Tahamata tekent voor de jeugd

Tahamata tekent voor de jeugd

Is-ie echt al 51 jaar oud? Simon Tahamata heeft nog niets van zijn jonge trekken ingeleverd. Zowel qua uiterlijk als snelheid op het veld als vurig enthousiasme is Ajax’ individuele techniektrainer voor de jeugd nog altijd de speler van vroeger.

Als trainer kijkt hij evenwel vooruit: ‘Als ik nu een contract zou krijgen tot mijn 65ste, zou ik direct tekenen,’ zegt de voormalige linksbuiten van Ajax én Feyenoord. Een ‘eeuwige’ verbintenis met Ajax welteverstaan, hoewel de band hoe dan ook nooit verbroken kan worden.

Als jochie van een jaar of elf kwam hij ooit de jeugdopleiding binnen. Nú traint hij de jongens die dezelfde dromen hebben als hij ooit had. Profvoetballer worden, en een goede ook. Tahamata’s spelerscarrière duurde exact twintig jaar. Eerst vier jaar bij Ajax, toen vier jaar bij Standard Luik, daarna drie jaar Feyenoord, drie jaar Beerschot en zes jaar Germinal Eekeren. In die twee decennia speelde hij ook nog 22 interlands voor het Nederlands elftal. Hij is een mooi voorbeeld voor de jeugd, mede omdat hij ook nog niets van zijn ‘oude’ techniek heeft ingeleverd.

Sinds het begin van het vorige seizoen is Tahamata de techniektrainer van alle Ajax-jeugdteams. Aangesteld omdat het altijd beter kan. Zijn komst (en die van Wim Jonk, die een soortgelijke functie heeft) staat dan ook niet op zichzelf. Ajax investeert nadrukkelijk in de jeugdopleiding en is daarin ook innovatief. Goede voorbeelden hiervan zijn het geavanceerde videosysteem waarmee spelers en wedstrijden nog beter kunnen worden geanalyseerd en het bekende multi-skillprogramma. ,,Die investeringen zijn ook nodig", zegt Tahamata. ,,Andere jeugdopleidingen verbeteren zich ook."
Hoe tegenstrijdig het ook klinkt, Tahamata legt zich juist toe op een van de basisbeginselen van het voetbal, de techniek. ,,Ik ben een fan van Wiel Coerver. Voor hem is vooral de herhaling van bepaalde oefeningen belangrijk. Met een goede basistechniek ben je uiteindelijk de baas over de bal. Voor alle vijftien teams die ik train, bestaat de warming-up uit zeven schijnbewegingen die alle jongens moeten beheersen. De bekende schaar is er daar één van. Dat mag iedereen weten en dat mag iedereen ook zien. Techniek is geen geheim; het is het mooiste dat er is." Zijn ogen schitteren. ,,Als je er een goede schaar ingooit, is je tegenstander sowieso te laat." Tahamata lijkt even terug te denken aan zijn eigen tijd als speler.

Twaalf keer speelde hij een wedstrijd tegen de aartsrivaal: zeven namens Ajax en vijf namens Feyenoord. Met Ajax won hij nooit, met Feyenoord boekte hij drie overwinningen. Hij scoorde nooit in deze duels. ,,Maar ik was ook meer een aangever, hè." In zijn gehele carrière scoorde hij zo’n beetje in één op de vijf duels. Gevraagd naar hoe hij de duels heeft ervaren, is het antwoord voorspelbaar: bijzonder, vanwege het prestige en de rivaliteit. ,,De supporters hebben het me echter nooit kwalijk genomen dat ik naar Feyenoord ging. Kijk, na het omkoopschandaal bij Standard Luik zocht ik een andere club. Feyenoord wilde me écht graag hebben. Cruijff zat daar en die heeft zich hard gemaakt voor mijn komst. Bij Ajax daarentegen zeiden ze dat ze me terugwilden, maar vervolgens lieten ze niets meer van zich horen. Toen was de keuze eenvoudig. Weet je wat de Ajax-supporters later zeiden: 'Ach man, ze hadden je al nooit weg mogen laten gaan naar Luik.'"
Voorafgaand aan een van de duels tegen Ajax in het Olympisch Stadion bleek echter hoe diep zijn liefde voor Ajax nog zat. ‘In een voorwedstrijdje tussen Ajax E1 en Feyenoord E1 tikte Ajax Feyenoord helemaal weg. Ik stond daar met een paar jongens te kijken en ik ging helemaal uit mijn dak en had het alleen maar over hoe goed we waren. Zegt Joop Hiele tegen me: “Hé Simon, ‘we’ zijn Feyenoord hoor.” Daar schrok ik toch wel van.’

