Westerveld: een tweede Van Basten

Westerveld: een tweede Van Basten

Zijn nog niet volgroeide been lag naast zijn nog niet volgroeide voet. Zijn droom naast de uiterst pijnlijke realiteit. De carrière als voetballer eindigde voor de frêle Ajax-linksbuiten Casimir Westerveld om zijn nieuwe droom te vinden in het trainerschap.

Casimir Westerveld raakte in de Ajax-jeugdopleiding ernstig geblesseerd waardoor hij uiteindelijk moest stoppen met voetballen. Casimir Westerveld raakte in de Ajax-jeugdopleiding ernstig geblesseerd waardoor hij uiteindelijk moest stoppen met voetballen.

Casimir Westerveld is in Amsterdam geboren en getogen. Als F- en E-pupil speelde hij bij Sporting Zuid. Als eerstejaars D ging hij naar AFC, en een jaar later werd hij door Ajax gevraagd. ,,Van de D1 tot de B1 heb ik vijf seizoenen bij Ajax gevoetbald", zegt Westerveld, niet hoorbaar trots. ,,In de D1 zat heel veel potentieel. Uiteindelijk is er heel weinig uitgekomen. Arno Splinter, Dennis Schulp, en Rody Turpijn en Milan Berck Beelenkamp kwamen daar later nog bij. Uiteindelijk was het allemaal net niet. Dat hoor je wel vaker, dat er in de mindere groepen eentje is die doorkomt, en in de betere halen ze het vaak allemaal net niet."
,,Zelf heb ik het dus ook niet gehaald. De laatste twee jaar ben ik veel geblesseerd geweest. Te veel. In de C1 brak ik mijn enkel en kuitbeen. Tot op dat moment ging het heel goed. Ik zat bij de voorselectie van het Nederlands elftal. Daarna heb ik nooit meer lang achtereen goed kunnen voetballen. De ene blessure was nog niet genezen, of de volgende had me al weer geveld. Ik strompelde van de ene groeipijn naar de andere. Te lang eruit geweest; te snel terug willen komen. Na twee jaar kwakkelen moest ik weg. AFC volgde, Volendam volgde, en weer AFC. Ik weigerde het op te geven. Maar het ging niet meer. Op mijn achttiende constateerde dokter Van Dijk in het AMC dat er teveel kapot was in mijn enkel om het schoon te kunnen maken. Plus dat ik kraakbeenslijtage had, zodat het gevaar bestond dat de enkel moest worden vastgezet en dat ik gedeeltelijk invalide zou raken. Toen ben ik maar gestopt."
,,Op mijn 19de ging ik de C2 van AFC trainen. Ik ben nu 30. Dit is mijn derde seizoen bij Ajax. Ik begon bij de E2. Vorig jaar ook de E2. Dit seizoen doe ik de E1. Naast het trainen van een elftal houd ik me bezig met het coördineren van de jeugdscouting. Nu ben ik dus toch alsnog fullprof. Je hoort mij niet klagen. IIn de tussentijd heb ik sociale psychologie gestudeerd aan de VU. Na mijn VWO wilde ik studeren, maar ik had geen idee wat. Sociale psychologie was heel breed, en het was heel goed toepasbaar bij het trainen. Misschien kan ik nu beter luisteren en reageren dan voor mijn studie. Je bent je bewust van groepsprocessen; van groepsdynamica. Ik denk constant na hoe je de groep beter kunt laten functioneren, en de individuen binnen die groep."
,,Ik heb er nachten van wakker gelegen. Veel gehuild..." ,,Ik heb er nachten van wakker gelegen. Veel gehuild..."

