Parijs zal zich de Ajax-invasie nog lang heugen

Parijs zal zich de Ajax-invasie nog lang heugen

Jaap Visser van Kick uitgevers schrijft iedere maandag een blog over de geschiedenis van Ajax. Deze week gaan we 47 jaar terug in de tijd naar het jaar 1969.

De krant France Soir zal de volgende dag enigszins verbaasd reppen van ‘een ongekend straatfestijn’, het grootste in Parijs sinds de bevrijding. Woensdag 5 maart 1969 elimineert Ajax op Franse bodem Benfica en beleeft het Nederlandse voetbal een hoogtijdag.

Benfica, in de jaren zestig liefst vijf keer finalist in de Europa Cup, is als internationale grootmacht enigszins op zijn retour, het Ajax van coach Rinus Michels en de sterspelers Piet Keizer en Johan Cruijff onweerstaanbaar in opkomst. De kampioenen van Portugal en Nederland treffen elkaar in de kwartfinale van de Europa Cup en blijken nagenoeg van gelijk kaliber.

Ajax denkt bij de eerste krachtmeting op een steenkoude februari-avond voordeel te hebben bij de bevroren en besneeuwde grasmat van het Olympisch Stadion, maar komt bedrogen uit. De thuisploeg hult zich in maillots en steekt de knuisten in witte handschoentjes. De Portugezen voetballen met blote benen en handen en zetten de Hollanders bijna achteloos opzij: 1-3.

Weergaloze Johan Cruijff
Maar in Lissabon onderschat Benfica het getergde Ajax dat vooral dankzij een weergaloze Johan Cruijff de score gelijktrekt. Er komt een derde wedstrijd, in Parijs, prima aan te reizen vanuit Amsterdam, en de speelplaats die ook de goedkeuring van Benfica kan wegdragen, aangezien in de Franse hoofdstad vele Portugezen woonachtig zijn. Het wordt het oude Olympische Stadion (van de Spelen van 1924) in Colombes, de voorstad met zijn kolossale, sombere flatgebouwen en grote Portugese gemeenschap.

Toch is het Ajax dat die eerste woensdag in maart thuisvoordeel geniet. Een gigantisch legioen Nederlanders neemt luidkeels bezit van het Stade de Colombes. De Amsterdamse aanhang wordt geschat op bijna 40.000 man. Nooit eerder schouwden bij een voetbalwedstrijd in Frankrijk zoveel mensen toe als de 63.638 bij de beslissingswedstrijd tussen Ajax en Benfica. Pas in 1998, bij de opening van het Stade de France in de dicht bij Colombes gelegen voorstad Saint Denis, zal dat aantal worden overtroffen.

'Mazzelgoal? Welnee'
De derde kwartfinalewedstrijd tussen Keizer en Cruijff, Eusebio en José Torres, is lange tijd dodelijk saai. Ajax en Benfica hangen als boksers van gelijke kracht en klasse tegen elkaar aan. Tot in de verlenging. Dan speelt Keizer zich vrij en via de Zweed Inge Danielsson belandt de bal bij Cruijff. Diens snelle schot lijkt door José Henrique te worden gekeerd, maar met een rare curve zeilt de bal toch het doel in. Een mazzelgoal? ‘Welnee’, zal Johan in zijn column voor de kranten van de Gemeenschappelijke Pers Dienst beweren. ‘Mijn schot was onhoudbaar. Ik nam die bal in een half volley en gaf hem met de buitenkant van mijn linkerschoen zoveel effect, dat het leer wel uit de handen van de doelman moest springen.’

Het hek is van de dam. Benfica trekt ten aanval met slechts de moed van de wanhoop, maar zonder vernuft. De Portugezen zijn aangeslagen en worden prompt weggespeeld door het fittere Ajax dat Danielsson nog twee keer ziet scoren. De 3-0 veroorzaakt zoveel deining in de mensenzee van Ajax-supporters dat Parijs zich de Hollandse invasie nog lang zal heugen.

Jaap Visser, Kick uitgevers

[Kick uitgevers is de boekenpartner van Ajax en uitgever van het Ajax Jaarboek dat vanaf 2016 zal worden voorzien van een historische deel.]

Foto:  Consternatie in Stade de Colombes. Piet Keizer en Eusebio in dispuut met de Franse scheidsrechter Roger Machin. (Ajax-archief)