Hij bleef dus Ajacied, maar verruilde Nederland wél voor België. Nog steeds woont hij daar, hoewel hij door de thuiswedstrijden van het eerste, zijn eigen wedstrijdjes met Lucky Ajax en zijn baan ten minste vier dagen per week in de ArenA en op de Toekomst te vinden is. Hij reist niet dagelijks op en neer naar zijn woonplaats, maar geeft de voorkeur aan een logeerbed in de woning van zijn in Rotterdam studerende zoons. Mevrouw Tahamata is dan ook bij de jongens, zodat het huwelijksleven niet leidt onder ’s mans baan. Natuurlijk zou hij graag een huisje willen kopen in Amsterdam, maar zolang hij nog geen contractverlenging heeft gekregen - dit seizoen loopt het tweejarige contract af - wacht hij daarmee. De op het oog primaire omstandigheden waaronder hij al vier jaar leeft (voor dit contract was hij twee jaar jeugdtrainer van de D3 en E2) zeggen wat over de liefde die hij voor Ajax en zijn werk voelt.
‘Waarom mijn baan zo bijzonder is? Ik zei het al: techniek is het mooiste dat er is. Per team heb ik aandacht voor het individu. Ik leer alle jongens, dus niet alleen de aanvallers, nog beter te zijn in de basisvaardigheden. De baas zijn over de bal en tegenstander. Kijk eens naar een Italiaanse verdediger bijvoorbeeld. Zo’n jongen raakt echt niet in paniek hoor, als hij een tegenstander in zijn nek heeft hijgen. Nee, hij blijft dominant en rustig. Omdat hij superbalvaardig is.’
In dit tweede jaar ziet hij al wat vorderingen bij de spelers, maar graag zou hij daarvan nog meer willen terugzien op het veld. Tahamata wijt het aan de drie kwartier die hij wekelijks maar per team beschikbaar heeft. Hij geeft de jongens daarom ook ‘huiswerk’ mee, omdat ze moeten blijven oefenen. ‘De jongens en ik vinden elke training met elkaar een feest, maar ik wil wél vooruitgang zien.’ Alle bijna tweehonderd jongens kent hij bij de voornaam en geen buitenstaander mag iets negatiefs over hen zeggen.

Wat hem ook uitermate bevalt aan zijn werk is de onderlinge betrokkenheid en routine van de technische staf. ‘Onze staf bestaat uit zoveel jongens die hier al jaren werken. Robin Pronk, Heini Otto, Maarten Stekelenburg, Patrick Ladru, Wim Kwakman, noem ze allemaal maar op. Er is hier zoveel kennis en ervaring aanwezig. En zo’n Sonny Silooy, die trainer is van de A1, zit uit pure interesse ook gewoon bij de E1 in de dug-out te kijken. Ik durf te zeggen dat onze technische staf echt niet beter zou kunnen zijn.’ De negatieve geluiden over de Ajax-jeugdopleiding die hij soms hoort, storen hem dan ook: ‘Ik voel me dan aangesproken. Wij zijn immers verantwoordelijk voor de doorstroming van de jeugd. Maar vertel mij maar eens waarin we dan tekortschieten?’ Tahamata geeft zelf het antwoord: ‘Laatst was ik bij Ajax - Roda JC. Toen hadden we acht spelers uit de eigen opleiding in de basis staan. Het valt dus allemaal wel mee.’ Wél valt hem op dat er weinig goede ‘eigen’ aanvallers doorbreken. ‘De laatste waren Andy van der Meyde, Daniël de Ridder en Tom de Mul. Kortom: we hebben er nu dus nul in de A-selectie.’ In de opleiding ziet hij echter jongens die ‘eraan komen’, er is heel veel talent aanwezig volgens hem. Verder constateert hij ook een flink potentieel aan goede technische verdedigers, hoewel hij vindt dat de club oog moet hebben voor verschíllende typen verdedigers. Op de aankomende talentendagen, van 25 tot en met 29 februari, zal hij zélf daarom in ieder geval kijken naar jongens die een bepaalde meedogenloosheid in hun spel hebben. De techniek kan hij dan altijd later nog wat bijschaven. Tahamata zou er nu voor tekenen.