Trabelsi hoopt op afscheid met eremetaal

Trabelsi hoopt op afscheid met eremetaal

Hatem Trabelsi hoopt op een afscheid met een gouden rand. Een adieu met edelmetaal is alleen mogelijk met een zege op PSV in de finale van het Gatorade Cuptoernooi. Na de bekerfinale scheiden de wegen van de Tunesiër en Ajax. De rechtsback hoopt niet alleen op een gouden afscheid. In Trabelsi's toekomstige privé-museum is vast en zeker plaats voor veel meer lauweringen en voetbalprijzen.

De 29-jarige Afrikaan ziet zichzelf, op zijn oude dag, al rondlopen. In een nog nader te bepalen ruimte in een waarschijnlijk nog nader te betrekken huis. Omringd door de herinneringen uit zijn loopbaan, kan het echte genieten pas beginnen. ,,Over tien, vijftien jaar kan ik pas echt trots zijn op wat ik heb bereikt’’, steekt Trabelsi van wal in de persruimte van de Amsterdam ArenA. ,,Nu is trots nog niet op zijn plaats. Al bewaar ik alle shirts, boeken en de medailles die ik heb gewonnen, al wel zorgvuldig. Mijn beste wedstrijden zal ik zelf al nooit vergeten. Anders heb ik mijn zaakwaarnemer altijd nog. Alle hoogtepunten en wedstrijden verzamelt hij voor mij op dvd. Die beelden hoef ik nu nog niet te zien. Die komen later wel. Ooit wil ik alles samen brengen in een apart kamertje.''

De stoffelijke en electronische herinneringen vormen het toekomstige Trabelsi-museum. Misschien wel precies zoals vader-Van Basten ooit begon voor zijn zoon Marco. Een plaats waar alle carrièrelijnen samenkomen. Een plek vooral, waar een inmiddels gepensioneerde voetballer nostalgisch kan terugblikken. Waar de shirts, trainingspakken, foto’s, prijzen en televisiebeelden het verleden telkens weer nieuw leven inblazen.

Drie peilers onder het Trabelsi-museum zijn al lang en breed bekend. Memorabilia zijn in elk geval afkomstig van zijn (eerdere) clubs Club Sportif Sfaxien en Ajax. Ook van alle interlands voor de Tunesische nationale ploeg, valt een mooi overzicht te maken. Het komende WK moet wat dat betreft voldoende museumstukken op kunnen leveren. Een maand na de Gatorade Cupfinale start ook voor Tunesië de Mondiale in Duitsland.

,,Het WK is belangrijk. Elke voetballer wil een WK spelen'', zegt Trabelsi met twinkelende ogen. ,,Hopelijk wordt het voor Tunesië een mooi toernooi. Om daar een bijdrage aan te leveren, wil ik natuurlijk niet geblesseerd raken. Al helemaal niet omat ik nu al 29 ben. Het WK in 2010 ga ik niet halen. Het is dezer dagen een kwestie van goed trainen en mijn rust pakken. In wedstrijden kan je jezelf natuurlijk niet sparen, daaromheen soms wel. Bij kleine peintjes tijdens een training, zal ik toch minder risico nemen. Kleine pijnjtes worden zo een blessure.''

Welk clubshirt de Tunesiër na de bekerfinale en het WK draagt, is nog onbekend. Dat wil zeggen: voor het grote publiek onbekend. De voetballer en zijn zaakwaarnemer weten waar Trabelsi volgend voetbaljaar speelt. Nog voor het ingaan van zijn transfervrije status, op 30 juni 2006, belooft de vleugelverdediger opening van zaken te geven. Met een veelbetekenend lachje: ,,Het is in elk geval een competitie waarin ik beter kan worden. Sneller, beter, sterker; dat is wat ik de komende jaren allemaal wil worden. Zlatan Ibrahimovic vind ik een mooi voorbeeld. Toen hij net bij Ajax kwam, mochten weinig mensen hem. Hij heeft zich goed ontwikkeld en is nu bij Juventus een van de beste spelers van Europa. Zó pakt de overstap naar een nieuwe club voor mij hopelijk ook uit. Naar welke club ik na dit seizoen overstap, zal ik op het juiste moment bekend maken.''

Terugkijkend op de achterliggende vijf seizoenen, spreekt Trabelsi vooral gepassioneerd over zijn eerste drie Amsterdamse jaren. De trots overheerst als de successen van toen ter tafel worden gebracht. ,,Bij een topclub heb je altijd goede en minder goede periodes. Kijk bijvoorbeeld naar de jaren na de Champions Leaguewinst in 1995. Toen ging het in algemeenheid iets minder met de club. Daarom kwam ik in 2001 op het juiste moment bij Ajax binnen. Er waren goede spelers, van wie velen iets extra’s aan het elftal toevoegden. De twee landstitels die ik met Ajax heb gewonnen, zijn de hoogtepunten in mijn Ajax-periode. De herinneringen aan het eerste kampioenschap zijn het mooist. De kampioenswedstrijd, uit bij NEC, zal ik nooit vergeten. Als ploeg waren we mijn eerste jaren toch al onverslaanbaar. Vooral in de Amsterdam ArenA. In het bekertoernooi en in de competitie speelden we toplevel. Wat ik in de achterliggende vijf jaar heb bijgeleerd? Moeilijk te zeggen. Toen ik hier binnen liep, was ik 24. Nu ben ik 29, en dus een stuk rijper. Die jaren ervaringen maken een groot verschil.''

Sneller, beter, sterker. Trabelsi herhaalt nog maar eens wat hij bij zijn toekomstige werknemer wil worden. Eigenlijk wilde de Arabisch Voetballer van het Jaar 2004 zijn club al eerder de rug toekeren. Na een breed uitgemeten arbitragezaak moest Trabelsi bakzeil halen. De Tunesiër bleef de ArenA-club plichtmatig trouw. Al heeft de rechtsback wel genoeg fatsoen om ook zijn laatste jaren in Amsterdam tot een mooi einde te brengen.

,,Na de bekerfinale tegen PSV gaan zes of zeven spelers weg. Iedereen wil iets moois achterlaten. PSV is een great team, een ploeg waarvan moeilijk valt te winnen. In onze laatste competitiewedstrijd tegen PSV was Koné mijn directe tegenstander. Tegen zo’n goede spelers vecht je vanzelf mooie duels uit. Winnen is gelukkig nooit onmogelijk.''

Inclusief play-offwedstrijden overschrijdt de vliegensvlugge back de magische grens van honderd duels in het Ajax-shirt. Een eeuwigdurend lidmaatschap van de Club van 100 volgt automatisch. Net als het bijbehorende lidmaatschap van Lucky Ajax, de vereniging van oud-spelers.

Uiteindelijk verlaat Trabelsi de ArenA vooral om zijn droom uit te laten komen. De kwartfinaleplaats in het Champions Leagueseizoen 2002-2003 moet worden overtroffen. Liefst met een finaleplaats in datzelfde Europese toernooi. De club waarnaar de Tunesiër verkast, is volgens de scheidende Ajacied in elk geval een serieuze kanshebber op de prestigieuze Champions League Cup.

,,Ooit wil ik de Champions League winnen. Bij Ajax ben ik helaas nooit verder gekomen dan de kwartfinale. Ook omdat de club elk jaar weer een aantal spelers kwijtraakt. That’s football. Al verkopen de echt grote clubs bijna geen spelers. Zij kopen alleen de allerbesten. Het is voor mijn toekomst gewoon het beste om over te stappen naar een nog grotere club.''