Van Rhijn koestert lessen van Stam

Van Rhijn koestert lessen van Stam

Ricardo van Rhijn toonde zich de afgelopen maanden een waardig vervanger van de geblesseerde Gregory van der Wiel. De 20-jarige verdediger uit de eigen jeugdopleiding speelde in afwezigheid van Van der Wiel dertien duels als rechtsback. Van Woudestein tot Old Trafford, overal hield hij zich staande. Tijd voor een gesprek met Van Rhijn.

Met pretoogjes zegt Ricardo van Rhijn dat hij nu eindelijk een kamer heeft waar hij iets meer spullen kwijt kan dan alleen zijn bed. De jonge verdediger van Ajax woont nog gewoon bij zijn ouders, in het huis en de wijk waar hij opgroeide, De Lage Mors in Leiden. Toen zijn oudere zus het nest onlangs verliet, was Van Rhijn er als de kippen bij om een interne verhuizing door te drukken, zodat hij nu de (ruimere) kamer van zijn zus heeft ingenomen. De neiging om zelf ook uit te vliegen heeft hij niet, nog niet.

,,Leiden is een kleine stad, zeker vergeleken met Amsterdam. Soms is het wel saai, je hebt het vrij snel gezien. Aan de andere kant is het er ook knus en gezellig en voelt het voor mij echt als thuis. Bovendien vallen de afstand en reistijd naar Amsterdam reuze mee. Als het verkeer meezit, ben ik in een half uurtje op de Toekomst.”

Op zijn elfde kreeg Ajax hem in het vizier. ,,Ik speelde toen nog als aanvaller bij Docos, was altijd voorin te vinden. In die rol ben ik kennelijk ook opgevallen bij de scouts, want ik mocht langskomen tijdens de talentendagen en ben daarna ook als aanvaller begonnen in Ajax D2.” Als rechtsbuiten had hij een aardig voorbeeld in zijn toenmalige trainer, Bryan Roy. Die liet Van Rhijn evenwel al snel terugzakken in het elftal, eerst naar de rechtshalfpositie. En in de twee seizoenen daarna werd de verdediging Van Rhijns natuurlijke habitat; eerst nog als rechtsback, later vooral in het centrum.

Ricardo van Rhijn in actie op Old Trafford tijdens Manchester United - Ajax. Ricardo van Rhijn in actie op Old Trafford tijdens Manchester United - Ajax.

Vervelend heeft hij die transformatie nooit gevonden, ook omdat de realist in Van Rhijn al snel in de smiezen had dat hij ‘iets’ miste om te kunnen slagen als aanvaller. ,,Ik was geen speler die een actie in huis had of die iets kon creëren vanuit het niets. Het was vooral een kwestie van hard rennen en de bal voorgeven, dat kon ik nog wel redelijk. En hier bij Ajax moet een aanvaller veel meer kunnen, dat was voor mij ook wel duidelijk.”

Als hoogtepunt uit zijn opleidingsjaren noemt de Leidenaar het kampioensseizoen in de B1, dat liefst elf spelers van die lichting een eerste contract opleverde. Naast Van Rhijn legde Ajax aan het einde van dat ongekend succesvolle jaar onder meer Lorenzo Ebecilio, Rodney Sneijder, Florian Jozefzoon, Roly Bonevacia en Geoffrey Castillion vast.

Van Rhijn merkt dat hij persoonlijk erg enthousiast is over de aanpak die sinds dit seizoen bij de A-selectie wordt gehanteerd, met veel aandacht voor individuele ontwikkeling. Zo krijgt hij zelf met enige regelmaat specialistische bijscholing van Jaap Stam, ervaringsdeskundige in het vak van verdediger. ,,Ik denk dat we daar als spelers heel veel baat bij hebben. Het is heel fijn om veel op details te kunnen trainen.”

Hij legt uit dat de lesstof van Stam vaak uit finesses bestaat. ,,Hoe stel je je bij voorzetten op ten opzichte van de spits, hoe kun je net dat kleine duwtje geven waardoor je jezelf een voordeel verschaft in het luchtduel? Slimmigheidjes. Het zijn kleine dingetjes die een groot verschil kunnen maken. Meneer Stam heeft daar natuurlijk een goed oog voor, gezien zijn ervaring. Wat hij vertelt, dat neem ik zonder twijfel aan.”

Van Rhijn was net zeven jaar toen Stam en Frank de Boer als verdedigend hart van Oranje furore maakten tijdens het WK in Frankrijk. Te jong om alles nog haarfijn op het netvlies te hebben, al geldt dat natuurlijk niet voor de fameuze pass die de huidige trainer van Ajax verzond richting Dennis Bergkamp, in de kwartfinale tegen Argentinië. ,,De eerste keer dat je met zulke mannen op het veld staat, dan is het heel bijzonder. Inmiddels weet ik niet beter meer, maar het respect is iets dat blijft.”

Hij omschrijft zijn trainer, met wie hij ook al twee jaar samenwerkte bij de A1, als ‘heel fanatiek’. De Boer is weinig veranderd sinds hun eerste ontmoetingen, zegt Van Rhijn. ,,Hij is nog precies dezelfde trainer, met dezelfde filosofie en dezelfde trainingsstof. En hij heeft nog steeds de gave en de kwaliteiten om dingen moeiteloos voor te doen als het even niet loopt tijdens een training. Hij eist van iedereen dat ze voortdurend geconcentreerd zijn en je merkt dat je daar beter door wordt.”

Dit verhaal is eerder verschenen in Ajax Kick Off.

Tekst: Maarten Dekker
Foto's: Ajax.nl/Louis van de Vuurst