Voettennis: Noblesse Oblige

Noblesse Oblige is Frans voor Adel Verplicht. Het kon natuurlijk bijna niet mis gaan. Toen Ronald Koeman zijn spelers in groepen verdeelde voor het voettennis en Julien Escudé, broer van Franse toptennisser Nicolas, en Thomás Galásek in een team onderbracht, waren zij de gedoodverfde favorieten.

De training van donderdag was geen heftige. De avond ervoor hadden de Ajacieden immers nog een wedstrijd gespeeld tegen Haarlem. Daarom werd er rustig gelopen, rustige grondoefeningen gedaan en pas bij de rondo's ging het wat fanatieker.

Wesley Sonck, Steven Pienaar en Rafael van der Vaart deden daar niet aan mee. Zij gingen aan de slag met René Wormhoudt.

Ondertussen waren de zestien overgebleven voetballers verdeeld in vier groepen. Ibrahimovic, Yakubu, Sikora en Sneijder vormden een team, Wamberto, Heitinga, Boukhari en Van Damme waren team twee. Obodai, Van der Gun, Pasanen en Maxwell stonden samen en Grygera, Galasek, Escudé en De Jong tennisvoetbalden met z'n vieren.

Dat was een prachtige combinatie. Escudé, wiens broer Nicolas nummer 68 van de tenniswereld is, en Galásek die zelf zeer verdienstelijk een balletje slaat, waren door niemand te kloppen. Al had dit spelletje op zich weinig met tennis te maken. Het verschil met volleyballen was dat de bal na de service - die makkelijk móest zijn - en na over het net gewerkt te zijn één keer mocht stuiteren.

Eerst ging het team van Obodai erop, al duurde dat nog wel een flinke tijd. Daarna was het de beurt om team Ibrahimovic te verschalken. Het samenspel was prima tussen Grygera, De Jong, Galasek en Escudé, waardoor het Zweeds-Ghanees-Nederlandse kwartet werd geklopt.