Verdediger met techniek van de straat

Verdediger met techniek van de straat

Inmiddels gedraagt hij zich zoals hij voetbalt: voorbeeldig. Maar nog niet zo lang geleden was Gregory van der Wiel (19) een onhandelbare puber, die het bij Ajax definitief verbruid leek te hebben.

Gregory van der Wiel tijdens zijn debuutwedstrijd, afgelopen seizoen tegen FC Twente. De jonge verdediger viel direct op met zijn volwassen spel. Gregory van der Wiel tijdens zijn debuutwedstrijd, afgelopen seizoen tegen FC Twente. De jonge verdediger viel direct op met zijn volwassen spel.

Nu geldt hij weliswaar als een van de voornaamste jonge vruchten van Ajax’ befaamde jeugdopleiding, een speler waar de hele club trots op kan zijn; nog maar vijf jaar terug in de tijd leek de carrière van Gregory van der Wiel geknakt in de knop. In de C2 van trainer Arnold Mühren manifesteerde de jonge Amsterdammer zich als een onhandelbaar mannetje, dat altijd een weerwoord paraat had voor zijn coach en zijn ploeggenoten. Heel anders dan de kalme, bijna timide jongen die zich de laatste weken als een volwaardige opvolger van de vroegtijdig afgezwaaide Jaap Stam presenteerde.

,,Ik zat midden in de puberteit, was extreem koppig en wilde altijd gelijk hebben,’’ ontleedt Van der Wiel zijn eigen gedrag. ,,Als het niet naar mijn zin ging, werd ik boos en gooide er alleen nog maar met de pet naar.’’
Hij was niet langer te handhaven op sportpark de Toekomst, daar kan hij zich met zijn inlevingsvermogen van nu alles bij voorstellen. Van der Wiel werd weggestuurd en Haarlem werd zijn zelfverkozen toevluchtsoord. ,,Ik wilde absoluut hogerop komen. Als het niet via de normale weg kon, dan maar via een sluiproute. Haarlem was ook goed bereikbaar vanuit Osdorp, waar ik destijds nog woonde.’’ Zijn verblijf bij een club uit de kelder van het betaalde voetbal zou een nuttige leerschool blijken voor Van der Wiel, die tot dan toe slechts de relatieve weelde van Ajax gewoon was.
,,Het niveau bij Haarlem lag een stuk lager, en dan niet alleen het spel, maar ook de accommodatie, de kleding, dat soort dingen. Natuurlijk was dat wennen na zo veel jaar luxe."

De beperkingen bij Haarlem deden Van der Wiel gaandeweg inzien hoe goed de zaken bij zijn vorige club eigenlijk waren geregeld en dat hij zijn vertrek bij Ajax toch vooral aan zichzelf te wijten had. Relativerend: ,,Diep van binnen wist ik heus wel dat ik lastig kon zijn, dat was geen nieuws voor me. In die periode bij Haarlem ben ik gewoon ouder geworden en daardoor ook wijzer, rustiger en bedachtzamer.’’
Zijn spel bleek daarbij gebaat, zozeer zelfs dat Ajax weer contact met hem opnam. In zijn tweede jaar bij Haarlem werd Van der Wiel door zijn oude club uitgenodigd voor een jeugdtoernooi in Italië. Een moment dat de Amsterdammer zich nog altijd levendig voor de geest kan halen, was de fraaie uithaal waarmee hij scoorde in een duel met leeftijdsgenoten van Juventus. Hij bleef nog een derde seizoen bij Haarlem, maar trainde in dat jaar al weer twee keer per week mee in de vertrouwde omgeving van de Toekomst. ,,Als je wordt weggestuurd, denk je natuurlijk dat het definitief is. Je verwacht niet dat je drie jaar later weer terug mag komen", aldus Van der Wiel.

Dat Ajax de banneling al die tijd in het vizier hield, zal ook te maken hebben met zijn specifieke kwaliteiten, vermoedt Van der Wiel. Er zijn niet veel verdedigers zoals hij, types die de blik bij balbezit zo veel mogelijk naar voren richten en zich met het aanvalsspel trachten te bemoeien. Die kenmerken komen in zijn geval voort uit het verleden. Als klein jochie maakte hij met zijn vriendjes de trapveldjes in Osdorp onveilig. Daar leerden ze elkaar de nieuwste trucjes en verfijnden ze hun balbehandeling. ,,Ik heb de techniek van de straat,’’ zegt Van der Wiel met trots en bravoure in zijn stem. ,,Iedereen zegt ook altijd tegen mij ‘waarom ben jij in hemelsnaam verdediger?’.’’

