Zege brengt Ajax terug in topdrie

De 4-1 overwinning van Ajax op RBC en het 2-2-gelijkspel van Feyenoord bij sc Heerenveen betekenden een terugkeer van Ajax in de nationale topdrie. ,,We waren aan onze stand verplicht deze wedstrijd te winnen", vond trainer Ronald Koeman.

Want Ajax wil alle resterende wedstrijden voor de winterstop in elk geval winnen, dus mocht de thuisploeg tegen het door blessures geplaagde en laaggeklasseerde RBC geen misstap maken.

,,Wij wilden vanaf het begin in een hoog tempo spelen met een snelle balcirculatie, want we hadden al zo'n idee dat RBC zeer compact zou spelen", gaf Koeman de bedoeling weer.

Het idee klopte, want RBC trok zich massaal terug. ,,Ik vind dat we, gezien onze situatie, het volste recht hebben om zo te spelen", verdedigde Jan van Dijk de speelwijze. ,,Je weet dat je tegen Ajax in de problemen komt, dus besloten we alles af te sluiten en de opbouw te laten verrichten door de centrumverdedigers."

De voorsprong van Ajax in de dertiende minuut was meer een gevolg van een keepersfout dan van een snelle Ajax-aanval. Toch had een centrumverdediger er een groot aandeel in. Julien Escudé schoot hard in, doelman Mikael Aerts kreeg de bal niet onder controle en spits Yannis Anastasiou - vervanger van de licht geblesseerde Ryan Babel - prikte de bal in het doel, 1-0.

Maar tien minuten later kon er een dikke streep onder het scenario van vroeg scoren en uitlopen toen Hans Vonk een soortgelijke situatie meemaakte als zijn collega aan de andere kant. Hij pakte het schot van Jesper Hakansson nog wel op, maar liet de bal vervolgens los. Voordat hij het speeltuig weer wilde oppakken had Edwin de Graaf zijn voet er al tegenaan gezet, 1-1.

Ajax kon weer opnieuw beginnen. De thuisploeg bleef aandringen, de spitsen gingen een paar keer in een duel met een tegenstander onderuit, waar scheidsrechter Van Dongen echter niets mee deed. Na ruim een half uur stond Ajax weer op voorsprong na een prachtige aanval op links. Boukhari en Maxwell speelden RBC zoek en de Braziliaan rondde keurig af, 2-1. ,,Ik ging niet ontevreden de rust in", gaf Van Dijk toe. ,,Buiten het feit dat we verdedigend speelden, kwamen we er ook af en toe uit."

Over de tweede helft was de geplaagde trainer niet tevreden. Het was namelijk weer Julien Escudé die wist te scoren. ,,Dat doelpunt was niet tegen te houden", vond Van Dijk. De Fransman, opnieuw doeltreffend na zijn twee treffers tegen De Graafschap, zette de in de 51ste minuut zijn ploeg op een veilige 3-1 voorsprong en drukte hij het stempel 'belangrijk' op zijn voorhoofd. ,,Vanaf het moment dat hij weer is gaan spelen, heeft hij zijn mannetje gestaan", verklaarde Koeman. ,,Dat geeft vertrouwen en als dat zich in goals uit, dan zijn dat belangrijke momenten voor een speler. "

,,Vandaag moesten de centrale verdedigers alles doen, want de rest van het veld stond vast", had de trainer geconstateerd. ,,Dat gaat duidelijk beter. Het gebeurt wel eens dat je eruit wordt gelopen, daar weet ik alles van. Dus dan kan ik ze vertellen hoe ze dat moeten oplossen. Dat het soms beter is dat je er een metertje achter gaat staan. Ook vorig jaar speelde Escudé het hele seizoen redelijk, maar voor dit jaar maakte ik de keuze voor Heitinga/De Jong. Toen dat niet liep heb ik het veranderd en vanaf dat moment gaat het beter. Maar het kan nog steeds nóg beter."

Bij de stand 3-1 bracht de trainer drie verse krachten in. Nicolae Mitea, Stanley Aborah en Nigel de Jong kregen speeltijd en met hun komst hoopte Koeman op meer snelheid. Maar de wedstrijd verzandde. Wel kwam Ajax dankzij een goal van Mauro Rosales nog op 4-1.

Jan van Dijk kreeg het verwijt dat hij niet erg aandrong met zijn ploeg. ,,Als we dat wel hadden gedaan, dan was het 7-1 geworden", zei de verliezende trainer. ,,Als wij brutaler waren geweest, had Ajax ons bij de strot gegrepen."