'School moet en Ajax mag'

'School moet en Ajax mag'

De Toekomst, het kloppende clubhart van Ajax, bestaat dit seizoen tien jaar. In deze aflevering van '10 jaar de Toekomst', vertelt Jur Ronner, Coördinator Sociaal Maatschappelijke Begeleiding, over de studiebegeleiding.

Het is niet de sfeer die je verwacht in een studielokaal. Een stuk of tien jongens in trainingspakken en op badslippers, wat rumoer en mensen die in- en uitlopen. Elke dag vijf kwartier leren ze op deze manier. Neem de 17-jarige speler uit de B1, die ogenschijnlijk ongestoord in zijn eentje aan een tafeltje achterin deze ruimte zit. Hij heeft op deze manier zijn theoretisch examen op het vmbo afgerond, en zal dit jaar met goede cijfers van havo 4 naar havo 5 overgaan. Hij is niet de enige, de prestaties van de leerlingen liggen ver boven het landelijk gemiddelde. De schijn bedriegt dus: hier wordt ondertussen gepresteerd.

De druk zit er dan ook goed op. Logisch als je het motto hoort van Jur Ronner, coördinator Sociaal Maatschappelijke Begeleiding bij Ajax: ‘School moet, Ajax mag’. Ronner licht toe: ,,Alle 203 jeugdvoetballers mogen hier hun voetbalopleiding alleen maar volgen zolang hun schoolprestaties voldoende zijn. En aangezien die jongens maar één droom hebben - profvoetballer worden - zorgen ze er wel voor dat hun schoolprestaties in orde zijn.” Volgens hem hebben de jongens het zo ontzettend druk, dat ze gewend zijn gedisciplineerd te leven. ,,Ze halen het maximale uit hun tijd, en nemen op school en in deze vijf kwartier veel meer op dan hun klasgenoten.”

Dat vergt heel wat discipline en inzet van de jongens, maar daarmee alleen zou de studiebegeleiding te kort worden gedaan. Jur Ronner, Harry Poelgeest (de dagelijkse begeleider) en dertien vakdocenten zorgen ervoor dat het de 120 A-, B-, C- en D-junioren (de E- en F-jes leren thuis) aan niets ontbreekt. Vooral de organisatie achter de schermen is imposant. Niet alleen is er vrijwel wekelijks contact met alle schoolmentoren van de jongens, maar ook zorgen Ronner en Poelgeest voor al het busvervoer van school naar Ajax en weer naar huis toe. Daarbij komt dan nog de flexibiliteit die beiden moeten hebben, want zodra er bijvoorbeeld één jongen ziek is, een training vervalt of er een toernooi in het buitenland is, moeten zij het strakke schema meteen aanpassen.

lerende d2'ers lerende d2'ers

De studiebegeleiding behelst veel meer dan het ondersteunen van de studie alleen - het sociaal maatschappelijke deel is zeker zo belangrijk. Poelgeest helpt daarom bijvoorbeeld ook mee met het opdienen van de maaltijden ’s middags. ,,Ook dat kun je zien als een vorm van begeleiding. Veertig puberende jongens kun je nu eenmaal niet in hun eentje laten eten, dan is de discipline zo weg. Door mee te helpen met bedienen, houd ik ze vanzelf rustiger. Na het eten zorg ik er dan voor dat ze hun bord opruimen, kalm van tafel lopen en rustig een van de vijf studieruimtes inlopen. Dan is mijn rol even klaar.”

Begeleiding in de letterlijke zin van het woord dus. Ronner licht toe: ,,Zeker. Ten eerste omdat de jongens dit leven alleen maar kunnen leiden zolang ze gedisciplineerd zijn. Ten tweede moeten ze beseffen dat de kans klein is dat ze uiteindelijk echt hier in het eerste terechtkomen. Kortom: ze moeten net zo gewoon doen en zich ook net zo normaal gedragen als ieder ander. Dat is ook de reden waarom we de jongens allemaal op verschillende scholen laten zitten; anders zouden ze kliekjes kunnen gaan vormen. Nu gaan ze met jongens én meisjes om die niet in het voetbalwereldje leven.” Hoewel dit het vervoer dus veel complexer maakt, kiest Ajax hier graag voor. Dit in tegenstelling tot de meeste andere jeugdopleidingen die gebruikmaken van de zogeheten LOOT-scholen waarbij alle pupillen op dezelfde school zitten.

Vijf kwartier studeren of huiswerk maken op een dag lijkt weinig. Zeker als het, zoals op deze vrijdag, ook nog eens een beetje onrustig is. Economie-docent Geert van Bergen, die in de ochtenden lesgeeft aan de bovenbouwleerlingen van het vwo en havo op een school in Zaandam, heeft alles duidelijk onder controle. Straalt een vriendelijke autoriteit uit in combinatie met aandacht voor iedere leerling die daaraan behoefte heeft. ,,Vanzelfsprekend heeft de ene jongen meer aandacht of hulp nodig dan de ander”, zegt hij. ,,Ze hebben allemaal een ander niveau, hier zitten vmbo’ers en vwo’ers. Iedereen werkt dus voor zichzelf, en de een heeft het drukker dan de ander. Maar hoe licht je studieprogramma op een dag ook is, je móet hier zijn en daarbij mag je anderen niet hinderen.” Zo kan het zijn, zoals vandaag, dat sommige jongens een puzzeltje maken of een tijdschrift lezen.

Van Bergen zegt dat er normaliter twee docenten per studieruimte aanwezig zijn om de leerlingen/voetballertjes - in díe volgorde - te helpen. Als aan het einde van de vijf kwartier de concentratie afneemt en het gepraat toeneemt, gaat Van Bergen knap mee in de ludieke sfeer, zonder daarbij zijn educatieve taak te verwaarlozen. Als een jongen vraagt wat het woord ‘essentieel’ betekent, vraagt hij de anderen om antwoord te geven. Van Bergen maakt er meteen een spel van: laat alle jongens een moeilijk woord uit de economie bedenken, waarvan de anderen de betekenis moeten raden. Woorden als ‘participatie, eliminatie en discontobank’ vallen. Vooral bij het laatste woord wordt ook gelachen. Maar wéér zijn ook de laatste minuten van de studietijd op een effectieve, en toch ook gedisciplineerde manier gevuld. Omdat Ronner, Poelgeest, Van Bergen en de andere docenten én de jongens nu eenmaal professionals zijn in een bijzondere omgeving.