Van den Ban is heel kritisch op zichzelf

'Ik heb Edwin altijd scherp gevolgd, lette goed op hoe hij handelde in bepaalde situaties. De dingen die ik zag, probeerde ik dan in de praktijk te brengen.' Geheel onverwacht werd Serge van den Ban (20) dit seizoen tweede doelman van Ajax. De Haarlemmer volgde Stanley Menzo op die zijn carrière vanwege een slepende knieblessure moest beëindigen.

Nadat Menzo in oktober 1999 zijn dramatische afscheid had bekendgemaakt, braken voor Serge van den Ban drukke tijden aan. Zondags zat hij op de bank bij het eerste elftal, op maandag keepte hij in het tweede. Geregeld werden ook zijn woensdag- en donderdagavond op deze manier ingevuld.

Van den Ban: 'Een heel verschil met wat ik was gewend. Het kostte me veel tijd en ik moest flink wennen aan deze verandering. Ik was sneller moe en ging vaak eerder naar bed, omdat bij de trainingen van het eerste alles in een hoger tempo gaat en je fysiek intensiever bezig bent. Tijdens een positiespel met het tweede zag ik de oplossing van een bepaalde situatie altijd op tijd, in het eerste was ik in het begin vaak net te laat.'

Aftasten
Van de Ban moest ook wennen aan zijn 'nieuwe' collega Grim: 'Fred en ik verschillen nogal van elkaar. Hij heeft bijvoorbeeld kinderen, terwijl ik nog bij mijn moeder woon. En het leeftijdsverschil tussen ons is groot. Fred is 34 jaar, ik ben net 20 geworden. In het begin was het aftasten. 'Wat vindt hij lekker tijdens de warming up', dacht ik bijvoorbeeld vaak. Door veel te communiceren kom je daar vanzelf achter. Uiteindelijk groei je dan naar elkaar toe.'
Toen Joe Didulica uit Australië Van den Ban opvolgde als doelman van het tweede elftal, kon de Haarlemmer zich helemaal richten op Ajax 1. Zo stond de reservekeeper tijdens de winterstop, vanwege een blessure van Fred Grim, een aantal keren onder de lat. Van den Ban: 'Ik heb toen niet echt lekker gespeeld. Het had een stuk beter gekund. Ik ben heel kritisch op mezelf. Ook mijn moeder levert geregeld kritiek. Toen ik thuiskwam na de wedstrijd tegen Anderlecht zei ze tegen me: 'Jeetje, wat heb jij slecht gespeeld'.

Ze had gelijk en dat vond ik niet erg. Kritiek heb ik nodig, dat houdt me scherp. Natuurlijk maakte ik tijdens dat duel een paar mooie reddingen, maar ik liet ook een bal los waaruit een doelpunt viel. Dàt foutje blijft uiteindelijk door je hoofd spoken. Die reddingen vergeet iedereen, inclusief ikzelf, meteen.'

Zenuwslopend
Van een officieel debuut in het eerste elftal kwam het voor Van den Ban nog niet. De Haarlemse doelman zit op de bank en dat maakt hem knap nerveus: 'Tijdens de wedstrijden staan mijn tenen krom van de spanning. Als ik zelf speel, ben ik niet gespannen. Maar op de bank kun je niets doen. Dat is zenuwslopend.'
Als kleine jongen stond Serge van den Ban in de spits bij zijn club DCO in Haarlem. Toen de keeper van het pupillenelftal plotseling stopte, besloot de jonge aanvaller maar onder de lat te gaan staan. Heimwee naar de spitspositie heeft hij nooit gehad.

Op achtjarige leeftijd verhuisde Van den Ban naar Ajax. Met dank aan Ger Boer, zijn trainer bij DCO. Boer zei tegen Louis van Gaal, met wie hij op het CIOS had gezeten: 'Ik heb nog een leuk keepertje voor je'. Daarop nodigde de toenmalige directeur opleidingen van Ajax Van den Ban uit voor een vijftal proeftrainingen.

