Pim van Dord groeit mee met de club

Steeds meer Ajacieden vinden na hun actieve voetbalcarrière de weg terug naar Ajax. Als trainer, leider of scout hebben ze bewust gekozen voor een tweede voetballeven bij hun eerste voetballiefde. In deze kerstspecial vertellen de oud-spelers over hun carrière van toen en over hun werkzaamheden van nu. In deze aflevering Pim van Dord, fysiotherapeut.

Hoofd fysiotherapie van Ajax, Pim van Dord, speelde van 1973 tot 1980 bij Ajax. De club werd toen in de Deense periode vier keer kampioen van Nederland. Van Dord: "Het was in de tijd dat er in De Meer vaak 30.000 toeschouwers waren. Het kon daar echt spoken. Prachtig. Later werden dat er door de stoeltjes veel minder. We hadden een goed elftal met onder andere Lerby, Arnesen en Krol, Schoenaker."

Zijn gedachten gaan al snel uit naar 13-09-1973. Ajax trad aan in de eerste ronde van de UEFA CUP. Athletic de Bilbao was de tegenstander. Door een bizare situatie verloor Ajax deze wedstrijd. "De scheidsrechter keurde een doelpunt goed. De bal ging gewoon naast, maar belandde op de een of andere manier toch in het doel. Iedereen protesteerde maar het haalde niks uit. Twee weken later trokken we het recht. We wonnen met 3-0. Ik zal die wedstrijd nooit meer vergeten."

Ajax speelde later nog tegen Lausanne Sports en in de achtste finale tegen Honved. Hoewel de spelers door de Europese wedstrijden veel van huis weg waren, probeerde Van Dord naast het voetbal een studie te doen. Naar fysiotherapie ging zijn interesse uit. "Het was redelijk goed te combineren. Ik had een instituut gevonden waar ik een aangepaste opleiding kon doen. Toen ik werd afgekeurd voor betaald voetbal wegens een slepende achillespeesblessure ben ik me volledig gaan concentreren op de opleiding. Toen ik inmiddels bij een praktijk werkte, belde Ajax me in 1985 of ik terug wilde komen."

In De Meer deed hij alles alleen. Inmiddels zijn er zeven therapeuten, die met het eerste elftal en de jeugd werken. "We zijn meegegroeid met de club. De belangen worden ook steeds groter en dus hebben spelers meer begeleiding nodig. Ik vind niet dat het voetbal harder is geworden, maar de mentale druk is wel hoger. Dit komt onder andere door de media en het aantal wedstrijden dat ze spelen", analyseert Van Dord.
De veranderingen in het voetbal hebben zijn manier van blessurebehandelingen niet beïnvloed. Volgens Van Dord is het mentale aspect wel belangrijker geworden. "Een speler wil als hij geblesseerd is zo snel mogelijk terug. Door externe factoren is dit versterkt. Daar moet ik als therapeut heel verantwoord mee omgaan."

Vanaf 1985 heeft Van Dord veel spelers onder handen genomen. Van kleine kwetsuren tot langdurige blessures, alles behandelde hij. "De blessures van Peterson en Silooy waren bijvoorbeeld langdurige behandelingen. Ze hadden allebei afgescheurde kruisbanden. Maar ook Heitinga. Dat is vreselijk voor zo'n jongen, maar op het moment zelf moet je meteen in actie komen. Het is fantastisch dat hij weer terug is."