Van bezemsteel tot echte kerel

Van bezemsteel tot echte kerel

Toen hij bijna zes jaar geleden door Ajax bij HFC Haarlem werd gestald, leken er weinig mensen meer te geloven in een mooie carrière voor Derk Boerrigter (25). Via een ongewone omweg door de kelder van het betaalde voetbal belandde de Tukker afgelopen zomer alsnog op zijn gedroomde plek: de linkerflank in Ajax 1. Ook zijn debuut in Oranje was deze week nabij. Een rugblessure voorkwam vooralsnog een volgende mijlpaal.

Veel is er niet veranderd, constateerde Derk Boerrigter toen hij afgelopen zomer na vijfenhalf jaar terugkeerde bij Ajax. Op sportcomplex de Toekomst zag hij vooral heel veel bekende gezichten. ,,Zelf ben ik waarschijnlijk nog het meeste veranderd, in heel veel opzichten. Ik ben vooral sterker geworden tussen mijn oren, maar dat komt niet zozeer door die periode in de Eerste Divisie. Mentaal ben ik juist sterker geworden dankzij mijn eerste periode bij Ajax. Daar heb ik in de tijd daarna van kunnen profiteren.”

De linksbuiten was het bedaarde, het gemoedelijke van Twente gewend. Hij groeide met zijn twee
broers op in Oldenzaal, pal tegen de grens met Duitsland, waar hij begon met voetballen bij de lokale amateurclub Quick ‘20. Op 12-jarige leeftijd volgde de overstap naar de jeugdacademie van FC Twente. Zes jaar later leek zijn toekomst in Amsterdam te liggen. De verrichtingen van het aanvalstalent trokken de aandacht van Ajax en op zijn achttiende besloot Boerrigter het avontuur aan te gaan; een move die destijds met het nodige rumoer gepaard ging. ,,Bij FC Twente waren ze er niet blij mee”, blikt hij terug. ,,Voor mij was het simpel. Ik had daar al die jaren voor spek en bonen keihard gewerkt om door te breken. Toen ik naar de senioren zou gaan, kon er dan eindelijk een contractje af. Dat stelde ook nog niet al te veel voor: ik mocht niet eens bij het eerste meetrainen, maar moest me sowieso bij het tweede melden.”

Boerrigter in actie tijdens Jong Ajax - AGOVV (2005) tijdens zijn eerste periode bij Ajax. Boerrigter in actie tijdens Jong Ajax - AGOVV (2005) tijdens zijn eerste periode bij Ajax.

Toen Ajax in 2004 liet doorschemeren interesse te hebben in zijn diensten, hoefde Boerrigter niet lang na te denken. Een geanimeerd gesprek met toenmalig hoofdtrainer Danny Blind en hoofd opleidingen John van den Brom nam de laatste twijfels weg. Uiteindelijk zat een doorbraak bij Ajax er toen nog niet in. ,,Mijn prestaties waren niet goed genoeg en wie niet goed genoeg presteert, haalt het eerste niet. Als ik nu terugkijk, moet ik concluderen dat ik er toen fysiek en mentaal nog niet klaar voor was. Ik zag laatst nog een foto van mezelf uit die tijd: echt een tenger ventje, een jongetje. Fred Grim zei laatst tegen me: “Toen je hier voor het eerst binnen kwam wandelen, was je net een bezemsteel. Nu ben je een echte kerel geworden.” Dat vond ik wel aardig verwoord.”

De bezemsteel van weleer kreeg ruim vijfenhalf jaar geleden te horen dat er bij Ajax geen toekomst voor hem was, niet op korte termijn nochtans. De laatste zes maanden van zijn contract sleet Boerrigter derhalve bij Haarlem, de inmiddels ter ziele gegane samenwerkingspartner van Ajax in de Jupiler League. FC Zwolle lijfde hem vervolgens transfervrij in. Een grote profcarrière leek op dat moment verder weg dan ooit. ,,Op dat niveau ga je automatisch anders naar voetbal kijken”, zegt Boerrigter. ,,Daarvoor was ik altijd gefixeerd geweest op het halen van de top, daarvoor moest alles wijken. Maar bij clubs als Haarlem en Zwolle voetbal je toch vooral ook voor je plezier, want je zult er niet rijk van worden. Dan komen er ook afwegingen om de hoek kijken. Wil ik dit tot mijn 35ste doen en dan pas een maatschappelijke carrière gaan opbouwen? Of wil ik nu al gaan studeren en was dit het dan? Dat zijn vragen die toen wel door mijn hoofd zijn gegaan.”

Na twee succesvolle seizoenen bij RKC Waalwijk speelde hij zich opnieuw in de kijker van Ajax. Vooral vorig seizoen imponeerde hij met achttien goals en een berg assists dusdanig dat er voor hem een tweede kans in zat. Inmiddels niet meer als ‘talent’, maar als ‘laatbloeier’. Ondanks zijn nog jonge leeftijd van 25 jaar kan hij zich met zijn nuchtere Twentse inborst wel vinden in dat predikaat. ,,Ik heb natuurlijk niet het gangbare traject afgelegd. En als je het vergelijkt met supertalenten als Christian Eriksen, die er op hun achttiende al meteen staan, dan ben ik ook echt een laatbloeier. Ik was er op die leeftijd gewoon nog niet klaar voor en dat lijkt me ook helemaal geen schande.”

Dit verhaal is eerder in uitgebreide vorm in Ajax Kick Off verschenen

Tekst: Maarten Dekker
Foto’s: Ajax.nl/Louis van de Vuurst