets heel anders staat. ,,Het is een verbastering van Baaien Lap", legt Kwakman uit. ,,Dat is een oud kledingstuk: een jack van een visserman. Je had Jan van de Baaien Lap. Dat was mijn over-over-over-overgrootvader. Baaien Lap werd Ballap en zo heten wij sindsdien allemaal op het dorp. Kees is nu ook weer een Ballap. Mijn opa en mijn vader waren allebei vissermannen. Mijn twee broers ook. Die vissen nog steeds op de Noordzee. Niet meer met hun eigen kotter, maar als knecht. Toen de vangsten steeds verder achteruitgingen en ze op een keer na een hele dag vissen met twee kabeljauwen terugkwamen en er in de haven twee meeuwen mee vandoor gingen, hebben Jan en Kees elkaar aangekeken en gezegd: ‘Nou wordt het tijd ermee uit te scheien.’ En toen hebben ze de Johanna Paulina verkocht. Voor mij was dat vissen niks. Ik werd zeeziek. Voor we de haven uit waren, was mijn maag al leeg."

Wim Kwakman heeft nooit een vis gevangen, of het moeten inmiddels doorgebroken voetballers zijn, die hij als junior onder zijn hoede had. Wims vader, op zijn beurt, heeft nooit een bal aangeraakt. Daarvoor had hij het veel te druk. Hij zat altijd op zee, of lag thuis uit te rusten. Hij kwam voor het eerst naar zijn zoon Wim kijken toen die 18 was. Dat was in de tijd dat er belangstelling was ontstaan voor de voetballer Wim Kwakman. ,,Zo in ’68 of ’69 kon ik in het tweede van Ajax komen", herinnert Kwakman zich. ,,Ben ik nog met mijn vader naar de platenzaak van de oude Jaap van Praag geweest, op het Spui. Maar ik wilde niet. Ik was wel altijd helemaal gek van Ajax geweest. Wij allemaal hoor. Ik weet wel dat we met mijn vader en mijn broers naar Ajax gingen kijken. Reden we de Schellingwouderbrug over en parkeerden we hem aan het begin (is eigenlijk het eind, RB) van de Middenweg. Dan hollen naar de kassa van de Meer om een kaartje te kopen. Dat kon toen gewoon. Volgens mij hebben wij toen nog de debuutwedstrijd van Vasović gezien. Maar spelen voor Ajax was voor mij geen droom. Mijn droom was spelen voor Volendam 1, de club waar ik altijd zelf in de jeugd speelde en altijd naar de wedstrijden ging kijken, vanaf het moment dat ik over het hek kon kijken. Toen ik dat haalde, was ik volmaakt gelukkig. Ik heb het er een jaar of vijftien volgehouden. Ik ben nooit weggegaan. Volendam, de Heen-En-Weer, dat was mijn niveau. Hoger kon ik niet aan. Daar moet ik eerlijk over zijn. Kees nu wel. Dat is mooi. Maar ook hij weet dat hij altijd zelfkritisch moet blijven. Had hij gescoord tegen Volendam, komt hij na afloop van de wedstrijd naar me toe lopen. Ik stond bij het hek. Zegt hij: ‘Boots was mijn man.’ Boots had de 2-1 binnen gekopt. Kees wist dat ik daarover zou beginnen, en niet over die goal die hij maakte. Daar hou ik van, van spelers die weten wat ze goed doen, maar ook wat ze verkeerd deden. Want alleen die spelers kunnen beter worden. Gelukkig kom ik ze in de Ajax-jeugd ook genoeg tegen: jongens die alleen maar bezig zijn met beter worden. Dat ik ze daarbij kan helpen, is iedere dag een feest. Mijn feest. Het is een droom die ik nooit had, maar die toch is uitgekomen.”