'Tijd om trots te zijn is er niet'

'Tijd om trots te zijn is er niet'

Iedere week schrijft een speler of speelster van Ajax een blog voor Ajax.nl. Davy Klaassen, Joël Veltman, Vaclav Cerny en Merel van Dongen wisselen elkaar telkens af. Ditmaal is het de beurt aan Vaclav Cerny.

De maand augustus was voor mij ongelooflijk met mijn debuut in de ArenA in de competitie en in de Europa Cup. Maar ook in september kwam daar een mooie mijlpaal bij. Ik debuteerde bij Jong Tsjechië als jongste speler ooit! Het is altijd speciaal om voor je land te spelen, dat voel ik ook zo als ik bij onder 19 speel. Nu mocht ik twee elftallen overslaan, dat is toch wel bijzonder. Ik was hartstikke blij toen ik de lijst kreeg dat ik bij de selectie zat. Gelijk de eerste wedstrijd mocht ik in de basis starten en de tweede wedstrijd weer. Dat was top voor mij!

Doel
Het niveau van Jong Tsjechië is best hoog. Het is een goed team, waardoor ik denk dat wij wel een grote kans maken om naar het EK te gaan. Het team bestaat uit spelers die bijna allemaal boven de twintig jaar zijn. Ik was de enige van zeventien. Iedereen kent elkaar wel ergens van. Het was niet zo dat ze dachten ‘wat moet dat jonge jochie nou bij ons?’ De vaste spelers van Jong Tsjechië keken meer tegen me op. Ze wisten dat ik erbij was gehaald om het team misschien te kunnen helpen. De oudere jongens wilden vooral weten hoe het nou was om in de ArenA te spelen voor zoveel mensen. Want dat hebben ze nog nooit meegemaakt. Ik gebruikte naar hun toe steeds hetzelfde woord als hier na de wedstrijd: ‘ongelooflijk’, want dat was het! Vorig jaar op 1 december had ik mezelf tot doel gesteld in de ArenA te voetballen en dat is binnen het jaar gelukt. Tijd om trots te zijn op mijzelf is er eigenlijk niet, want het is zo’n druk programma. Ik moet continu goed blijven trainen en spelen. Het waren leuke momenten, maar daar mag ik tot de nacht van genieten. De volgende dag moet ik gewoon weer trainen.

Ik ben nu weer speler van Jong Ajax. Ik wist dat dat moment zou komen en dat is ook helemaal niet erg. Gelukkig heb ik veel mensen rond mij die weten hoe het is om eerst bij Ajax 1 te zitten en te spelen en dan weer bij Jong Ajax. Ik heb veel hulp gekregen van de trainers Jaap Stam en Andries Ulderink. En van mij papa natuurlijk. Mijn motivatie is heel groot. De komende tijd moet ik bij Jong Ajax proberen de beste te zijn, het team te helpen en dan mag ik misschien weer een paar minuutjes met het eerste spelen. Dat zou top zijn. Dat ik nu op een lijstje sta van jongste debutanten in Ajax 1 is hartstikke mooi, maar ik wil altijd bij Ajax 1 horen.

Zwaar
Nu speel ik met Jong Ajax in de Jupiler League. Die competitie is verschrikkelijk zwaar. Het is bijna irritant, want soms is het zo dat we bijna steeds de bal hebben en toch vinden de tegenstanders hun momenten om terug te komen. Misschien komt dat omdat we minder ervaring hebben, maar die teams zijn zo slim om tegen ons resultaat te halen. Ze zijn erg fysiek. Ik kan het nu vergelijken met de Eredivisie en ik vind het spelen in de Jupiler League nog een stukje moeilijker. In de Eredivisie kan ik ook tegenover een jonge back staan, maar in de Jupiler League zijn het vaak geroutineerde mannen die dan een avondje tegen mij gaan spelen. Ik vind dat erg zwaar, maar het is goed voor ons. Ik merk wel dat ik slimmer word. Met Jaap Stam heb ik het er altijd over dat ik de momenten moet zoeken. Ik moet slim zijn door een beetje te spelen met de tegenstander. Als ik zie dat de kans 1-tegen-1 klein is, dan speel ik terug want dan is er ruimte bij Robert Muric aan de andere kant. Maar als mijn tegenstander de volgende keer denkt dat ik weer terug ga spelen, maak ik de actie wel. Die momenten moet ik leren herkennen.

Over twee weken is er weer een interlandperiode en ik hoop dat ik weer word opgeroepen voor Jong Tsjechië. Ooit wil ik de jongste speler van de A-ploeg van Tsjechië worden. Maar ik heb daar nog anderhalf jaar voor. Tijd genoeg dus om die jongste te zijn.