Tegenstander uitgelicht: Real Madrid

Tegenstander uitgelicht: Real Madrid

Vijf gespeeld, vijftien punten. Zestien goals voor en twee tegen. De cijfers zeggen alles over de overmacht van Real Madrid in groep D van de UEFA Champions League. Ajax kan aan de bak woensdagavond om overwintering in het miljoenenbal veilig te stellen.

Terwijl de Koninklijke al lang en breed geplaatst is voor de achtste finales, heeft Ajax na de het 0-0-gelijkspel bij Olympique Lyon een remise nodig om zich op eigen kracht bij de beste zestien teams van Europa te voegen. Een loodzware opgave, want Real kan in de ArenA zijn favoriete spel spelen. De ploeg van trainer José Mourinho zal Ajax laten komen en net als bij de heenwedstrijd in Estadio Santiago Bernabéu genadeloos willen toeslaan bij Amsterdams balverlies. Die speelstijl leverde eind september een overtuigende 3-0-thuiszege op voor de Madrilenen door goals van Cristiano Ronaldo, Kaká en Karim Benzema.

Klinkende namen die voor respectievelijk 94, 67 en 35 miljoen naar de Spaanse grootmacht kwamen. Het zijn bedragen die opgeteld ruim twee keer de begroting van Ajax behelzen en die aantonen hoe de verhoudingen in Europa liggen. De forse investeringen ten spijt wilde het Real de afgelopen seizoenen maar niet lukken om de hegemonie van FC Barcelona in Spanje en Europa te doorbreken. Tandenknarsend zag de hoofdstedelijke club toe hoe de Catalanen dankzij het uitzonderlijke zelfopgeleide trio Lionel Messi, Andres Iniesta en Xavi Hernández de prijzen voor hun neus wegkaapten.

Kenneth Vermeer verrichtte meerdere grandioze reddingen. Kenneth Vermeer verrichtte meerdere grandioze reddingen.

Dit seizoen benadert Real echter het niveau van Pep Guardiola’s team. In de Primera División houdt Madrid Barcelona brutaal bij en in de UEFA Champions League staat er geen maat op de verzameling sterren die in de sterkst mogelijk opstelling bestaat uit doelverdediger Iker Casillas, de verdedigers Sergio Ramos, Pepe, Ricardo Carvalho en Marcelo, de middenvelders Sami Khedira, Xabi Alonso en Mesut Özil en de aanvallers Cristiano Ronaldo, Gonzalo Higuaín en Ángel Di María.

Onder toptrainer José Mourinho speelt de Koninklijke in een vast systeem: 4-2-3-1. De Portugees is er door duidelijkheid te scheppen over de speelwijze in geslaagd een geoliede machine neer te zetten, waarin de stervoetballers voor elkaar willen werken. Wie verzaakt, is meteen aan de beurt, want ook de reservebank bestaat uit topmateriaal. Antonio Adan houdt Casillas scherp. Datzelfde doen Raphaël Varane, Raul Albiol, Fabio Coentrão en Álvaro Arbeloa met het verdedigende kwartet. Het trio middenvelders voelt de hete adem van Hamit Altintop, Esteban Granero, José María Callejón en Lassana Diarra in de nek. Terwijl de aanvallende troeven wekelijks Kaká, Nuri Sahin en Karim Benzema uit de basis moeten houden.

Ondanks de grote concurrentiestrijd houdt Mourinho zijn sterrenensemble in het gareel. Het drukke programma is daarbij zijn grote vriend, want af en toe kan hij eens een basisspeler rust gunnen of een reserve speeltijd bij blessures of schorsingen. De ratrace met aartsrivaal Barcelona is echter Mourinho’s ultieme troef. De eergevoelige vedetten weten dat zij elkaar nodig hebben om Barça te stoppen in de strijd om het Spaanse kampioenschap, de Copa del Rey en de UEFA Champions League. Voorlopig doet Real op alle fronten nog mee en heeft het de stellige overtuiging in mei drie trofeeën te kunnen tonen op het Cibeles-plein in het centrum van Madrid.

Is Ajax in staat om een deuk in het Koninklijke zelfvertrouwen te voetballen? Of heeft het bij een nederlaag een gunstige uitslag van het duel tussen Dinamo Zagreb en Olympique Lyon nodig om ten koste van de Fransen op doelsaldo (momenteel +7) in de UEFA Champions League te blijven?

Tekst: Martijn Mooiweer
Foto's: Ajax.nl/Louis van de Vuurst