O'Brien worstelt met onwillige achillespees

Zijn laatste wedstrijd speelde hij op 21 september. In Roosendaal verliet John O'Brien in de 71ste minuut het veld. De Amerikaan had een achillespeesblessure opgelopen die zich niet ernstig liet aanzien. Nu, bijna zes weken later, staat hij nog steeds buiten de lijnen. ,,Wanneer ik straks fit ben, dan ben ik ook goed fit", houdt O'Brien het positief.

Er leek die 21ste september niet zoveel aan de hand: O'Brien kreeg in de wedstrijd tegen RBC een schop, verliet het veld, maar na een weekje zou het toch weer beter moeten gaan. Dacht O'Brien zelf ook. ,,Ik had op zich al wat irritatie aan de achillespees", zegt de Amerikaan. ,,Dat was ook bekend. Als de andere jongens weg waren voor interlands, dan zou ik wat rustiger aan doen. Maar toen kreeg ik die schop. Na een week rust ging ik lopen, maar dat deed te veel pijn. Toen ben ik weer opnieuw begonnen met oefeningen en na een paar weken ging ik weer het veld op. Dat ging ook niet zo goed. Nu heb ik nog steeds veel last met lopen, joggen en versnellen. Als ik de pees veel belast, voel ik het meteen.”

Een achillespeesblessure is niet nieuw voor O’Brien. Na de Olympische Spelen in Sydney 2000 hield dezelfde blessure hem tot ver in december aan de kant. ,,Bij die blessure had ik het idee dat ik mijn kuit niet goed gebruikte. Dat idee heb ik nu helemaal niet. Ik probeer natuurlijk zo snel mogelijk terug te komen, maar als ik dan over een bepaalde grens ga, dan krijg ik een terugslag. Dat is heel frusterend.”

,,En hoe raak je die frustratie kwijt? Dat is de vraag. Met je hoofd op tafel slaan? Dat heeft geen zin. Ik doe alleen maar dingen die zin hebben. Ik probeer op de fiets, wat ik pijnloos kan, mijn hoofd leeg te maken. In de sportzaal, maar ik heb ook thuis een fiets die ik af en toe pak. Ik moet tijdens de oefeningen zo min mogelijk irritatie opbouwen. Maar de tijdslijnen van herstel zijn erg vaag. Ik kan niet zeggen wanneer ik terugkeer. Ik denk niet meer aan een speciale wedstrijd waarin ik er weer wil staan. Ik denk alleen maar aan die achillespees.”

Natuurlijk dacht O’Brien, die thuis tegen Lyon zijn enige Europese wedstrijd tot nu toe speelde, bij het kijken naar de Champions-Leaguewedstrijden nog wel aan de volgende wedstrijd. ,,Ik keek goed naar de spelers die mogelijk in de returnwedstrijd mijn tegenstanders zouden zijn. Ik dacht ook steeds dat ik er bij de volgende wedstrijd wel zou staan. Dat doe ik niet meer. Inter haal ik niet.”

,,Ik voel dat de afstand tussen mij en het veld de laatste weken groter is geworden. Ik kijk nu als toeschouwer naar de wedstrijden. De Champions-Leaguewedstrijden zijn van hoge kwaliteit. Ik kijk naar ons team en ben blij. Blij dat ze het zo goed doen.”

Ook de stand-ins van de Amerikaanse linksback doen het goed. Zo zijn Nigel de Jong en Jelle van Damme opgestaan als volwaardige basisspelers. ,,Het is mooi om te zien hoe die jonge jongens met de druk omgaan. Het is wel Champions League waar ze staan. Spelers als zij heeft dit elftal nodig. Ik zie ze niet als bedreiging voor mij. Het is maar hoe je zelf daar tegenaan kijkt. Mijn eerste taak is fit worden Pas dan ga ik de concurrentie aan.”

Een voorspelling over zijn terugkeer, daar waagt O’Brien zich dus niet aan. ,,Maar ik denk wel dat we verder gaan in de Champions League. We hebben het wel moeilijk tegen elftallen die goed verdedigen, maar met een volle bak in eigen huis komen we er wel doorheen.” Dat zou voor hem zelf ook fijn zijn. Dan pikt hij wat meer wedstrijden mee op het hoogste Europese niveau, dan die ene die nu achter zijn naam staat.