'Sjaak's hart zit op de goede plaats'

'Sjaak's hart zit op de goede plaats'

Talloze voetbalvrienden van Sjaak Swart kwamen woensdagavond bijeen om zijn 75e verjaardag te vieren in het Olympisch Stadion. Gevraagd naar hun band met Mister Ajax volgde er meestal een brede grijns. ,,Sjaak is de nestor binnen de Ajax-familie."

Voormalig Ajacied Peter Boeve (66) was bijzonder verheugd met zijn uitnodiging voor de erewedstrijd. Hij kent Swart - uiteraard - van Ajax, waar hij enkele jaren na diens afscheid ging spelen. De twee woonden bovendien bij elkaar om de hoek in Diemen. ,,Sjaak ontfermde zich over jonge gasten zoals ik. Vaak gingen we ijshockey kijken in de Jaap Edenhal, waar hij de horeca verzorgde. We konden het al snel vinden en dat is altijd zo gebleven. Hij was en is onderdeel van de club, de nestor binnen de Ajax-familie. Ongelooflijk hoe hij in het spelletje opgaat. Zelf ben ik ook een groot liefhebber, maar dag en nacht op de club, poeh, dan ben je wel heel bezeten. Maar mede daarom heb ik zo veel respect voor Sjaak. Ook omdat hij lekker gewoon is gebleven, net als generatiegenoten zoals Cruijff. Ze konden toevallig goed voetballen, maar hebben geen sterallures. Zijn er altijd voor hun fans. Daarom moet de club iemand als Sjaak koesteren. Je hebt immers geen heden zonder verleden.’’

Rob Witschge: ,,We hebben dezelfde cynische, spottende humor." Rob Witschge: ,,We hebben dezelfde cynische, spottende humor."

Ook Tscheu la Ling kwam na Swart bij Ajax te voetballen. Hij gold als de opvolger van Mister Ajax op de rechterflank. ,,Sjaak wilde me altijd advies geven’’, herinnert La Ling zich. ,,Maar hoe volhardend hij ook was, ik was er niet van gediend. Wat hij me wilde leren? Van alles. Bij elke speler deed hij dat, want zo is Sjaak; hij wil iedereen beter maken. Niet onterecht, want elke speler heeft punten die hij kan verbeteren. Toen ik was gestopt op mijn 35e, kwam ik hem tegen tijdens een skivakantie met het artiestenteam. Toen gaf ik toe dat ik inderdaad eigenwijs was geweest. Maar de ene speler is nou eenmaal vatbaarder voor adviezen dan de ander.’’

La Ling en Swart willen nog wel eens in discussie gaan over de vraag wie van de twee de betere rechtsbuiten was. ,,Ik vond mezelf toch iets beter, zeg ik dan. Nou, dat vindt hij niet leuk, hoor. Maar ik voeg er dan altijd aan toe dat hij de beste Ajacied was. Dat maakt veel goed.’’

Hoewel Swart zich sinds jaar en dag binnen alle wandelgangen van Ajax begeeft, heeft Louis van Gaal hem eens uit het spelershome gezet. Een onnodige maatregel als je het Rob Witschge vraagt. De behendige linkspoot van weleer kent Swart al 25 jaar en wist als voetballer niet beter dan dat Mister Ajax kwam buurten in het spelershome. ,,Dan kwam hij even vertellen wat er beter kon’’, aldus Witschge, die nog regelmatig met Swart samenspeelt bij Lucky Ajax. ,,Of ik daar van gediend was? Van Sjaak kan ik dat hebben. Amsterdammers onder elkaar, hè. We hebben dezelfde cynische, spottende humor. En als je daar niet tegen kon als speler, zat je niet bij Ajax.’’

Scheidsrechters en Sjaak Swart; dat waren niet de beste huwelijken. Dat weet voormalig arbiter Mario van der Ende maar al te goed. De Hagenaar floot in een tijdperk na Swart, maar liep hem standaard tegen het lijf wanneer hij wedstrijden van Ajax floot. ,,Een haat-liefdeverhouding, zo zou je zijn band met scheidsrechters kunnen omschrijven.’’ Van der Ende reageerde dan ook gespeeld verbaasd toen Swart hem in november vroeg om te fluiten tijdens de erewedstrijd. Diens reactie: ,,In het land der blinden is eenoog koning. Iets in die trant. De meeste scheidsrechter waren schimmels, zei hij, maar ik niet. Sjaak was het type speler dat een scheidsrechter negentig minuten lang bezighoudt. En vaak werkt dat niet in je nadeel als speler. Ik hou daar wel van. Het is een wedstrijd in een wedstrijd.’’

,,Welke speler uit mijn tijd op hem leek? Jan Wouters. Zonder twijfel. En Paul Gascoigne. Die konden zaniken, maar op een positieve manier. Hristo Stoitsjkov en Gheorghe Hagi ook, maar zij waren nog eens gemeen. Sjaak was dat niet. Hij had een grote mond, maar zijn hart zit op de goede plaats.’’

Tekst: Ajax.nl/Fabian van der Poll
Foto's: Ajax.nl/Gerard van Hees