De verdediger Van der Wiel denkt en handelt offensief. De verdediger Van der Wiel denkt en handelt offensief.

Van origine was hij dat ook niet. Van der Wiel speelde voornamelijk op het middenveld, sinds hij op 8-jarige leeftijd via een talentendag doordrong tot de jeugdafdeling van Ajax. ,,Ik was die dag alleen maar aan het pingelen, zoals ik op straat gewend was. Het hele veld oversteken, zonder oog te hebben voor medespelers. Daar waren die andere ouders langs de lijn niet zo blij mee. Hun zoon kreeg de bal maar niet. Zo zat ik in elkaar.’’ Bij Haarlem mocht hij het wel eens achter de spits proberen, als klassieke nummer tien. Maar toen Ajax hem terughaalde, was dat voor een plekje centraal achterin. ,,Inschuivende verdedigers zoals ik zijn zeldzaam. Dus proberen ze in te schatten wie het zou kunnen en die jongens zo vroeg mogelijk te vormen tot een typische Ajax-verdediger.’’
Van der Wiel zegt eerlijk dat hij aanvankelijk niet blij was met de plannen van zijn trainers. ,,Het voelde eerst een beetje tegennatuurlijk. Maar als je reëel bent, bood dit mij wel de grootste kans om door te breken. En na verloop van tijd ging ik me er ook gewoon goed bij voelen. Ik blijk mijn techniek te kunnen gebruiken om snel oplossingen te vinden die voor anderen misschien niet weggelegd zijn. Met de trucjes van vroeger kan ik me nu uit moeilijke situaties redden.’’

Het afzwaaien van Stam maakte de weg vrij voor de jongeling, die pas sinds februari deel uitmaakt van Ajax’ A-selectie. In de maanden daarvoor was Van der Wiel als eerstejaars speler van Jong Ajax langdurig geblesseerd. Pas vlak voor de winterstop maakte hij zijn rentree op de velden. ,,Toen speelde ik meteen een paar goede wedstrijden en werd ik ook aanvoerder. Dat zal wel de aandacht hebben getrokken.’’
Daarna ging het razendsnel met hem. Op 11 maart debuteerde Van der Wiel met een basisplaats in Ajax 1, in het met 4-1 gewonnen uitduel bij FC Twente. De kritieken na afloop waren eensluidend: deze jongen kon het wel eens heel ver gaan schoppen, niet in de laatste plaats door de complete onbevangenheid die hij uitstraalde. Van der Wiel: ,,Het was alleen maar een heel mooie middag voor mij. Het leek allemaal vanzelf te gaan. In het veld ben ik eigenlijk nooit bang of nerveus. Ik voel hoogstens vooraf wat zenuwen, maar dat is gezond en het is weg als het fluitje klinkt. Dan vertrouw ik op mijn techniek en mijn eigen voetbalkunnen.’’

Sinds Adrie Koster de opstelling maakt, kon Van der Wiel rekenen op een plaatsje bij de eerste elf, al zal hij de komende tijd ontbreken door de kniekwetsuur die hij opliep in de confrontatie met Feyenoord. In John Heitinga trof hij een secondant die een flinke dosis routine meetorst, maar met zijn 23 jaar tegelijk nog dicht bij de generatie van Van der Wiel staat. ,,Die combinatie is heel fijn. John weet wat er bij jonge jongens leeft, maar is met zijn ervaring ook een leider in het elftal. Hij helpt iedereen.’’ Dat beide centrale verdedigers van nature rechtsbenig zijn, is geen enkel probleem, bezweert Van der Wiel. ‘Al is het maar omdat John vrijwel volmaakt tweebenig is. Hij opent net zo makkelijk met links, dat is echt fantastisch.’
Of hij terugkeert in de ploeg als de blessure is genezen en Ajax zich in de winterstop mogelijk heeft versterkt met een of meer defensieve krachten, kan Van der Wiel alleen maar afwachten. ,,Ik ben jong en kan nog ontzettend veel leren, in allerlei facetten van het spel. Ik zie wel wie er komt en wat er gebeurt. Ik kan alleen maar vechten voor mijn plek. Mocht ik dan toch op de bank belanden, dan komt mijn tijd nog wel.’’