Tegenstander uitgelicht: Roda JC

Tegenstander uitgelicht: Roda JC

De schandvlek werd direct weggepoetst. Na een jaartje afwezigheid is Roda JC weer terug in de Eredivisie. De Limburgers kenden een vliegende start, maar zijn de laatste weken wat teruggevallen. Hoe weinig geruststellend de statistieken van Roda tegen Ajax ook zijn, in de Amsterdam ArenA hoopt de ploeg van Darije Kalezic de weg naar boven weer te vinden

Er ging op 3 mei 2014 een schok door voetbalminnend Kerkrade. Roda JC won weliswaar die dag bij Go Ahead Eagles, maar een neergang kon niet worden voorkomen. Voor het eerst in de clubhistorie degradeerde Roda JC uit de Eredivisie. De in 1962 opgerichte fusieclub promoveerde in het seizoen 1972-1973 naar het hoogste niveau en speelde sindsdien onafgebroken in de belangrijkste Nederlandse voetbalcompetitie.

Vege lijf
Roda eindigde een punt achter NEC, dat met een punt op bezoek bij Ajax op de slotdag directe degradatie voorkwam. NEC wist het vege lijf in de nacompetitie vervolgens niet te redden. Vorig seizoen, in de Jupiler League, was er een duidelijk krachtsverschil tussen Roda en NEC. De Nijmegenaren eindigden met het ongekende puntentotaal van 101 met een straatlengte voorsprong bovenaan. Roda JC moest met 32 punten achterstand (!) genoegen nemen met de derde plaats.

In de nacompetitie kwam het alsnog goed voor Roda. In de tweede ronde werd eerst afgerekend
met FC Emmen. Daarna volgde in de finale een tweeluik met NAC Breda. De Brabanders wonnen het eerste duel in Kerkrade met 0-1 en leken de beste papieren te hebben. Roda JC had echter een knap antwoord paraat. De return werd na verlenging met 1-2 gewonnen, waardoor de champagne ontkurkt kon worden.

Op trainersgebied zijn het turbulente jaren geweest bij Roda JC. Jon Dahl Tomasson diende na de degradatie naar de Jupiler League zijn biezen te pakken en ook opvolger René Trost hield het geen
seizoen vol. De oud-speler van de club werd in april ontslagen vanwege teleurstellende resultaten. Roda JC stond toen mijlenver achter op NEC. De 6-0-nederlaag bij Sparta was de welbekende druppel.

Stap terug
Assistent-coach Rick Plum kwam als interim-trainer voor de groep en hij kreeg Roda weer aan de praat, met de uiteindelijke promotie tot gevolg. Afgelopen zomer deed Plum weer een stap terug. Begin juni presenteerde Roda Kalezic als nieuwe hoofdcoach. De coach had de voorgaande twee seizoenen Jong PSV onder zijn hoede en werkte eerder voor onder meer De Graafschap en het Belgische Zulte-Waregem.

Onder Kalezic was de start van Roda JC uitstekend. Na vier duels had de club knap negen punten verzameld. De seizoensouverture werd van Heracles Almelo gewonnen en ook De Graafschap en AZ
kregen klop. Tussendoor werd alleen verloren bij Vitesse.

Met twee opeenvolgende remises – tegen NEC en Feyenoord – handhaafde Roda JC zich in de subtop. De laatste weken draait het beduidend minder. De laatste vier duels leverden slechts twee punten
op. Vorige week zaterdag werd pijnlijk in eigen huis verloren van Excelsior. Roda neemt daardoor na tien speelronden de tiende plaats in.

Strafschoppen
Woensdag kende Roda ook een bijzonder moeilijk bekeravondje. Op bezoek bij amateurkampioen FC Lienden werd pas na strafschoppen gewonnen. Het mocht dan niet fraai zijn geweest, Roda zat
in ieder geval in de koker voor de loting voor de achtste finales van de KNVB-Beker. Daarin werd de ploeg gekoppeld aan sc Heerenveen. Roda mag thuis aantreden in het eigen Parkstad Limburg Stadion.

Wat opvalt is dat er relatief weinig treffers vallen bij de wedstrijden van Roda. Kalezic laat zijn team vanuit een goede organisatie opereren. Roda scoorde in tien duels evenzoveel goals, en kreeg er
eentje meer tegen. Topscorers zijn de Australische nieuweling Tomi Juric en de Belgische middenvelder Tom van Hyfte met ieder drie goals.

Op basis van de statistieken lijkt Roda vrijwel kansloos voor een overwinning in ArenA. Al twaalf duels op rij (uit en thuis) werd niet van de Ajacieden gewonnen. De laatste zege in Amsterdam
dateert nog van voor de eeuwwisseling, in 1999.

Tekst: Ajax.nl/Gerben Oostdam
Foto: Louis van de Vuurst