Van bezemsteel tot echte kerel

Van bezemsteel tot echte kerel

Derk Boerrigter (25) heeft zijn eerste seizoen bij Ajax erop zitten. Via HFC Haarlem, RKC Waalwijk en FC Zwolle belandde de linksbuiten in de zomer van 2011 weer bij de club waar hij is opgeleid. Na een flitsende start kreeg Boerrigter te maken met een slepende rugblessure. Komend seizoen hoopt de aanvaller de blessures definitief achter zich te laten.

Toen hij bijna zeven jaar geleden door Ajax bij Haarlem werd gestald, leken er weinig mensen meer te geloven in een mooie carrière voor Derk Boerrigter. Via een ongewone omweg door de kelder van het betaalde voetbal belandde de Tukker vorig jaar zomer alsnog op zijn gedroomde plekje: de linkerflank in Ajax 1. ,,Van voetballen in de Jupiler League ga je niet rijk worden. Wil ik dit tot mijn 35ste doen en dan pas een maatschappelijke carrière gaan opbouwen? Of zal ik nu al gaan studeren en was dit het dan? Dat zijn vragen die toen wel door mijn hoofd zijn gegaan.”

Veel is er niet veranderd, constateerde Derk Boerrigter toen hij halverwege 2011 na vijfenhalf jaar terugkeerde bij Ajax. Op sportpark de Toekomst zag hij vooral heel veel bekende gezichten. ,,Zelf ben ik waarschijnlijk nog het meeste veranderd, in heel veel opzichten. Ik ben vooral sterker geworden tussen mijn oren, maar dat komt niet zozeer door die periode in de Eerste divisie. Mentaal ben ik juist sterker geworden dankzij mijn eerste periode bij Ajax. Daar heb ik in de tijd daarna van kunnen profiteren. Toen ik hier destijds kwam, maakte ik kennis met een heel andere wereld. De mentaliteit is hier veel harder, mensen zijn veel directer dan waar ik vandaan kom. Daar had ik in het begin heel veel moeite mee, maar ik leerde er steeds beter mee omgaan. Ik wil niet zeggen dat ik zelf ook zo werd, maar het zat er wel dicht tegenaan.”

,,Achteraf ben ik er niet rouwig om dat ik na dat eerste jaar nog bij RKC ben gebleven.” ,,Achteraf ben ik er niet rouwig om dat ik na dat eerste jaar nog bij RKC ben gebleven.”

Boerrigter was het bedaarde, het gemoedelijke van Twente gewend. Hij groeide met zijn twee broers op in Oldenzaal, pal tegen de grens met Duitsland, waar hij begon met voetballen bij de lokale amateurclub Quick ‘20. Op 12-jarige leeftijd volgde de overstap naar de jeugdacademie van FC Twente. Zijn eigen toekomst leek toen al in Amsterdam te liggen. Toen Ajax liet doorschemeren interesse te hebben in zijn diensten, hoefde Boerrigter niet lang na te denken. Een geanimeerd gesprek met toenmalig hoofdtrainer Danny Blind en hoofd opleidingen John van den Brom nam de laatste twijfels weg.

Aanvankelijk kon hij de stap naar het eerste elftal destijds nog niet maken. ,,Mijn prestaties waren niet goed genoeg en wie niet goed genoeg presteert, haalt het eerste niet. Als ik nu terugkijk, moet ik concluderen dat ik er toen fysiek en mentaal nog niet klaar voor was. Ik zag laatst nog een foto van mezelf uit die tijd: echt een tenger ventje, een jongetje. Fred Grim zei laatst tegen me: ‘Toen je hier voor het eerst binnen kwam wandelen, was je net een bezemsteel. Nu ben je een echte kerel geworden.’ Dat vond ik wel aardig verwoord.”

De bezemsteel van weleer kreeg zesenhalf jaar geleden te horen dat er bij Ajax geen toekomst voor hem was, niet op korte termijn nochtans. De laatste zes maanden van zijn contract sleet Boerrigter derhalve bij HFC Haarlem, de inmiddels ter ziele gegane samenwerkingspartner van Ajax in de Jupiler League. FC Zwolle lijfde hem vervolgens transfervrij in. Een grote profcarrière leek op dat moment verder weg dan ooit. ,,Op dat niveau ga je automatisch anders naar voetbal kijken”, zegt Boerrigter. ,,Daarvoor was ik altijd gefixeerd geweest op het halen van de top, daarvoor moest alles wijken. Maar bij clubs als Haarlem en Zwolle voetbal je toch vooral ook voor je plezier, want je zult er niet rijk van worden. Dan komen er ook afwegingen om de hoek kijken. Wil ik dit tot mijn 35ste doen en dan pas een maatschappelijke carrière gaan opbouwen? Wil ik nu al gaan studeren en was dit het dan? Dat zijn vragen die toen wel door mijn hoofd zijn gegaan.”

En zie hem nu, terug bij Ajax, de vaste linksbuiten van het eerste elftal. Dat had hij zelf toch ook niet meer voor mogelijk gehouden? Met een zuinig lachje: ,,Ik heb best een beetje zelfvertrouwen en heb altijd van mezelf geweten dat ik aardig kan voetballen.” Maar Boerrigter zegt ook eerlijk: voor hetzelfde geld had hij nu bij VVV-Venlo, ADO Den Haag of een andere club van dat kaliber onder contract gestaan. ,,Na mijn eerste seizoen bij RKC was er namelijk behoorlijk wat interesse. Dat was ook niet zo vreemd. Als debutant in de Eredivisie had ik zeven treffers gemaakt, voor een ploeg die kansloos degradeerde en in een heel seizoen slechts vijf wedstrijden won.”

Tot een transfer kwam het toen nog niet, ‘omdat iemand van RKC een prijskaartje van een miljoen euro om mijn nek hing’. Dat werkte afschrikwekkend en alle belangstellenden haakten af, zodat Boerrigter vorig seizoen in de Jupiler League te bewonderen was. Daar imponeerde hij met achttien goals en een berg assists dusdanig dat er dit keer heel wat grotere clubs op de stoep stonden in Waalwijk, tot Ajax aan toe. ,,Achteraf ben ik er dus niet zo rouwig om dat ik na dat eerste jaar nog bij RKC ben gebleven.”

Tekst: Ajax Kick Off/Maarten Dekker
Foto's: Ajax.nl/Louis van de Vuurst