Ruud Krol: 'Ajax moet altijd winnen'

,,Het is leuk om weer terug te zijn bij de club waar je grote successen hebt behaald'', zegt Ruud Krol, die in december 2001 als assistent van Ronald Koeman in dienst trad bij Ajax. ,,En het is nog leuker dat we meteen weer succesvol waren.'' Ruud Krol (53) was als voetballer actief voor Ajax (457 duels), Vancouver Whitecaps, Napoli en Cannes. Als coach werkte hij bij KV Mechelen, Servette, het nationale team van Egypte, Zamalek, Al Wahad en het Nederlands elftal.

,,Je moet als topvoetballer elke dag weer het gevecht aan, om alles uit je te halen wat er in je zit’’, zegt Krol. ,,Er komt heel wat bij kijken om topvoetballer te zijn; een goede wedstrijd maakt je nog geen goede speler. En een keer winnen maakt je nog geen goed team. Met zijn schat aan ervaring probeert de voormalig recordinternational (83 interlands) de Ajacieden van nu te helpen. ,,Maar je kan het niet letterlijk overbrengen, je kan er wel over praten. Over hoe je moet winnen als team. We werken met 27 contractspelers, een technische staf, een medische staf, de hele organisatie eromheen. Het moet teamwork zijn. Alles staat in het teken van een ding: winnen, daar moet alles voor wijken. Ik praat regelmatig met de spelers, op momenten dat ik denk dat het nodig is. Dat moet je aanvoelen’’, aldus Krol.

,,Hoe je als assistent-trainer kan functioneren, hangt af van de hoofdcoach. Als je in goed overleg een taakverdeling kunt maken, en je mag je rol redelijk zelfstandig invullen, dan werkt dat lekker. Zo heb ik als hoofdtrainer ook met mijn assistenten gewerkt. Er zijn ook trainers die hun assistenten helemaal niets laten doen, maar dat is vreselijk.’’ Ruud Krol zou, als hij zou willen, zo weer in Egypte aan de slag kunnen. Krol werkte vijfenhalf jaar in het noord Afrikaanse land. Hij had in die periode het olympisch elftal, de nationale A-selectie en clubteam Zamalek onder zijn hoede. ,,Ik vind het nu veel te leuk bij Ajax, maar het was wel een fantastische tijd. Vooral met het olympisch elftal. Ik was een beetje gek van het idee dat ik eens de Olympische Spelen als participant kon meemaken. Ik had al in de Europa Cup, op het wereldkampioenschap en het EK gespeeld, en we waren met Egypte dichtbij de Spelen. Er bleven nog vier ploegen over in Afrika en wij lootten Nigeria. Ik denk dat wij samen de sterkste teams in Afrika waren en die loting pakte dus wat ongelukkig uit. Nigeria was over twee duels net de sterkste en won toen ook nog de gouden medaille.’’

Buitenland

Ruud Krol ging in het buitenland voetballen toen hij 31 jaar oud was. ,,Dat was, achteraf gezien, te laat’’, vindt Krol. ,,Ik wilde eigenlijk met Ajax nog een keer een Europa-Cupfinale spelen. Dat zat er ook wel in, maar Ajax moest om financiële redenen goede spelers verkopen. Toen wilde ik ook wel weg. Hoewel ik het prima naar mijn zit had bij Ajax, maar je zit toch dertien jaar in dezelfde kleedkamer, met datzelfde haakje…Ik had dus eerder die stap moeten nemen, maar niet voor mijn zesentwintigste.’’ De trainer hoopt dat deze jonge selectie van Ajax een tijdje bij elkaar blijft. ,,Die jonge jongens moeten niet in het buitenland op de bank zitten. Als je op je twee-, drieëntwintigste gaat, is dat vroeg genoeg, dan heb je al wat ervaring. Het is ook veel makkelijker ergens binnen te komen, dan staat er echt iemand. Als je als ‘talent’ ergens komt, is dat veel moeilijker. Ik kan best begrijpen dat spelers hogerop willen, ook omdat ze er financieel beter van worden. Maar Ajax kan ook zelf weer top worden, als de groep intact blijft.’’

Over zijn toekomst als trainer denkt Krol nog niet te veel na. ,,Ik leef toch een beetje van dag tot dag. Mijn loopbaan als speler pakte ook anders uit dan ik gedacht had. Dat is wel een belangrijke levensles. Ik hoef echt niet zo snel weer wat anders. Als ik ergens werk geef ik altijd honderd procent. Wel sta ik altijd open voor nieuwe uitdagingen. Ik houd wel van die spanning van gewoon ergens inspringen, dat je niet weet wat je te wachten staat. Dan gaat het wel eens fout, maar daar leer je juist van. Dat is belangrijk voor je ontwikkeling.’’

