Ton Pronk mag dat ene grote talent niet missen

Steeds meer Ajacieden vinden na hun actieve voetbalcarrière de weg terug naar Ajax. Als directielid, bestuurslid, trainer, leider of scout hebben ze bewust gekozen voor een tweede voetballeven bij hun eerste voetballiefde. In deze kerstspecial vertellen de oud-spelers over hun carrière van toen en over hun werkzaamheden van nu. In deze afleving Ton Pronk, hoofd scouting.

Hij is net terug uit Dubai waar hij op het WK voor spelers onder de twintig jaar is geweest. In zijn kantoor op de ArenA is hij druk bezig om al zijn indrukken vast te leggen in rapporten en verslagen over de jeugdtalenten. ,,Ik kan je van dit lijstje zo een paar spelers noemen die bij de Europese top zullen gaan behoren, maar of wij ze nodig hebben en of zo'n speler bij Ajax past is een tweede. Dat hangt van veel factoren af. Hoeveel spelers hebben we al op die positie in de A-selectie en wat zit er uit de eigen jeugd aan te komen", vertelt Pronk over zijn ervaringen in Dubai. ,,Alle nationale teams hebben we twee keer gezien. De spelers zijn enorme talenten, maar veel spelers passen niet bij Ajax. Dat is ook een belangrijk criterium. Een speler moet, naast zijn voetbalkwaliteiten, een bepaalde flair en stijl hebben die bij Ajax past. Het is moeilijk uit te leggen wat dat betekent en hoe je dat kan onderscheiden. Ik kan dat op basis van mijn ervaring als speler en scout beoordelen. Nicolae Mitea heeft het bijvoorbeeld wel, een ander weer niet."

Op 10-jarige leeftijd werd Ton Pronk na selectiewedstrijden op Voorland aangenomen bij Ajax. Hij doorliep de welpen, aspiranten en juniorenelftallen om vervolgens in het eerste te belanden. De verdediger speelde 338 wedstrijden voor Ajax 1. Een van die wedstrijden was tegen PSV. Hij was toen achttien jaar en kreeg het vertouwen om in zijn eerste wedstrijd Coen Dillen uit te schakelen. ,,Ajax had de week ervoor met grote cijfers verloren van Feyenoord. Er stond dus veel druk op het duel tegen PSV. Ik was achttien en stond tegenover de toen al grote Coen Dillen. Het ging me goed af. De wedstrijd die me het meest is bij gebleven is de beslissingswedstrijd tegen Benfica in Parijs. We hadden daarvoor twee keer 3-1 gespeeld. Het stadion puilde uit. Eusebio was mijn man. In m’n achterzakkie, hoor”, lacht Pronk. Nadat hij door een slepende achillespeesblessure, na een seizoen FC Utrecht, zijn loopbaan moest beëindigen, kwam hij als scout terug bij Ajax. ,,Dat was in de tijd van Ivic. Toen was het nog liefde-werk, oud-papier. Maar het maakte me niet uit, want ik was trots dat ik het voor Ajax mocht doen. Later heb ik al mijn diploma's gehaald en toen Louis van Gaal hoofdcoach werd, is de scouting geprofessionaliseerd."

Inmiddels geeft Ton Pronk leiding aan acht scouts. ,,We zien veel wedstrijden en krijgen ook veel spelers aangeboden. Alles nemen we door. Veel dingen verdwijnen ook in de prullenbak, hoor, maar we zorgen er wel voor dat we precies weten wat er speelt. Je zou bijna kunnen zeggen dat we altijd een schaduwelftal in ons hoofd hebben. Ik kan het me namelijk niet veroorloven iets te missen. Het kan niet zo zijn dat Ajax dat ene grote talent niet in de gaten heeft gehad. De scouts zijn altijd alert", vertelt Pronk over zijn werkzaamheden.

Zelfs bij benadering durft Pronk geen inschatting te maken van het grote aantal wedstrijden dat hij als scout heeft gezien. Hij heeft het beroep door de jaren heen wel zien veranderen. ,,Het is, zeg maar, agressiever geworden. Wanneer ik nu bij internationale wedstrijden kom, dan zitten er tientallen scouts op de tribune. Dat was vroeger veel minder. Het geeft het belang voor de clubs aan. Al die scouts willen namelijk allemaal het beste van het beste. Dat speelt vooral bij clubs uit Italië, Spanje en Engeland. De clubs uit deze landen hebben niet zo'n jeugdopleiding zoals Ajax die heeft. Ze moeten kopen om de spelerselectie aan te vullen. En soms kopen ze zelfs een speler die gewoon op de bank belandt. Maar ja, ze zijn bang dat ze anders worden afgetroefd door andere clubs."

Die werkwijze zou Pronk niet kunnen bekoren. ,,Ik geniet ervan als een speler zoals Maxwell, Ibrahimovic of in het verleden Kluivert doorbreekt. Wanneer ik op de tribune zit, dan leef ik met ze mee. Ik hoop met heel mijn Ajax-hart dat ze het halen, wanneer ze een kans krijgen. Daar haal ik de voldoening van mijn werk uit."

Mijmerend over het komende jaar wenst Pronk een ding. ,,Het zou fantastisch zijn wanneer we deze groep bij elkaar kunnen houden. Ik weet dat dit door de commerciële belangen erg moeilijk is. Maar wanneer deze talenten bij elkaar blijven, kunnen er nog grote dingen gebeuren. Het zijn namelijk allemaal toppers."