Vlinders in de buik van Stefan Pettersson

Vlinders in de buik van Stefan Pettersson

Jaap Visser van Kick uitgevers schrijft iedere maandag een blog over de geschiedenis van Ajax. Deze week gaan we terug naar 3 mei 1994.

De Meer baalt en Stefan Pettersson staat er een beetje bedremmeld bij in de middencirkel. Ajax, de kersverse kampioen, heeft op eigen veld met 2-0 verloren van het tegen degradatie knokkende FC Groningen. Het is Stefans vaarwelwedstrijd, hij keert na zes jaar terug naar Zweden en neemt op dinsdagavond 3 mei 1994 afscheid van zijn Amsterdamse publiek.

Hartstochtelijk afscheid
Op zondag heeft Ajax in het Olympisch Stadion tegen Heerenveen de titel bemachtigd en Groningen-thuis, twee dagen later, dient een feestje voor Petersson te zijn. Verliezen is daarbij eigenlijk geen optie, want aan verliezen heeft Stefan een broertje dood. Dus kost het even moeite om de juiste sfeer in De Meer te krijgen. Maar als publiek en Pettersson de thuisnederlaag hebben weggeslikt, nemen zij alsnog hartstochtelijk afscheid van elkaar.

Voorzitter Michael van Praag roept de scheidende publiekslieveling uit tot een mister Ajax en bedelft hem onder complimenten zoals hij dat even eerder ook al in een ‘uitzwaaiverhaal’ in De Volkskrant deed. ‘Ik zal hem heel erg verschrikkelijk gaan missen’, zegt Van Praag in dat artikel waarin een keur aan Ajax-volgelingen de loftrompet steekt. Hoogleraar Nederlandse letterkunde Kees Fens, cabaretier Youp van ’t Hek, cineast Bert Haanstra, perschef David Endt, supporters uit vak D en trainer Louis Van Gaal, allemaal bejubelen ze Pettersson van wie met pijn in het hart afscheid wordt genomen.

Toppunt van beschaving
‘Een zeldzaam sportieve voetballer’, ‘een toppunt van beschaving’, ‘een ware prof’, ‘een voorbeeld voor iedere sporter’, ‘sympathiek, intelligent en correct’, ‘een keurige man’ en ‘de liefste Ajacied’, zijn de kwalificaties die voorbij scheren. Een door en door fatsoenlijk en beminnelijk mens dus, maar ook een bewonderde voetballer die in zes jaar Ajax in een kleine tweehonderd wedstrijden honderd doelpunten maakte. En dat is veel voor een dienende spits, een puntspeler die gaten heeft getrokken voor Dennis Bergkamp en Jari Litmanen, ploegmakkers die mede dankzij zijn arbeid en zijn passjes topscorer konden worden.

Voor de tweede keer in Amsterdamse dienst is Pettersson kampioen geworden en nu zal hij terugkeren naar IFK Göteborg. Omdat zijn oudste dochter de schoolgaande leeftijd heeft bereikt, acht Stefan de tijd rijp zich met het gezin in Zweden te settelen. Ajax zal hem gaan missen, maar hij Ajax ook. ‘Ik ben van Ajax gaan houden, het is de club waar het leukste voetbal wordt gespeeld. Het mooiste van Ajax is de schoonheid van het spel, aanvallend voetbal, met risico’s. Bij Ajax is voetbal nooit werk geworden’, zegt hij in de Volkskrant.

Brief
Op Pettersons laatste ‘werkdag’ in De Meer krijgen de supporters een brief van hun Zweedse held waarin hij hen bedankt voor hun steun op de momenten dat hij het bij Ajax moeilijk had, na zijn zware knieblessure in 1989 en in de slotfase van de UEFA Cup-finale tegen Torino in 1992 toen hij met een ontwricht arm en schouder van het veld werd gedragen. ‘Toen hebben jullie mij zo hard toegejuicht’, staat in de brief van Pettersson, ‘dat ik er vlinders van in mijn buik kreeg.’

Jaap Visser, Kick uitgevers

Kick uitgevers is de boekenpartner van Ajax en uitgever van het Ajax Jaarboek dat vanaf 2016 zal worden voorzien van een historische deel.

Foto: Ajax Archief