,,De Van Basten-blessure, zo werden mijn enkelproblemen omschreven. Jammer dat ik niet ook eerst zijn carrière heb gehad. Liever was ik nooit met Van Basten vergeleken. Maar, het heeft me ook heel veel dingen gebracht. Ik heb het wel eens vergeleken met de dood van iemand. Mensen hebben geen idee wat ze tegen je moeten zeggen. Er viel datgene weg dat je leven bepaalde. Ik dronk niet, rookte niet, ging niet uit, op tijd naar bed. Ik leefde ervoor. Opeens was dat klaar. Je vraagt je af hoe ver je anders had kunnen komen. Maar je moet door. Dus je begint opnieuw, met nieuwe doelen; een nieuwe focus. Het leert je in alles goed relativeren. Je bent niet meer de voetballer. Ik ging studeren. Als voetballer had dat nooit gekund. En kijk, het heeft me uiteindelijk hier gebracht. Bij Ajax. Nu heb ik er vrede mee. Meer dan dat. Maar op dat moment was het heel moeilijk. Ik heb er nachten van wakker gelegen. Veel gehuild…"
,,Het was alsof ik was overleden. Nog niet eens zozeer voor mezelf. Althans, niet als persoon. Iets in mij was gestorven. Want voetbal was mijn leven. Ik was een voetballer. Voor de buitenwereld was die voetballer heengegaan. Mensen wensen je één keer sterkte en dan moet het zo snel mogelijk weer over zijn. Voor mij was het een heel proces om eruit te komen. Rouw, ja, zoiets. Dat was na mijn afkeuring. Maar toen ik bij Ajax weg moest, drie jaar eerder, was het al heel moeilijk geweest. Ik had gelukkig een externe factor waaraan ik het kon toeschrijven. Trainer Herman Borman deed de gesprekken toen. Hij zei: “Je had gemakkelijk de A1 gehaald, ware het niet dat…” Rolf Grootenboer was daar ook bij. Ik wist dat het niet aan de kwaliteit lag. Ik dacht dat ik het alsnog, via een omweg, zou kunnen halen. Ajax had Volendam getipt. Ik hield hoop op het betaalde voetbal. Maar de blessures bleven me terugwerpen. Tot die afkeuring bij AFC."
,,Het was een thuiswedstrijd tegen Volewijckers. Op een zaterdagmorgen. C1. Spitz Kohn was onze trainer. We speelden op “het hoge veld” bij VVGA. Het had geregend. Mijn tegenstander maakte een sliding. Ik sprong op, maar mijn voet bleef staan. Ik werd geraakt. Mijn been verschoof en mijn voet bleef staan. Daar lag ik. Pim van Dord werd erbij gehaald. “Dit is gebeurd”, zei hij. En dat was ook zo. 15 maart 1992. Ik was in shock. Ik riep: papa, papa. Ik had zo’n pijn… Ik lag negen dagen in het ziekenhuis. Er was teveel zwelling. Linksbuiten was ik: snel, technisch goed, goed inzicht. Ik moest het van mijn voetballen hebben. Het heeft een halfjaar geduurd voordat ik weer kon spelen. Twee jaar later viel het doek. Ook na al die blessures zag ik het niet aankomen. Het was een schok. Ik weet nog dat ik twee uur in de kantine op Voorland heb zitten wachten voordat ik dat kleine bestuurskamertje in werd geroepen. Volgens mij deden ze het alfabetisch. Of ze hadden de slechtnieuws-gesprekken bewaard tot het laatst. Het was een lange zit. Mijn vader was erbij. Het zal hoop geweest zijn tegen beter weten in. Ik hoopte op nog een nieuwe kans. Maar ik mocht niet verder. Ik moest wel wat tranen wegvegen..."
Casimir Westerveld heeft Ajax E1 onder zijn hoede. Casimir Westerveld heeft Ajax E1 onder zijn hoede.

