Zo moet het, want anders gaat het mis

Zo moet het, want anders gaat het mis

De een zweert bij kauwgumkauwen, de ander bij schietgebedjes of teentjes knoflook. We staan met onze nuchtere voeten in de Amsterdamse veenbodem, maar op het voetbalveld zijn sacrale rituelen en bijgeloof niet weg te denken. We nemen een kijkje in de wondere wereld van het bijgeloof onder de Ajacieden van toen.

Bijgeloof en rituelen slijten er bij sporters vaak ongemerkt in. Het is niet iets waar men graag mee te koop loopt en nog vaker is bijgeloof omgeven met gene, aldus (ervarings)deskundigen. Toch is het iets heel menselijks. Vooral in de voetbalwereld, waar continu topprestaties worden verwacht, geven speciale rituelen juist houvast.

De heilige WC-pot
De kleedkamerrituelen van toen staan Dick Schoenaker (van 1976 tot 1985 middenvelder bij Ajax) nog helder voor de geest. Zo herinnert hij zich de heilige WC-Pot in De Meer. De kleedkamer beschikte over drie WC-potten, waarvan één door de Ajacieden als heilig werd beschouwd; die bracht geluk. ,,Dan stonden we allemaal voor precies dat WC-hokje te wachten en de andere twee cabines bleven onbezet’’, aldus Schoenaker.

Tikkie van Cruijff
Ook Johan Cruijff hield vroom vast aan zijn rituelen. Voorafgaand aan wedstrijden positioneerde de selectie zich in een cirkel rond de middenstip, waar de keeper al klaarstond. Cruijff liep als laatste van de ploeg nog een stukje om de cirkel heen en gaf de keeper steevast een tikje in zijn maag.

Vier keer linksom, drie keer rechtsom
Het was 1992 en Jari Litmanen liet zich voor het eerst zien in Amsterdam. De toen nog onbekende Litmanen bezat een glanzende grijze Mercedes die wegens uitstel van invoerrechten gestald stond onder de tribunes van De Meer. Op elke zaterdagavond, de dag voor de wedstrijd, liep de jonge Fin naar de Meer. Daar stapte hij in zijn grijze Mercedes en reed vier keer linksom en drie keer rechtsom om het stadion heen. Zo moest het gebeuren, anders zou het niet lukken de volgende dag.

Een ritje rond De Meer in zijn grijze Mercedes bracht Litmanen geluk.
Een ritje rond De Meer in zijn grijze Mercedes bracht Litmanen geluk.

Oranje onderbroek
Jan Wouters speelde van 1986 tot 1991 in het Ajax-tenue. Ook Wouters hield er zijn eigen rituelen op na. Zo droeg hij volgens zijn oud-teamgenoten tijdens elke wedstrijd een oranje onderbroek. Het moest werkelijk een oranje exemplaar zijn, anders ging het niet.

Teentje knoflook
Johnny Rep (voetbalde van 1971 tot 1975 bij Ajax) kwam tussen 1975 en 1977 uit voor het Spaanse Valencia. Hij stond aan de vooravond van een belangrijke wedstrijd tegen Real Madrid toen een bekende hem op het hart drukte dat een teentje knoflook in zijn broekzak wonderen zou doen. Die wedstrijd speelde Rep met een teentje knoflook in zijn voetbalbroek en zag zijn ploeg verliezen. Het teentje knoflook werd met een vaart in de vuilnisemmer gemieterd.

Iene miene mutte
Oud-Ajacied Peter Boeve (speelde van 1979 tot 1988 bij Ajax) bezat vier paar verschillende kicksen. In de kleedkamer, vlak voor de wedstrijd, werden de kicksen nauwkeurig uitgestald en begon voor Boeve het grote dubben. Slechts enkele minuten voor de aftrap hakte Boeve de knoop door en besloot hij welke schoenen hem die wedstrijd geluk konden brengen.

Aanvoerdersband
Danny Blind speelde zes jaar lang met dezelfde aanvoerdersband. Voordat Blind het veld betrad, vroeg hij materiaalman Sjaak Wolfs altijd om nog even op de band te spugen; dat bracht hem geluk.

Danny Blind met zijn aanvoerdersband.
Danny Blind met zijn aanvoerdersband.

Kauwgumpje
Heini Otto windt er geen doekjes om: ,,Het voetbalveld stond bol van het bijgeloof’’. Zelf kauwde Otto altijd kauwgum die hij elke wedstrijd de lucht in spuugde en met zijn linkervoet moest wegschoppen. Pas als dat was gelukt, kon de wedstrijd goed beginnen.

Ook Cruijff  mocht graag een kauwgumpje kauwen. Vlak voor het fluitsignaal spuugde Cruijff het fijngekauwde exemplaar altijd uit op de helft van de tegenstander.

Nummer 14
Ook in de tijden dat er nog geen vaste rugnummers waren, konden spelers zich erg gaan hechten aan een specifiek rugnummer. Het verhaal van nummer 14 heeft niet zozeer met het bijgeloof van Cruijff te maken, als wel met het bijgeloof van Gerrie Muhren. Het was rond 1971. In die tijd speelde Cruijff altijd met rugnummer 9. Hij raakte een periode geblesseerd. Er ontstond een doorschuifsysteem, waardoor Gerrie Muhren met nummer 9 kwam te spelen. Niet veel later besloot de KNVB dat spelers vaste nummers mochten gaan dragen. Toen Cruijff na enkele maanden hersteld was, vroeg Gerrie hem of hij nummer 9 alsjeblieft mocht houden. Hij was er inmiddels aan gehecht geraakt. Johan had daar geen problemen mee en droeg vervolgens – volledig willekeurig – nummer veertien; het nummer waarmee hij groot werd.

De keuze voor nummer 14 was volledig willekeurig.
De keuze voor nummer 14 was volledig willekeurig.

Veterstrikken
Litmanen bereidde zich bijzonder nauwkeurig voor op wedstrijden, aldus ingewijden. De warming-up deed hij echter altijd met losse veters. De veters van zijn kicksen trok hij flink aan naar boven en de uiteinden stopte hij onder zijn knieën in zijn kousen. Wanneer hij na de warming-up terugkeerde in de kleedkamer begon hij zijn veters pas te strikken. De volgorde van veterstrikken was daarbij ook weer belangrijk.

5 + 3 = 8
Oud-Ajacied Frank Rijkaard voetbalde van 1988 tot 1993 bij AC Milan, waar hij rugnummer 8 droeg. Het cijfer had voor hem grote waarde en bovendien de symboliek van oneindigheid. Met AC Milan speelde Rijkaard in 1990 de finale van de Europacup tegen Benfica in Wenen. In het hotel waar de selectie verbleef, kreeg Rijkaard kamernummer 53 toegewezen. Dat was een blamage want Rijkaard had een hekel aan het cijfer 5. Hij belde zijn vrouw want dit kon niet goed gaan. Zijn vrouw Monique kwam met een bevrijdend inzicht en stelde: ‘3 plus 5 is acht, dus brengt geluk’. Haar beschouwing maakte een einde aan Rijkaards benarde omen en hij maakte de volgende dag bovendien de winnende goal.

Bronnen: David Endt, Thijs Lindeman, Dick Schoenaker, Heini Otto, Barry Hulshoff, Arnold Mühren, Johnny Rep, Bennie Muller.

Tekst: Ajax.nl/Lisa Hartog
Foto's: Ajax.nl/Louis van de Vuurst