Ruud Krol: 'Michels heeft de wereld versteld doen staan'

,,Het was het eerste telefoontje dat ik ik donderdagochtend kreeg'', reageerde Ruud Krol op het overlijden van Rinus Michels. ,,Het is heel triest. Ik was blij dat hij weer aan de betere hand was na zijn operatie, maar het heeft dus toch niet zo mogen zijn.'' Ruud Krol heeft een groot deel van zijn carrière te danken aan Michels.

De huidige trainer van Ajax werd door Michels naar Ajax gehaald, waar hij eerst een jaar in het tweede elftal moest spelen. Daarna mocht hij 's middags meetrainen met de A-selectie. ,,Toen ik begon bij Ajax was ik een centrale verdediger, Michels maakte een linksback van me. Toen hij voor de tweede keer mijn trainer was bij Ajax, zette hij me weer centraal op het middenveld”, herinnerde Krol zich lachend. ,,In het begin was hij vrij afstandelijk,maar toen ik op een gegeven moment besloot eens bij hem naar binnen te lopen was hij heel warm. Hij introduceerde het profvoetbal en dat moest wel gepaard gaan met regeltjes en discipline. Hij had iets in zijn hoofd en heeft daarbij de spelers gezocht die zijn idee konden uitvoeren. Dat was denk ik zijn kracht. Wij moesten minder lopen en elkaars positie overnemen, dat was revolutionair. Hij had voor het eerst een heel andere visie op voetbal. Het ‘Totaalvoetbal’ is de hele wereld overgegaan. Het is in de laatste vijfendertig tot veertig jaar ook de enige verandering geweest in het denken over voetbal. Hij heeft de hele wereld versteld doen staan. Maar hij is tevens met zijn tijd meegegaan. Dat bewees hij zeventien jaar nadat hij hij met Ajax de Europa Cup I won en veertien jaar nadat hij de finale van het WK bereikte met Oranje. In 1988 werd hij Europees kampioen en dat getuigd van heel veel kwaliteit. Hij is de grootste die we gehad hebben. Hij is de basis geweest voor mijn verdere carrière.”

Krol kwam Michels regelmatig tegen, eerst als speler, en ook later, toen Krol trainer werd. ,,We spraken bijna altijd over voetbal. Het was prettig te praten met iemand die zoveel ervaring had. En hij was niet alleen een goede trainer, hij was ook een warm man, met veel humor. lIk heb een jaar of vier, vijf onder hem getraind. Toen hadden we wel eens commentaar op hem, dat is normaal. Nu ik als trainer voor de groep sta, gebeurt dat nog steeds. Ik kwam hem laatst ergens tegen en toen zei hij tegen me: ‘ lekker jobje hé, dat trainerschap’.”