,,Later begreep ik het: Ajax is een fabriek. Als er een machine kapot is, moet je die vervangen. Want de fabriek moet producten leveren. Zo zou je het plastisch kunnen noemen. Ik hecht er nu, als trainer bij Ajax, aan om het niet zo plastisch te laten zijn. Je bent met kinderen en met mensen bezig. Dat idee heerst niet alleen bij mij, maar in de hele club. Ik vind dat je eerlijk en duidelijk moet zijn. Zo lang je dat bent, blijft het menselijk. Je moet hard zijn op de taak, en mild op het sociale. Zo’n negatief oordeel mag nooit uit de lucht komen vallen. Gedurende het seizoen voelen de spelers het al aankomen. Ik weet wat die kinderen doormaken als ze afvallen. Je weet dat je een jongen vol hoop datgene afneemt dat het belangrijkste deel is van zijn leven. Maar het is een gesprek aan het einde van een heel proces. Tegenwoordig bellen wij de ouders van F-jes en E-tjes de dag voor het gesprek, zodat de kinderen het nieuws in een vertrouwde omgeving horen, en ze het al gedeeltelijk kunnen verwerken voor wij ze een dag later kunnen uitleggen waarom we de beslissing zo genomen hebben. Dan is de eerste schrik, of schok, voorbij, en kunnen ze minder emotioneel luisteren naar onze motivatie. En we begeleiden ze ook daarna. We helpen ze een nieuwe club te vinden, in de hoop dat ze zich verder kunnen ontwikkelen. Ajax is een sociale club, dat ervaart iedereen die dichtbij genoeg is."
,,Ik ben heel tevreden over mijn groep. Het is een goede lichting, met een aantal zeer talentvolle spelers. Wat dat op termijn oplevert, weet je niet. Er kan nog zoveel gebeuren. Dat weet ik als geen ander. Maar deze groep is heel ver. Ze snappen al heel veel van tactische aspecten. Daar verbaas ik me wel eens over. Ze hebben het vermogen om op een heel abstracte manier over voetbal te denken en praten. Dat is heel bijzonder voor deze leeftijdscategorie. Mijn eigen ambitie is Ajax. Ajax is de top. Qua faciliteiten, qua niveau van spelers en trainers. Ik prijs me gelukkig met wat ik nu heb bereikt. Maar je streeft altijd naar meer. Hierna naar een hogere leeftijdscategorie. Fulltime-jeugdtrainer bij Ajax zou mijn leven al volmaakt maken. Mij hoor je niet klagen als het hierbij blijft.
,,Ik heb als trainer bij AFC ook heel veel zelf moeten doen. Daar leer je een hoop van. Oud-profs hebben die achtergrond niet. Maar die hebben weer een andere voorsprong. Hun voorsprong is mijn achterstand. Die moet je absoluut overbruggen. Dat is ook niet raar. Zij hebben zich al bewezen op het veld. Ik heb een andere achtergrond. Dat is ten opzichte van de buitenwereld. Intern is dat niet aan de orde. Ik ben wel jong: 30. Dan ben je hier een jonge jongen. Als je dan redelijk kan praten, zoals ik, zal dat best wel wat wenkbrauwen doen fronsen. Maar ik denk wel dat ik hier inmiddels het nodige krediet heb kunnen opbouwen. Ik was daar ook niet onzeker over. Maar je moet wel je plekje vinden; bevechten ook wel. De voetbalwereld is een hiërarchische wereld. En Ajax zeker ook. Je moet erachter komen wie wie is, en hoe diegene staat in de groep. Misschien dat ik de indruk wek dat ik hier al jaren rondloop. Dat kan arrogant overkomen. Maar dat ben ik niet, volgens mij. Je zult altijd moeten laten zien wat je kunt. En als je kwaliteit hebt, ziet men dat hier heel snel. Heb je dat niet, dan haal je het niet. Dat is voor trainers eigenlijk niet anders dan voor de spelers die hier in de opleiding zitten."
,,Bij de jongens heb je hier aanzien. Dit trainingspak geeft je de autoriteit. Daarvoor maakt je eigen actieve carrière niet veel uit. Maar als je onzin uitkraamt, hebben ze dat hier meteen door, ook in de E. Dus dat probeer je te voorkomen. Want die jongens hier zijn behalve getalenteerd als voetballer, ook slim en goedgebekt. Dat maakt het ook extra leuk. Zo leuk, dat ik bijna dankbaar ben dat ik in dat ene opzicht een tweede Van Basten was. Bijna."
Dit interview verscheen eerder in Ajax Kick Off