Frans Hoek nam hem onder handen. Van den Ban: 'Ik weet nog goed dat mijn broer Jerry toen achter het doel stond om mij aan te moedigen. Hij wilde dolgraag dat ik bij Ajax mocht gaan spelen. De hele tijd riep hij: 'Je moet dit doen, nee, zo hoort het'. Op een gegeven moment liep Frans Hoek naar het hek en zei tegen mijn broer dat hij stil moest zijn. Hij leidde mij af en zo zou ik nooit bij Ajax komen. Toen was hij stil.'

Bezeten
Ajax raakte onder de indruk van Serge van den Ban en vroeg hem in Amsterdam te komen spelen. De kleine doelman twijfelde. 'Het was een half uur rijden vanuit Haarlem en bovendien zat ik nog op de basisschool. Toen mijn broer zei: 'Desnoods breng ik je op de fiets naar Amsterdam', gaf dat de doorslag voor mij. Ik zou het een jaar bij Ajax gaan proberen.'
'Wat ik nog weet van die tijd? Dat ik heel klein was. Als ik omhoog keek, dacht ik altijd: 'Jeetje, wat hangt die lat toch hoog.'

Pupil Van den Ban droomde al snel van een leven als profvoetballer. Hij was bezeten. 'Als ik thuiskwam van de training bij Ajax liep ik rechtstreeks naar de kast waarin mijn bal lag, riep ik mijn broers en waren we weg. Op het schoolplein ging ik dan meestal niet keepen, maar lekker op goal schieten.'

Toch is keepen voor Van den Ban het allermooiste: 'Ik kan echt genieten van een mooie redding. Een tijdje geleden pakte ik in het tweede vlak voor tijd een penalty tegen De Graafschap. Dat gaf me een heerlijk gevoel. Een strafschop stoppen is leuker dan scoren.'

Ondanks zijn bezetenheid van het keepersvak heeft Serge van den Ban nooit helden gehad. Wel keek hij altijd aandachtig naar andere doelmannen. Zo maakte hij het tijdperk Van der Sar van dichtbij mee. 'Edwin kan ontzettend goed meevoetballen en is zeer sterk in één-tegen-één situaties. Ik heb hem altijd scherp gevolgd, lette goed op hoe hij handelde in bepaalde situaties. De dingen die ik zag, probeerde ik dan in de praktijk te brengen. Maar ik kan hem natuurlijk niet imiteren. Iedereen is anders en doet het op zijn eigen manier.'

Progressie
Tijdens twaalf jaar Ajax heeft Serge van den Ban veel geleerd. Het meeste werd hem bijgebracht door 'keepersgoeroe' Frans Hoek. 'Hij is acht jaar mijn trainer geweest, leerde mij de eerste dingen van het vak. Frans heeft mij gevormd als keeper.'
Toen Hoek met Louis van Gaal vertrok naar Barcelona kreeg Van den Ban te maken met Wil Coort. 'Met Wil werk ik aan mijn conditie en onderhouden we mijn techniek.'

Alhoewel hij veel progressie heeft geboekt, blijft Van den Ban kritisch over zijn prestaties: 'Alles is voor verbetering vatbaar. Vooral aan het inkomen op voorzetten moet ik werken. Meestal ga ik te vroeg naar de bal, met als gevolg dat ik kom stil te staan. Vaak word ik dan omver geduwd door een tegenstander. Mijn timing moet daarom beter worden. Als ik later naar de bal toe ga, heb ik nog vaart en raak ik niet zo snel uit balans.'

Vlak voor de kerst verlengde Van den Ban zijn contract bij Ajax met twee jaar tot medio 2002. De doelman is tevreden over zijn geleidelijke vorderingen tot nu toe, maar doet niet aan carrièreplanning. 'Ik laat alles op me afkomen, kijk niet te ver vooruit. Laat ik eerst maar eens tweede keeper blijven. Daarna kan ik langzaam groeien naar de positie van eerste doelman om uiteindelijk Fred op te volgen.'

PASCAL VAN WESSEL
Dit interview verscheen eerder in de Kick Off, het programmablad van Ajax dat tijdens thuisduels wordt verkocht.