Sjaak Swart: Ajacied in hart en nieren

Sjaak Swart: Ajacied in hart en nieren

Het betaald voetbal in Nederland bestaat dit seizoen zestig jaar. In deze serie belichten we wekelijks een Ajax-onderwerp dat bij dit jubileum aansluit. In aflevering 1 valt de eer te beurt aan Sjaak Swart, ook wel Mister Ajax genoemd.

Terwijl in 1954 het betaalde voetbal in Nederland werd geïntroduceerd, volgde twee jaar later de invoering van de Eredivisie. Juist in die periode maakte de toen 18-jarige Sjaak Swart zijn officiële debuut in het eerste elftal van Ajax. ,,Ik speelde toen op Voorland met de A1 tegen DWS, maar werd in de rust gewisseld omdat ik me moest melden bij het stadion’’, dreunt de voormalige rechtsbuiten moeiteloos op. ,,Daar mocht ik met het eerste meedoen tegen Stormvogels. We wonnen die bekerwedstrijd met 3-2 en ik maakte een goal.’’

Vanaf dat moment ging het snel met de buitenspeler, die het uiteindelijk zou schoppen tot 463 competitieduels waarin hij liefst 175 doelpunten maakte. Tevens produceerde hij nog talloze treffers in alle overige competities en won hij met Ajax alles wat er te winnen viel.
De eretitel Mister Ajax valt hem dan ook ten deel. ,,Dat vind ik wel’’, beaamt de welbespraakte Ajacied, die twijfelt of zijn statistieken ooit zullen worden overtroffen. ,,Ik weet niet hoe het er over tweeduizend jaar aan toegaat, maar die aantallen van mij zijn natuurlijk wel heel hoog. Daarnaast mag je niet vaak geblesseerd zijn en moet je het wel heel lang volhouden bij één club.’’

Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat de transfergekte van tegenwoordig het voetbal van toen nog niet in zijn greep had. ,,Wij mochten destijds niet eens naar het buitenland, want de grenzen waren gesloten’’, zegt Swart. ,,Dan blijf je ook langer bij een club. Al heb ik het wel altijd mooi gevonden dat in mijn tijd alle clubs aantraden met spelers uit de eigen stad. Dat was geweldig, maar is nu anders. Tegenwoordig heeft iedere club misschien nog een, twee spelers uit de eigen stad.’’

Desondanks was er ook in de jaren zestig volop belangstelling voor Ajacieden. ,,Maar we wisten toch dat we niet wegkwamen. Anders hadden Engelse clubs als Liverpool zich destijds wel gemeld, denk ik. Pas toen ik stopte vertrok Johan Cruijff naar FC Barcelona. Bij mijn afscheidswedsstrijd kreeg ik nog een mooi cadeau van die club.’’

Sjaak Swart: 'Ongelooflijk hoe vaak ik nog wordt gevraagd voor een foto of handtekening. Het blijft echter schitterend als je al veertig jaar bent gestopt.' Sjaak Swart: 'Ongelooflijk hoe vaak ik nog wordt gevraagd voor een foto of handtekening. Het blijft echter schitterend als je al veertig jaar bent gestopt.'

Swart moest in zijn laatste jaar – het seizoen 1972-1973 – vaker toekijken dan hem lief was. ,,Hoewel Johnny Rep zich serieus aandiende, besliste ik nog zeven wedstrijden met een winnende goal, dan ben je niet afgeschreven. Volgens mij had ik ook nog makkelijk vier, vijf jaar kunnen spelen op mijn leeftijd. Ik was bloedserieus en had een goede conditie. Nadat ik gestopt was, werd George Knobel de nieuwe trainer. Die heeft mij nog gebeld om te zeggen dat ik niet had moeten stoppen en bij hem in de basis zou staan.’’

Ruim veertig nadat hij zijn schoenen aan de wilgen hing, is Swart nog altijd mateloos populair bij het grote publiek. ,,Dat is inderdaad ongelooflijk. Hoe vaak ik nog wordt gevraagd voor een foto of handtekening. Het blijft echter schitterend als je al veertig jaar bent gestopt. Iedereen spreekt nog steeds over de gouden tijd. Verder ben ik een van de weinige oud-spelers die altijd Ajacied is gebleven. Als er iets negatiefs over Ajax wordt gezegd, vlieg ik er nog altijd op.’’

Dat het huidige Ajax niet meer kan opboksen tegen de Europese topclubs doet Swart soms pijn. Vergelijken met hoe het ooit was, wil hij echter niet. ,,Wij hebben 5 jaar met hetzelfde elftal gespeeld, waarvan we drie seizoenen in bloedvorm waren. Toch blijf ik zeggen dat als Ajax twee goede spelers van Bayern München zou hebben, we gewoon zouden meedoen. Nu komen we net iets tekort.’’

Ook het niveau van de huidige Eredivisie is volgens Swart niet zo slecht als wordt gezegd. ,,Er zitten misschien mindere ploegen tussen, maar elk jaar gaan er weer spelers naar het buitenland die het daar vervolgens goed doen. Dusan Tadic en Graziano Pellè doen het toch ook goed in de Premier League. Bovendien, als je naar een willekeurige wedstrijd in de Serie A kijkt, zie je ook niks.’’

Swart werd met Ajax achtmaal landskampioen en veroverde vijf nationale bekers. Daarnaast won hij drie keer de Europa Cup 1, twee keer de Europese Super Cup en eenmaal de Wereldbeker voor clubteams.

Gevraagd naar zijn allermooiste wedstrijden, somt hij een enigszins verrassend lijstje op:

1. ,,Mijn afscheidswedstrijd in het Olympisch Stadion tegen Tottenham Hotspur'';
2. Ajax – Feyenoord in 1960. Dat was de kampioenswedstrijd die we met 5-1 wonnen door onder meer een doelpunt van mij;
3. Ajax – Liverpool in 1966 (5-1-winst). Dat was de welbekende mistwedstrijd en de eerste keer dat we met Ajax een gerenommeerde Europese topclub versloegen;
4. Feyenoord – Ajax in 1972. We speelden Feyenoord helemaal zoek en wonnen met 1-5. Een paar dagen later speelden we de Europa Cup-finale tegen Internazionale (2-0 winst, red.), die eveneens in de Kuip werd gespeeld;
5. Ajax – Carl Zeiss Jena in 1970. Uit hadden we met 3-1 verloren. Al snel bleek waarom. Die gasten hadden namelijk op een spekglad veld spikes onder. We beten ze daar toe dat we ze thuis zouden slachten, hetgeen gebeurde want we wonnen met 5-1.’

Tekst: Ajax.nl/Coen Heil
Foto’s: Ajax.nl/Pro Shots (boven) Gerard van Hees