Oulida: Dé man van Ajax - AEK

Oulida: Dé man van Ajax - AEK

Tarik Oulida schreef op 7 december 1994 zijn eigen jongensboek tijdens Ajax’ laatste groepsduel in de UEFA Champions League. De Amsterdammers waren al verzekerd van een Europees vervolg, maar dat weerhield het aanstormende talent uit de eigen jeugdopleiding niet van een glansoptreden in het Olympisch Stadion. Oulida blikt exact twintig jaar na dato terug op ‘zijn’ historische avond.

De Ajax-historie kent vele ‘wedstrijden van’; duels waarop een Ajacied zo’n onuitwisbaar stempel drukte dat speler en wedstrijd voor altijd samen gaan. Johan Cruijff is voor altijd gekoppeld aan zijn lob tijdens Ajax - HFC Haarlem in 1981, Richard Witschge presteerde hetzelfde met zijn hooghoudact tijdens Ajax - Feyenoord in 1997-1998. Wie ook de namen noemt van Gerrie Mühren (hooghouden tijdens Real Madrid - Ajax) en Patrick Kluivert, ziet de finest moments als vanzelf voorbij trekken.

Ondanks een karrenvracht aan Ajax-doelpunten springt er bij Kluivert toch echt eentje bovenuit. Met zijn beslissende puntertje tijdens de CL-finale van 1995 in Wenen, bezorgde hij Ajax de belangrijkste Europa Cup. Prestatie en podium gaan hand in hand. Hoewel zijn plek in de clubhistorie minder prominent is dan eerder genoemde Ajacieden, is ook Oulida voor altijd verbonden aan een bepaalde wedstrijd. In zijn geval aan Ajax - AEK Athene.

,,Die avond was een hoogtepunt, zeker omdat het een wedstrijd in de Champions League was’’, gaat Oulida twee decennia terug in de tijd. Als 19-jarige liet de linkspoot op fenomenale wijze van zich spreken. ,,Maar mijn echte jongensdroom beleefde ik al eerder, in een uitwedstrijd tegen Real Madrid. Ik was altijd al fan van die club. Als je in zo’n oefenwedstrijd en voor zoveel mensen mag debuteren is dat fantastisch.’’

Oulida, verlegt de focus weer naar het duel met AEK Athene: ,,Ik zou eigenlijk niet eens spelen tegen Athene. Een dag eerder had ik al een helft gespeeld met het tweede. In die wedstrijd scoorde ik nog tegen Utrecht 2. Onverwachts moest ik naar het eerste. Iemand was geblesseerd. Op de dag zelf hoorde ik dat ik ging spelen. Ik was zenuwachtig en dacht: ‘shit, nou moet ik het laten zien.’ En: ‘Ik heb gisteren nog gespeeld? Ben ik niet moe of zo?’ Maar uiteindelijk zit je boordevol adrenaline. En ben je gewoon fit. Verder was ik vooraf ook heel erg bezig met het Olympisch Stadion. Het stadion zat helemaal vol. Ik kwam daar vroeger naar wedstrijden kijken in het Amsterdam-toernooi. Heel speciaal om daar te mogen spelen.’’

Jari Litmanen springt over het uitgestoken been van een Griekse tegenstander in de thuiswedstrijd tegen AEK Athene. Jari Litmanen springt over het uitgestoken been van een Griekse tegenstander in de thuiswedstrijd tegen AEK Athene.

Oulida rook als veelbelovend talent al aan het echte voetbalwerk onder Ajax-hoofdtrainer Leo Beenhakker. Onder Louis van Gaal kreeg de multifunctionele Ajacied op de linkerflank zijn kansen. Oulida had tussen 1993 en 1995 met Edgar Davids, Frank Rijkaard en soms ook Frank de Boer niet de minste concurrenten voor zich. Misschien ook daarom liet hij na zijn glansoptreden tegen AEK zijn branie en Amsterdamse bluf de boventoon voeren. ,,Na de wedstrijd heb ik nog tegen de jongens gezegd: kijk, ik heb mooi drie keer gescoord in twee wedstrijden. Eentje met Ajax 2 en twee keer - zelfs met rechts, wat niet vaak gebeurde - in de Champions League. Die gasten lachen natuurlijk. Je bent jong en het gaat allemaal zo snel. Nu is het ondenkbaar om twee wedstrijden in twee dagen te spelen. Periodisering bestond toen nog niet. Van Gaal was na afloop in het Olympisch Stadion heel duidelijk tegenover journalisten: (Oulida zet een zware, ronkende quasi-Van Gaal- trainersstem op, RJ) ‘mijn spelers zijn fit en kúnnen twee wedstrijden achter elkaar spelen.’’’

Tijden zijn veranderd. De hoogtijdag van Oulida in het winters frisse en uitverkochte Olympisch Stadion is moeilijk te vergelijken met de Champions League in 2014. De oud-Ajacied koestert zijn herinneringen. De herinneringen zijn letterlijk ongrijpbaar en keren nog slechts een enkele keer terug op het netvlies of in de verbeelding. ,,Ik heb alles weggegeven uit die tijd. Herinneringen zitten in mijn hoofd. Ik onthoud het gewoon. Ik ben absoluut niet materialistisch.’’

,,De Champions League was in 1994 nog echt CL. Kampioen tegen kampioen. Nu zijn het kampioenen en clubs tot en met de nummer 5. Ik kijk nu heel anders naar deze competitie. Ik kijk pas als het echt gaat beginnen, in de knock-outfase. Nu wordt zó berekenend gespeeld. Vind ik niks. Vroeger was het toernooi sterker. Je ging sneller de knock-outfase in. Zonde dat het nu zo groot is geworden. Jammer. Het is niet meer de Europa Cup waarmee ik ben opgegroeid. Aan de andere kant blijft Ajax altijd Ajax. De club wordt vaak kampioen. En waarom zou je niet een keer ver kunnen komen in de Champions League?’’

In het hier en nu richt de matchwinnaar van 7 december 1994 zich op het opleiden van aanstormend nieuw voetbaltalent. Wie weet staat er ooit een nieuwe Oulida op, een nieuwe hoofdrolspeler namens Ajax in de Champions League.

,,Ik train nu voor de trainerscursus de D-junioren van Ajax op de Toekomst. Ik ben relaxed, heb geen haast. Ik wil kijken hoe ik me ontwikkel en of het bij me past. Hoe reageert de groep bijvoorbeeld op de trainer? De jongens die ik train zijn 10, 11 jaar; precies de leeftijd waarop ik zelf ook bij Ajax begon. Ze beginnen nu een beetje met taken te spelen. Taakgericht. Nu moeten ze ook tactisch spelen en slimmer worden. Het is een mooi proces. Maar op een bepaald moment wordt het ook zakelijk. Voetbal moet vooral ook hobby en dus leuk zijn.’’

Tekst: Ajax.nl/Ronald Jonges
Foto’s: Ajax.nl/Louis van de Vuurst


Afl 1: Jonkies Ajax verslaan titelhouder Milan

Afl 2: Ronald de Boer zag Ajax groeien

Afl 3: Kreek wilde geen feest in clubkostuum

Afl 4: Erfgoed vol schatten gouden seizoen

Afl 5: Historische Ajax-zege in neutraal Triëst