Van Dord viert jubileum in Oostenrijk

Van Dord viert jubileum in Oostenrijk

Pim van Dord kwam vijftig jaar geleden als 10-jarige naar Ajax. Hij speelde er 16 jaar, tot een blessure hem na 174 wedstrijden in het eerste dwong te stoppen. Vijf jaar later kwam hij als fysiotherapeut terug bij de club, om nooit meer weg te gaan. Deze woensdag viert hij tijdens het trainingskamp in Oostenrijk zijn dertigjarig jubileum als fysio.

Zijn komst naar Ajax in 1964 staat Van Dord nog helder voor de geest. ,,Ajax was een van de betere voetbalclubs”, herinnert hij zich. ,,Maar je had toen ook DWS, Blauw Wit en Volewijckers. Dat waren ook goede Amsterdamse clubs. Het betaald voetbal bestond al, maar een vetpot was het zeker nog niet. Dromen over veel geld verdienen als profvoetballer was niet aan de orde. Mijn eerste gedachte over betaald voetbal spelen kwam pas toen ik in de A1 speelde, en ik soms met het tweede meetrainde. ‘Hé wacht even,’ dacht ik toen, ‘ik voetbal nu met jongens die ook betaald krijgen. Dus misschien zit dat er voor mij ook wel in.”

Hoge uitzondering
Inmiddels is Van Dord als fysiotherapeut een van de vele mensen die zich met de fitheid van de spelers bezighoudt. Een enorme staf bewaakt inmiddels de inzetbaarheid van de spelers. De noodzaak van medische begeleiding werd bij het Ajax waar Van Dord begon, net als bij alle andere voetbalverenigingen, nog niet volledig ingezien.

Van Dord: ,,Er was helemaal niemand die je bij een blessure kon helpen. Het was gewoon overleven. Als je toentertijd een zware blessure kreeg was het klaar. Er was helemaal geen fysiotherapeut, geen masseur of iets dat daar ook maar in de verste verte op leek. Als je nu kijkt, zit er een batterij aan mensen bij de jeugd die de kinderen begeleiden; sportief, met school en ook medisch. Als wij geblesseerd waren, gingen we toch gewoon naar de training. Soms ging je maar een beetje rondjes lopen als je te geblesseerd was. Alleen als je ziek was bleef je thuis, of als je iets gebroken had. Pas bij de A-junioren kreeg ik iets dat op medische begeleiding leek. Ik was op een toernooi door mijn enkel gegaan. Een week later hadden we weer een groot toernooi. En toen mocht ik, bij hoge uitzondering, bij Salo Muller langs.”

Van Dord: ,,Als je zoveel wint, kom je in een flow. Bij mindere resultaten voel je meer pijntjes."
Van Dord: ,,Als je zoveel wint, kom je in een flow. Bij mindere resultaten voel je meer pijntjes."

Onvoorstelbaar
,,Als je dan ziet wat er nu allemaal omheen zit, bij de jeugd, is dat onvoorstelbaar”, vervolgt Van Dord. ,,Er wordt geen blessure meer over het hoofd gezien. Er is precies in kaart gebracht hoe ver de belastbaarheid reikt. Wat kunnen de spelers aan, en wat niet? Dat is prachtig. Een hele vooruitgang met mijn tijd. Het nadeel ervan is alleen misschien de mentale ontwikkeling: het omgaan met het feit dat je niet 100 procent fit bent, maar toch kunt functioneren voor het team. Jonge spelers moeten ook leren beoordelen waarmee ze wel kunnen spelen en waarmee niet.”

Van Dord ziet natuurlijk het liefste dat iedere speler altijd fit blijft, maar aan de andere kant vindt hij het net zo belangrijk dat spelers leren pijn te verdragen en fysieke tegenslagen kunnen overwinnen. ,,Vroeger was het echt survival of the fittest. Als je ernstig geblesseerd raakte, dan viel je af. Zo simpel was het. Onze hardheid was wel groter. Maar dat is ook de tijdgeest. Ik denk dat de mensen in de bouw vroeger ook harder waren dan de mensen die nu in de bouw werken. Je kunt de huidige tijd zelfs al niet echt vergelijken met die van ‘95. In die tijd was de groep ontzettend gedreven. Iedereen was op zijn manier bezig zich voortdurend te verbeteren. Die drive was onvoorstelbaar groot. Vergeleken met mijn tijd als voetballer verdienden deze jongens al behoorlijk veel geld, maar als je het afzet tegen deze tijd was de noodzaak om te slagen veel groter."

De jubilerende fysio van Ajax vervolgt: ,,De jongens van ‘95 gingen veel geld verdienen omdat ze zo succesvol waren, niet omdat ze van die vette contracten hadden. En misschien maakt dat ook verschil qua motivatie. Ze moesten het hebben van de overwinningspremie, niet van het basissalaris. Zo was het in mijn tijd ook als voetballer. Daardoor eiste je veel van jezelf, maar ook van elkaar. Wat ook opviel was dat Ajax in ’95 bijna altijd in dezelfde opstelling speelde, en kon spelen. Iedereen was fit. Maar dat heeft natuurlijk ook met de resultaten te maken. Als je zoveel wint, kom je in een flow. Bij mindere resultaten voel je meer pijntjes. Zo simpel is het.”

Dokter Rolink
Van Dords eigen carrière eindigde na een gescheurde achillespeesblessure. ,,Ik kwam uit het gips, na zes weken, en er werd letterlijk tegen me gezegd: ‘ga maar lopen, ga maar kijken hoe het gaat.’ Dat was het. Ik kon mezelf niet zien lopen, maar ik wist wel dat het er waarschijnlijk niet zo heel fraai uitzag. Ik heb drie keer een cortisonen-injectie gehad. Dat was funest. Dat moet je nooit doen. Ik heb het daarna nog anderhalf jaar geprobeerd, elke keer weer die hersteltraining bij Bobby Haarms. Maar het was kansloos. Uiteindelijk zei dokter Rolink dat ik moest stoppen. Het was fijn dat iemand anders die knoop doorhakte.”

Een dergelijke blessure geldt tegenwoordig nog steeds als zeer ernstig, maar Van Dord weet zeker dat hij in deze tijd, met alle medische mogelijkheden, gewoon had kunnen terugkeren op zijn oude niveau. ,,Dus vroeger was helemaal niet alles beter,” lacht de fysiotherapeut, die zo vergroeid is met Ajax, dat hij er zelfs een beetje mank van loopt. ,,Ik had weinig medische ondersteuning, en mede daardoor vind ik het in deze functie elke keer geweldig als ik kan helpen een speler weer fit te krijgen. Dat is prettig voor mij, maar nog fijner voor de club en het belangrijkst voor de speler zelf. Je werd er hard van, als je aan je lot werd overgelaten. Maar een beetje hulp is toch altijd welkom. Zeker als voetbal zo belangrijk voor je is, zoals het voor mij ook was.”

Tekst: Ajax.nl/Raymond Bouwman
Foto's: Ajax.nl/Louis van de Vuurst