Tegenstander uitgelicht: FC Barcelona

Tegenstander uitgelicht: FC Barcelona

Dit seizoen etaleerde FC Barcelona bij vlagen weer het tiki-takavoetbal waarmee de Catalaanse grootmacht in de periode 2009-2011 zoveel bewondering oogstte. Maar toen was daar begin november ineens de hamstringblessure van Lionel Messi. De vraag rijst dan ook: hoe goed is het dit seizoen nog ongeslagen Barça dinsdagavond zonder zijn Argentijnse superster?

Camp Nou, 24 september 2013. Mochten er nog twijfels bestaan over de capaciteiten van de nieuwe Barça-trainer Gerardo Tata Martino, dan worden die in de thuiswedstrijd tegen Real Sociedad voorgoed weggenomen. Blaugrana swingt als in de hoogtijdagen van Pep Guardiola, de trainer die dit seizoen Bayern München voetbal van een andere planeet laat spelen. Een combinatie tussen Messi, Xavi, Iniesta en Neymar, met veel hakjes en buitenkantjes, gaat de hele wereld over. Het is een aanval die als een statement wordt gebracht én opgevat: Barça is terug.

Eigenlijk was Tito Vilanova, vier jaar lang de trouwe assistent van Guardiola, in de zomer van 2012 diens gedroomde opvolger. De gewezen semiprof uit Bellcaire d’Emporda, een gehucht in het Catalaanse achterland, ging vol overgave aan de slag. Maar toen er in december voor de tweede keer kanker bij de nieuwe hoofdtrainer werd geconstateerd, werd duidelijk dat de clubleiding wederom naar een nieuwe coach op zoek moest gaan.

Barcelona klopte aan bij Tata Martino, een vijftigjarige Argentijn. Dat Martino voor dezelfde club had gespeeld als Lionel Messi (Newell’s Old Boys), had daar volgens de clubleiding niets mee te maken. Zelfs zijn nationaliteit deed niet ter zake. Maar wat de beleidsbepalers van Barça wel belangrijk vonden, immens belangrijk zelfs, was de manier waarop de ex-international zijn ploegen laat spelen. In Argentinië stond het Newell’s Old Boys van Tata Martino namelijk niet voor niets bekend als het Barcelona van Zuid-Amerika.

De belangrijkste taak van Martino was om het enigszins gedoofde heilig vuur in de Barça-kleedkamer weer te doen oplaaien. Barcelona was het afgelopen seizoen weliswaar met groot machtsvertoon en met een gapend gat van vijftien punten voorsprong op erfvijand Real Madrid landskampioen geworden, maar in de UEFA Champions League was het elftal vernederd door Bayern München, de latere winnaar. Het voetbal was lang niet meer zo flitsend als onder Guardiola. Daarnaast bleek een van de meest bewierookte clubteams aller tijden wel heel erg afhankelijk van Lionel Messi. Bij afwezigheid van de geblesseerde supervoetballer oogde het spel van FC Barcelona flets en was het veel te voorspelbaar.

Groot was dan ook de verbazing dat Barça doodleuk de contracten van sterkhouders als Xavi (33) en Puyol (35) met twee jaar verlengde. En dat terwijl gaandeweg het afgelopen seizoen duidelijk was geworden dat Guardiola bij Barcelona was opgestapt omdat de clubleiding had geweigerd om binnen de selectie door te selecteren. Volgens Andoni Zubizarreta zat en zit er nog voldoende rek in het elftal. Wel, zo besefte de oud-doelman van de club, diende er een aanvaller van naam en faam te worden aangetrokken. De manier waarop Barça zonder Messi door Bayern te kijk was gezet, mocht niet nog een keer gebeuren. Het leidde tot de geruchtmakende transfer van Neymar, die voor 57 miljoen euro bij het Braziliaanse Santos werd weggekocht.

Martino overhaastte het niet met Neymar, de grote uitblinker tijdens de Confederations Cup. Het dribbelwonder werd in september rustig gebracht. Pas vanaf de derde competitiewedstrijd, de altijd lastige uitwedstrijd tegen Valencia (2-3 winst, hattrick Messi), startte de beste voetballer van Zuid-Amerika voor de eerste keer in de basis. Daarna ruimde Martino steevast een plekje in voor de 21-jarige Zuid-Amerikaan, die met de week beter ging spelen. Net als Barça, dat al zijn duels in september in winst omzette, inclusief de 4-0 thuiszege op Ajax, met opnieuw een hattrick van Messi.

Het Barcelona van Martino leek weer verdacht veel op het elftal van Guardiola. Xavi strooide weer met listige passjes, Iniesta dribbelde als vanouds, Dani Alves stormde weer negentig minuten als een bezetene langs de rechterflank en Busquets liet zien waarom Louis van Gaal hem de beste verdedigende middenvelder van de wereld vindt. En Messi? Die deed wat hij al tien jaar lang doet namens de rood-blauwen: scoren. Héél veel scoren. Ook in oktober en november verloor Barça geen enkel duel. Sterker, het won de Clásico van Madrid (2-1) en versloeg in de UEFA Champions League Celtic (0-1) en AC Milan (3-1). In San Siro speelde Barcelona gelijk tegen de Rossoneri: 1-1. Na vier duels had de ploeg zich al geplaatst voor de knock-outfase van het miljoenenbal.
Dat zou weleens een klein voordeel voor Frank de Boer en de zijnen kunnen zijn. Barça hoeft vanavond dus niet zo nodig. Over een paar dagen wacht de hel van San Mamés, de loodzware uitwedstrijd tegen Athletic Bilbao. Maar nog veel belangrijker is natuurlijk de afwezigheid van Lionel Messi. Hoe groot is het gemis van de Argentijnse doelpuntenmachine, die dit seizoen achteloos één op één loopt? Is de nog jonge Neymar in staat om Barça vanavond in Amsterdam bij de hand te nemen? Kan Cesc Fabregas de Argentijnse wondervoetballer voor even doen vergeten? Of is het Ajax dat kan profiteren van de afwezigheid van la Pulga (de Vlo)?


Tekst: Ajax.nl/Steven Kooijman
Foto: FC Barcelona