Tegenstander uitgelicht: ADO Den Haag

Tegenstander uitgelicht: ADO Den Haag

Promovendus ADO Den Haag begon uitstekend aan het seizoen. Na zeges op Sparta en AZ stond ADO zelfs eventjes bovenaan. Inmiddels is de ploeg op de plek beland, waar het werd verwacht: in het rechterrijtje.

ADO Den Haag kwam in november 2006 voor het laatst op bezoek in de ArenA. Ajax won dat competitieduel met 2-0. ADO Den Haag kwam in november 2006 voor het laatst op bezoek in de ArenA. Ajax won dat competitieduel met 2-0.

Feitelijk gezien is het een klein wonder dat ADO zondag überhaupt in actie komt. Exact een jaar geleden hing het voortbestaan van de club aan een zijden draadje. Jarenlang mismanagement en wanbestuur hadden ADO op de rand van de afgrond gebracht. De Rijswijkse zakenman Mark van der Kallen voorkwam vorig jaar december ternauwernood een faillissement door op stel en sprong acht ton in de clubkas te storten. Op basis van dat karige fundament kon en moest de club van onderaf opnieuw worden opgebouwd. Wat volgde was een lange weg van onderhandelingen tussen schuldeisers, gemeente en Van der Kallen.
Pas begin deze maand kwam er een definitief akkoord tussen alle betrokken partijen. De schuld, vorig jaar nog zo’n twintig miljoen euro, is volledig verdampt. De gemeente Den Haag is nu eigenaar van het nieuwe stadion en Van der Kallen bezit, na een miljoeneninvestering, alle aandelen van de club. Er is zelfs een potje gecreëerd om versterkingen te halen.
En dat is nodig ook. Alle partijen die betrokken zijn bij het welvaren van de Haagse club zijn overtuigd van de potentie van ADO. Nu de financiële inhaalslag is gemaakt, moet er binnen afzienbare tijd ook een sportief gezonde eredivisionist staan. Eentje die meestrijdt in het linkerrijtje en die de allure draagt van de derde grootste stad van het land. Degradatie is daarom het laatste wat de club kan gebruiken.
Trainer André Wetzel - hij tekende afgelopen zomer voor drie jaar - heeft de volledige technische verantwoordelijkheid. Hij begon dit seizoen met een stevig regionaal fundament. Liefst vijftien spelers uit zijn selectie zijn afkomstig uit de regio Haaglanden. Dat levert een herkenbaarheid op die ongekend is in de Eredivisie. Toch zijn er ook Amsterdamse invloeden. Mitchell Piqué en Robert Zwinkels doorliepen delen van de jeugdopleiding van Ajax en geboren Hagenaar Richard Knopper speelde enkele seizoenen in het eerste elftal. Hursut Meric kwam vorig seizoen over Turkiyemspor.
Mitchell Piqué, ooit Ajacied, nu in dienst van ADO. FOTO: PRO SHOTS/Dennis Spaan Mitchell Piqué, ooit Ajacied, nu in dienst van ADO. FOTO: PRO SHOTS/Dennis Spaan

Na de sensationele seizoenstart is ADO langzaam weggezakt op de ranglijst. De doelstelling – handhaving - is nog lang niet bewerkstelligd. In uitwedstrijden presteert de club over het algemeen matig getuige de kansloze nederlagen bij laagvliegers als Vitesse, De Graafschap en Heracles. Piqué (29), die ooit vier competitiewedstrijden speelde voor Ajax, blikt terug op de eerste seizoenshelft van ADO Den Haag. ,,Het ging dit jaar met vallen en opstaan. Er zaten mooie wedstrijden tussen, zoals de 3-0 winst in eigen huis tegen AZ en de 4-0 uitoverwinning op NAC. We kenden sowieso een vliegende start en stonden zelfs even bovenaan. Helaas kregen we daarna een terugval, maar dat is geen schande. Dat hoort erbij als promovendus. Laten we hopen dat we de tweede seizoenshelft even voortvarend beginnen als de eerste.’’
Zelf stond je met een blessure anderhalve maand aan de kant.
,,Klopt, ik had mijn middenvoetsbeentje gescheurd. Daar heb ik overigens nog steeds last van. In samenspraak met de clubarts heb ik besloten me na deze voetbaljaargang te laten opereren. Ik hoop dat ik er geen problemen mee krijg en dat ik het tot het eind van het seizoen kan volhouden. Er is namelijk een risico dat de scheur groter wordt. Uiteindelijk kan dat zelfs tot een breuk leiden. Maar het belang van de ploeg staat bij mij altijd voorop en daarom speel ik door.’’
Hoe is het eigenlijk met je Ajax-gevoel?
,,Dat gaat nooit weg. Ik ben geboren en getogen in Amsterdam en heb een aantal jaren het shirt mogen dragen. Het is een beetje als je eerste vriendinnetje. Ajax blijft altijd speciaal. Ik heb bovendien een neef die een groot Ajax-fan is. Als ik bij hem langskom om naar een wedstrijd te kijken, zit hij altijd in zijn Ajax-shirt en moet ik de volledige negentig minuten mijn mond houden. Zo erg gaat hij erin op.’’
Tekst: Arnout Verzijl en Carlo Willemsen