Op zijn trektocht langs ’s werelds voetbalvelden leerde Ruud Krol ook andere culturen kennen. Het waren waardevolle lessen, waar de trainer profijt van heeft met de bonte verzameling van nationaliteiten en culturen die hij bij Ajax aantreft. Al vindt Krol discipline in een groep zeer belangrijk. ,,Als je buiten het veld gedisciplineerd bent, dan ben je dat in het veld ook. Het is echter geen garantie voor succes. Ik heb geen begrip voor ongedisciplineerde spelers. Als er zevenentwintig mensen het kunnen opbrengen, dan moet de achtentwintigste dat ook kunnen. Natuurlijk zijn jonge spelers wel eens emotioneel, maar daar moeten ze dan maar mee leren omgaan. Teleurstellingen kom je altijd tegen. Dat moet je zien als leermomenten. Ik heb het zelf van twee kanten meegemaakt. Rinus Michels zei af en toe tegen me ‘Ruud, ga maar uitwaaien’. Om even de spanning eraf te halen. Maar aan de andere kant: na vijf wedstrijden in het eerste stond ik al in het Nederlands elftal. Ik werd overal herkend, ging een beetje zweven. Dan werd ik door Michels weer eventjes met beide benen op de grond gezet. Daar word je ook sterker van. Je krijgt dan die drang om nog beter terug te komen.’’

Geduld

Als speler van Napoli vierde Ruud Krol grote successen. Hij kent de Italiaanse mentaliteit als geen ander. Een voordeel als Ajax het voor de Champions League moet opnemen tegen Internazionale. ,,Het doet Italiaanse clubs niets dat er veel toeschouwers zijn. Dat maken ze elke week mee. Mentaal zijn ze heel sterk. In de Europa Cup komen ze niet voor het mooie voetbal, het gaat om overleven’’, zegt Krol. ,,Ik denk dat wij het thuis tegen Inter moeilijker krijgen dan uit. Zij zijn gelouterd en hoeven het spel niet te maken. Ze hebben geduld, omdat zij veel kwaliteit in de voorste lijn hebben. Die spitsen zijn meesters in het afmaken en ze zijn er van overtuigd dat ze zullen scoren.’’
,,Ajax is nog in opbouw, Inter heeft de internationale ervaring. Als we de tweede ronde halen, zou dat heel mooi zijn, en ik denk ook onverwacht. We zullen heel scherp moeten zijn, want door onze speelstijl geven we vrij veel ruimte weg. Tegen Lyon stonden we verdedigend steeds goed. Er is natuurlijk altijd een moment dat iemand een foutje maakt, dat hoort erbij. Maar als zes spelers tegelijk dat doen, heb je een probleem. Ajax zal ook geduld moeten opbrengen. Door de zege in Lyon hoeven we niet meer met twee doelpunten verschil te winnen. Winst is genoeg, dat is een ander uitgangspunt. We hebben wel veel jonge spelers en die hebben dat geduld nog niet altijd’’

De technische staf van Ajax analyseert de tegenstander uitvoerig. Uit die analyse zou wel eens een verrassende opstelling kunnen komen. ,,Je moet de kracht bij de tegenstander weghalen, zonder dat je je eigen kracht verliest’’, zegt Krol. Uiteindelijk beslist Ronald Koeman over de opstelling, maar aan die beslissing gaan uitvoerige discussies met de andere trainers vooraf. ,,Dan kan wel wat tijd in beslag nemen’’, vertelt Krol. ,,Af en toe slapen we er eerst een nachtje over. John van ’t Schip is ook naar Inter geweest, en die geeft ook zijn mening. We dienen allemaal hetzelfde doel: Ajax moet winnen.’’

Kunst

Voor de trainers zijn het hectische weken, als er zowel op nationaal als Europees niveau gespeeld wordt. ,,Ronald Koeman en ik hebben als speler natuurlijk het een en ander meegemaakt. We moesten altijd presteren onder druk dus we weten wat daarbij komt kijken. Je mag best weten, dat ik als speler voor de wedstrijd redelijk nerveus was. Dat zag je niet aan me, maar innerlijk was ik vrij onrustig. Dat viel allemaal van me af als de wedstrijd eenmaal begonnen was. Je kan op het veld iets doen, iets veranderen. Dat is als coach veel moeilijker. In die duels in volle stadions is het soms onmogelijk om de spelers, vooral die niet vlak voor de bank staan, te bereiken.’’
Ruud Krols passie voor kunst, met name surrealistische schilderijen, is alom bekend. Hij gebruikt zijn voorliefde niet direct in zijn werk, maar haalt er soms inspiratie uit voor het voetballen. ,,Het geeft rust, muziek ook. Maar voetbal is geen kunst. Het is wel een kunst om een goede voetballer te zijn.’’