Sonck: 'Niets mooier dan Ajax-tijd'

Sonck: 'Niets mooier dan Ajax-tijd'

Voordat de vrouwen van Lierse en Ajax afgelopen dinsdag zouden aftrappen, deden we een andere plaats in België aan: Beveren. De reden was een ontmoeting met een oude bekende, niemand minder dan Wesley Sonck. Tien jaar geleden een verdienstelijk aanvaller bij Ajax, nu routinier bij laagvlieger Waasland-Beveren.

Hij heeft zijn bezoeker amper verwelkomd of in de spelonken van De Freethiel weerklinkt de eerste mooie herinnering aan Amsterdam. Wesley Sonck grijnst. Zijn Nederlandse ploeggenoot Bas Sibum merkte zojuist op dat Amsterdam de stad is waar een man om de honderd meter verliefd kan worden. De ex-Rode Duivel kan die woorden alleen maar onderstrepen. Weliswaar had hij tien jaar geleden al een gezin, oog voor het schone heeft hij altijd gehad.

Van juli 2003 tot en met januari 2005 stond Sonck bij Ajax onder contract. Wie hem over die anderhalf jaar hoort praten, kan maar één conclusie trekken: de club heeft op hem een onuitwisbare indruk achtergelaten. Sonck: ,,Ik heb me er heel goed gevoeld. Achteraf had ik in mijn tweede jaar nooit naar Borussia Mönchengladbach moeten vertrekken. Het domste wat ik in mijn carrière heb gedaan. Dat heb ik ook dikwijls tegen mijn vrouw gezegd. Maar ik was jong en vond dat ik moest spelen. Ik had daarentegen geduldiger moeten zijn. Je moet je inbeelden dat ik bij Ajax om het kampioenschap streed, terwijl ik bij Gladbach om plek acht tot en met veertien speelde. Ik heb er ook fijne momenten beleefd, maar het was niet zo mooi als bij Ajax.’’

Wesley Sonck in actie tijdens zijn Ajax-tijd. Foto: Louis van de Vuurst Wesley Sonck in actie tijdens zijn Ajax-tijd. Foto: Louis van de Vuurst

Zijn serieuze toon maakt plaats voor een meer opgewekte. Niet vreemd, gezien de herinneringen die de revue passeren. Van het geweldige linkerbeen van toenmalig ploeggenoot Wesley Sneijder en de souplesse van Maxwell tot aan de genialiteit van Zlatan Ibrahimovic en zijn drie treffers tegen FC Zwolle. Over Sneijder zegt hij: ,,Hij en Van der Vaart. Ze kwamen net kijken, maar waren beter dan ik. Terwijl ik al een jaar of vijf prof was, hè. Ongelooflijk hoe goed Wesley met links kon trappen. Ik kon het al goed, maar zoals hij dat kon, dat heb ik nog nooit van mijn leven gezien.’’

Als het over talent gaat, klinkt hij bijna als een Hollander zo nuchter. Sonck: ,,Ik was niet het talent waarvan er destijds tien rondliepen bij Ajax. Scoren, dat was mijn specialisme. Maar daarbij ben je afhankelijk van anderen. Zij moeten je in stelling brengen. Vroeger besefte ik dat minder, vond ik het een vanzelfsprekendheid. Maar met de jaren ben ik gaan inzien dat ik vooral moet profiteren van de aanwezigheid van grote jongens.’’

Onomwonden stelt hij vast dat zijn concurrenten soms gewoon beter waren. Zlaten, bijvoorbeeld, in de punt, en Mauro Rosales, op rechts. ,,Rosales was Olympisch kampioen met Argentinië. Dat was een topper, een betere speler dan ik. Maar dat kwam ook omdat ik niet graag op rechts speel. Nog altijd niet. Maar je moet spelen waar het team je nodig heeft.’’

Over Zlatan en diens reputatie: ,,Als iemand me vraagt hoe hij was, zeg ik altijd: geniaal gek. Die trappen die je soms ziet op de tv, deed hij toen ook al. Maar het was nooit kwetsend bedoeld. Ik kon altijd met hem lachen. Ook in het veld voelden we elkaar aan. Ik hoefde alleen maar diep te lopen bij hem, hij wist precies waar ik stond. Tegen Club Brugge in de Champions League gaf hij een assist met zijn hak. Perfect op maat. Hoefde ik alleen maar af te drukken.’’

Ibrahimovic was niet degene wiens talent hij het hoogst had zitten. Dat was dat van de Braziliaan Maxwell. ,,Bij hem ging alles zo soepel. In België noemen we dat naturel. Alsof het allemaal zo eenvoudig is.’’ Dan schiet hem nog een mooie anekdote binnen. ,,Na het kampioenschap was de schaal kwijt. Die hadden wij, de Belgen. Ik, Tom de Mul en Jelle van Damme. Waren ze mooi aan het zoeken.’’ Ondanks dat er al bijna een decennium weg is, volgt hij Ajax nog altijd. ,,Via digitale tv kan ik Ajax TV ontvangen. Als ik kan, kijk ik ernaar. Ook naar de jeugdwedstrijden.’’

Als het afscheid nadert, vraagt hij welke medewerkers er nog over zijn uit zijn tijd. ,,David Endt? Pim van Dord? Ja? Doe ze maar de hartelijke groeten van mij.’’ Dan volgt een handdruk, een groet en een belofte: hij komt gauw eens buurten. ,,Bij de volgende reünie rondom Ajax - Heracles ben ik erbij. Als ik niet hoef te voetballen.’’

Tekst: Ajax.nl/Fabian van der Poll
Foto's: Pro Shots (boven) en Ajax.nl/Louis van de Vuurst